Culturele vernaderingen in Poseidonia/Paestum

Autor
Vliet, M. van
Erschienen in
Internet
Jahr
2013
Thema
PAESTUM
Sprache
Nederlands
Kategorie
C8 Geschichte und Archäologie
Archivnummer
8114

PDF öffnen(öffnet in einem neuen Fenster)

Volltext anzeigen43 Seiten

Seite 1

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
ulturele veranderingen in Poseidonia/Paestum Een onderzoek naar culturele verandering Ard HTS Auteur: Maarten van Vliet Studentnummer: 1893661 Begeleider: Douwe Yntema Datum: 02-01-2013 Opleiding: BA Archeologie

Seite 2

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Culturele veranderingen in Poseidonia/Paestum Een onderzoek naar culturele verandering Auteur: Maarten van Vliet Studentnummer: 1893661 Begeleider: Douwe Yntema Datum: 02-01-2013 Opleiding: BA Archeologie

Seite 3

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1: Van Poseidonia tot Paestum §1.1 De topografie en geografie §1.2 De geschiedenis van Poseidonia blz. 5 blz. 5 blz. 6 Hoofdstuk 2: De materiële cultuur van Poseidonia: de data §2.1 De heiligdommen §2.1.1 Het heiligdom aan de monding van de Sele §2.1.2 De vier stadstempels §2.1.3 Overige heiligdommen binnen de stadsmuren §2.2 De publieke ruimtes §2.3 De necropoleis §2.4 De munten §2.5 Samenvatting blz. 8 blz. 8 blz. 8 blz. 9 blz. 11 blz. 12 blz. 13 blz. 15 blz. 16 Hoofdstuk 3: Culturele verandering in Poseidonia §3.1 Moderne wetenschappers §3.1.1 De ‘Griekse’ fase §3.1.2 De ‘Lucaanse’ fase §3.1.3 De ‘Romeinse’ fase §3.2 Mijn zienswijze §3.2.1 De ‘Griekse’ fase §3.2.2 De ‘Lucaanse’ fase §3.2.3 De ‘Romeinse’ fase blz. 17 blz. 17 blz. 17 blz. 18 blz. 19 blz. 21 blz. 21 blz. 22 blz. 23 Hoofdstuk 4: De zienswijzen vs. de data §4.1 De ‘Griekse’ fase §4.2 De ‘Lucaanse’ fase §4.3 De ‘Romeinse’ fase blz. 24 blz. 24 blz. 25 blz. 26 Hoofdstuk 5: Conclusie blz. 29 Afbeeldingen blz. 31 Literatuurlijst blz. 40 Lijst met afbeeldingen

Seite 4

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Inleiding Culturen zijn veranderlijk. Het onderzoek naar culturele verandering is de grootste uitdaging in de studies die culturen behandelen. Een nederzetting waarin culturele verandering een voortdurend onderwerp van discussie is, is de Griekse apoikia1 Poseidonia, gelegen in het gebied dat de Grieken Megale Hellàs en dat de Romeinen Magna Grecia noemden.2 Deze nederzetting lag aan de Tyrrheense Zee en werd vermoedelijk gesticht omstreeks 600 v.Chr. Omstreeks 400 v. Chr. kreeg Poseidonia te maken met een waarschijnlijk significante culturele transformatie.3 De culturele veranderingen die zich voordeden rond deze tijd, worden aangeduid met de term ‘Lucanisering’, omdat diverse onderzoekers de culturele veranderingen hebben toegeschreven aan de invloed van het naburige Italische volk de Lucaniërs. In 273 v.Chr. werd de nederzetting een colonia latina.4 Vanaf deze tijd stond de colonia niet meer bekend als Poseidonia, maar als Paestum.5 Bovenstaande passage suggereert dat Poseidonia drie culturele fasen doormaakte, namelijk een Griekse, een zogenaamde Lucaanse en een Romeinse. In deze scriptie wil ik dieper ingaan op deze drie fasen. Hoe Grieks was de vroegste fase eigenlijk? Bleef deze ‘Griekse’ cultuur min of meer bestaan in zijn oorspronkelijke hoedanigheid, of transformeerde deze in zijn geheel? In het verleden is ook wel gesteld dat de Lucaanse en de Romeinse cultuur de kolonie hebben overheerst, maar in hoeverre is dit daadwerkelijk het geval geweest? Waren de overgangen wel zo abrupt als hierboven wordt geschetst of waren de overgangen meer geleidelijk? En was de cultuur in deze fasen wel duidelijk Grieks, Lucaans of Romeins, of is dit onderscheid niet zo duidelijk? Met behulp van deze deelvragen hoop ik uiteindelijk een antwoord te kunnen geven op mijn hoofdvraag: Hoe wordt er gedacht over de culturele verandering binnen Poseidonia/ Paestum tussen de zesde en de eerste eeuw v. Chr. Om antwoord te kunnen geven op bovenstaande vragen zal ik eerst algemene informatie verstrekken over de ligging en de nederzettingsgeschiedenis van Poseidonia/Paestum. Hiervoor zal ik gebruik maken van zowel historische bronnen als recent archeologisch onderzoek. Vervolgens zal ik ingaan op de materiële cultuur van de 1 Een apoikia is een Griekse nederzetting die is gevestigd buiten het Griekse gebied. Greco 1996, 7. 3 De Lucaniërs waren één van de belangrijkste inheems Italisch volkeren die in dit gebied gevestigd waren. 4 Een Colonia Latinum is een Romeinse nederzetting, waarin de burgers beschikten over het Latijns burgerrecht. Vaak waren dit nederzettingen die al voor de Romeinse tijd bestonden en door de Romeinen zijn overgenomen, hoewel dit geen vereiste is. 5 Pedley 1990, 11.

Seite 5

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
nederzetting en de data presenteren. Ten slotte zal ik de drie fasen die hierboven zijn geschetst behandelen. Het hoofddoel van deze scriptie is: het wegen van de verschillende standpunten van de auteurs die hebben geschreven over de oorzaken van de culturele veranderingen die deze drie fasen karakteriseren en deze standpunten te vergelijken met het beeld dat de materiële cultuur ons schetst. De verwachting is dat deze aanpak mij niet alleen in staat stelt de veranderingen in de materiële cultuur aan het licht te brengen, maar dat er hierdoor misschien ook iets gezegd kan worden over de identiteiten van de inwoners van Poseidonia.

Seite 6

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Hoofstuk 1: Van Poseidonia tot Paestum §1.1 De topografie en geografie In het onderzoek naar nederzettingen in het Mediterrane gebied werd tot aan de opkomst van de landschapsarcheologie twintig jaar geleden vrijwel niet ingegaan op de geografie van het gebied of ligging van de nederzetting. Juist de geografie kan ons veel vertellen over de manier waarop een nederzetting of gebied zich ontwikkeld heeft. In deze paragraaf geef ik daarom een inzicht in de geografie van Magna Graecia in het algemeen, en de geografie en topografie van Poseidonia in het bijzonder. De Griekse steden van Zuid-Italië liggen doorgaans aan zee. Ze zijn vooral te vinden in kustvlaktes die worden omgeven door bergen.6 Dat maakt dat er een grote geografische verscheidenheid is en dat leidt er weer toe dat de vruchtbaarheid van de grond, het microklimaat en vegetatie enorm variëren tussen de verschillende gebieden. De Griekse nederzettingen aan de zuidkust van het huidige Italië hadden overwegend een groot oppervlak en waren dus waarschijnlijk vrij volkrijk. De steden hadden grote territoria en konden dus middels landbouw en veeteelt zoveel produceren dat er een surplus ontstond. Omdat ze zowel aan zee lagen (en dus mogelijkheden tot overzeese handel hadden) als over grote landbouwarealen beschikten waren zij zeer welvarend.7 Eén van deze Griekse apoikiai in Magna Graecia is Poseidonia. Deze nederzetting lag aan de westkust van Italië, 80 kilometer ten zuiden van Napels (fig. 1).8 De Griekse auteur Strabo (eerste eeuw v. Chr.) geeft ons enkele details over de ligging van Poseidonia. De nederzetting werd ongeveer negen kilometer ten zuiden van de rivier de Sele gesticht door kolonisten, afkomstig uit de stad Sybaris. Dit was een Griekse nederzetting aan de zuidkust van het huidige Italië (fig. 1). Sybaris zelf was een apoikia gesticht door Grieken afkomstig uit de streek Achaia, gelegen aan de noordzijde van de Peloponnesus.9 Poseidonia lag in de vruchtbare vlakte die werd doorsneden door de rivier de Sele die uitmondde in de Golf van Salerno.10 Via de Sele had men toegang tot een door inheemse stammen bewoond achterland en was er via rivierdalen ook een goede toegang tot inheemse stammen en Griekse steden aan de zuidkust van Italië. Naar het noorden toe was een goede 6 Lomas 1993, 19. Lomas 1993, 21. 8 Pedley 1990, 11. 9 Strabo, geciteerd in Cipriani/Pontandrolfo/Rouveret 2004, 5. 10 Cipriani/Pontandrolfo/Rouveret 2004, 5; Sestieri 1953, 5.

Seite 7

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
toegang (zowel over zee als over land) tot Campanië en de nog noordelijker wonende Etrusken.11 Zoals we hierboven hebben gezien, was Poseidonia een subkolonie van Sybaris. Als we de ligging van beide steden in ogenschouw nemen, lijkt de reden van de stichting van de subkolonie Poseidonia voor de hand te liggen. Door middel van de stichting van Poseidonia, kon Sybaris zijn producten via een vrij korte landroute naar het Tyrrheense Zeegebied vervoeren zonder de omslachtige en tijdrovende zeereis om Calabrië heen. §1.2 De geschiedenis van Poseidonia De geschiedenis van Poseidonia begint met de stichting van de stad rond 600 v. Chr. door de inwoners van Sybaris.12 Strabo zegt hierover: “The Sybarites [when they founded the city] built the fortifications close upon the sea, but the inhabitants removed higher up.”13 Strabo bedoelde hier hoogstwaarschijnlijk dat Poseidonia al vanaf het moment van stichting beschikte over een muur. Deze passage van Strabo is de één van de weinige antieke bronnen die spreken over de stichting van Poseidonia.14 Sybaris heeft niet lang profijt kunnen hebben van haar nieuwe kolonie. In 510 B.C. werd de stad verwoest na een 70 dagen durend beleg door de inwoners van de naburige Griekse kolonie Kroton.15 De tijd vanaf de stichting van Poseidonia tot aan het jaar 400 v.Chr. was een vrij rustige en stabiele periode voor Poseidonia. Echter, omstreeks 400 v.Chr. kreeg de nederzetting mogelijk te maken met Lucaanse invloeden. Enkele moderne auteurs die later besproken zullen worden, spreken zelfs over het binnenvallen van de Lucaniërs in de nederzetting. Over dit binnenvallen van de Lucaniërs wordt echter, opmerkelijk genoeg, geen melding gemaakt in de antieke bronnen. In hoofdstuk vier van deze scriptie zal ik ingaan op de veranderingen binnen de nederzetting die mogelijk aan deze ‘Lucaanse verovering’ gerelateerd waren. In 273 B.C. werd Poseidonia (vermoedelijk Paistom genaamd in het Lucaans) herdoopt tot Paestum, en werd een Colonia Latina. De antieke bronnen geven informatie over de uitzonderlijke loyaliteit van de colonia. De enige verplichting die Paestum volgens Livius had ten opzichte van Rome, was het leveren van schepen en met bemanning in geval 11 Sestieri 1953, 15. Greco 1996, 9, 15; Pedley 1990, 11. 13 Strabo v, 4, 13, vertaald door Hamilton en Falconer. 14 Zie ook Berard 1963, 195-205. 15 Greco 1996, 10.

Seite 8

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
van oorlog.16 Ook zegt hij dat de kolonie gouden kommen liet brengen naar Rome na de beruchte nederlaag bij Cannae tijdens de Tweede Punische Oorlog.17 Waarschijnlijk bleef Paestum door haar grote loyaliteit het recht houden op het slaan van eigen bronzen munten. Dit recht hield ten minste stand tot in de tijd van keizer Tiberius.18 Tot in de vierde eeuw n. Chr. bleven er in Paestum bouwactiviteiten plaatsvinden. Daarna begon de stad in verval te raken. In de vroege Middeleeuwen resteert slechts een kleine nederzetting. In de elfde eeuw na Christus verlieten ook de laatste inwoners de nederzetting om zich op de heuvels rond Paestum te vestigen. 19 16 Liv. 26.39.5, geciteerd in Sestieri 1953, 6. Liv. 22.36.8-9, geciteerd in Sestieri 1953, 6. 18 Sestieri 1953, 6. 19 Greco 1996, 18; Sestieri 1953, 6.

Seite 9

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Hoofdstuk 2: De materiële cultuur van Poseidonia: de data. In dit hoofdstuk zal ik de data presenteren die de basis zullen vormen voor mijn interpretatie en mijn conclusies. Er zal hier een korte beschrijving volgen van enerzijds een aantal gebouwen in de stad Poseidonia/Paestum, anderzijds een aantal necropolen buiten de stad. Een derde bron van informatie die hier wordt ingezet, is de muntslag van Poseidonia/Paestum. Bij deze presentatie wordt vooral aandacht geschonken aan de veranderende rol van deze features in de diverse fases die Poseidonia/Paestum in haar bestaan doormaakte. Hierdoor kunnen we in volgende hoofdstukken conclusies trekken over de aard en de impact van de eventuele culturele veranderingen die zich in Poseidonia/Paestum voordeden. Ik zal hierbij een diachroom beeld van de verschillende features schetsen. §2.1 De heiligdommen §2.1.1 Het heiligdom aan de monding van de Sele Eén van de belangrijkste heiligdommen van Poseidonia stond buiten de stadsmuren en lag bij de monding van de rivier de Sele. Dit heiligdom telde diverse gebouwen: een grote en een kleine tempel, een oikos en een altaar. De kleine tempel, ook bekend als de thesauros (het schathuis), dateert, net als het oudste altaar van het heiligdom, waarschijnlijk uit 580 v.Chr.20 Deze datering valt af te leiden uit het Korintische aardewerk dat in de funderingslaag werd gevonden.21 De fundamenten van deze archaïsche thesauros bleek echter uit de tijd van de Romeinse kolonie te stammen; enkel de beroemde triglyfen- en metopenfriezen en een Vroeg-Archaïsch Dorisch kyma-reversa behoren tot het oorspronkelijke gebouw. Deze elementen zijn karakteristiek voor de oudste stenen gebouwen in de west-Griekse wereld.22 De grootste tempel van het heiligdom aan de monding van de Sele is het Heraion, (Figuur 2 en 3). Dit gebouw was ongeveer 25 meter lang en 17 meter breed en dateert waarschijnlijk uit 500 v.Chr. Volgens Mertens is het Heraion een uitstekend voorbeeld van een tempel waarbij oude archaïsche tradities van het Griekse moederland en ‘westerse’ innovatie nauw met elkaar zijn verweven.23 Net als de thesauros was het Heraion dus een 20 Greco 1996, 119. Pedley 1990, 62-63. 22 Mertens 2006, 138. 23 Mertens 2006, 222.

Seite 10

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
‘typisch Grieks’ gebouw met enkele architectonische details die vooral veel voorkomen in het Italische gebied. In het zuidoosten van het heiligdom stond het jongste gebouw, namelijk de oikos waarin het standbeeld van de godin Hera stond. Dit gebouw kan worden gedateerd in de laat vijfde tot vroeg vierde eeuw v.Chr. en is op het zuiden georiënteerd, zoals we dit vaak zien in het Italische gebied. Ook dit gebouw vertoont dus ‘westerse’ trekken. Het heiligdom raakt uiteindelijk in de vroege derde eeuw v.Chr. haar regionale importantie kwijt en werd sindsdien enkel nog gebruikt als lokaal heiligdom. De tempel van Hera werd verwoest en in geheel nieuwe stijl weer opgebouwd.24 §2.1.2 De vier stadstempels Poseidonia wordt boven alles gekenmerkt door de vier grote stadstempels.25 Hera I, ook wel de ‘basilica’ genoemd, is hiervan de oudste met een datering rond 530 v.Chr.26 Oorspronkelijk meende men dat het gebouw een basilica was met publieke functies.27 Tegenwoordig wordt er vanuit gegaan dat we hier te maken hebben met een tempel, gewijd aan Hera. Het platform waarop de tempel stond, meet 26 bij 55.70 meter. Aan de voorkant staan negen zuilen; een oneven aantal zuilen is typisch voor heiligdommen in de Archaïsche periode. Opvallend aan deze tempel is echter de voor het westen ongewone, symmetrie.28 Ook staat de hij op een verhoging, iets wat ongebruikelijk is voor tempels in het westen. 29 De tempel wordt bedekt door een terracotta dak, iets wat juist weer heel kenmerkend is voor belangrijke gebouwen in West-Griekse apoikiai.30 Het eigenaardige van de Hera I tempel is dat deze aan de ene kant een sterk ‘Aegeïsch-Grieks’ karakter heeft, maar door het terracotta dak hier toch niet onder geschaard kan worden. Aan de andere kant voldoet de tempel ook niet aan het standaardbeeld van een West-Griekse tempel. De Hera I tempel is dus moeilijk te duiden. Het is ongetwijfeld een gebouw met een sterk Aegeïsch-Grieks karakter hoewel de talrijke eigenaardigheden van de tempel maken dat hij niet beschouwd kan worden als een ‘typisch Griekse’ tempel. 24 Greco 1996, 121; Mertens 2006, 429. Voor een plattegrond van de stad zie Figuur 4. 26 Greco 1996, 81, 83. 27 Greco 1996, 81; Pedley 1990, 43. Dit was gebaseerd op het oneven aantal zuilen aan de voor- en achterkant van het gebouw, de afwezigheid van frontons en een colonnade die het interieur in tweeën splitste (Figuur 8 en 9). 28 Mertens 2006, 140-141. 29 Mertens 2006, 90. 30 Mertens 2006, 91-92.

Seite 11

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
In de eerste helft van de vijfde eeuw v.Chr. werd een tweede stadstempel in Poseidonia/Paestum gebouwd. Deze staat tegenwoordig bekend als de Hera II-tempel en werd vroeger wel aangeduid als de ’tempel van Neptunus’ (Figuur 10 en 11). Deze stond dichtbij de hierboven besproken Hera I tempel. De toewijzing van de tempel aan de godheid Neptunus is nergens op gebaseerd (men dacht dat Poseidonia wel een Poseidontempel moest hebben). Greco stelt dat het aannemelijker is dat de tempel aan Zeus of Apollo gewijd was.31 De tempel staat op een verhoging van 24.31 bij 59.93 meter. Hij is het enige voorbeeld van een tempel in het Griekse westen waarbij de positie van de zuilen binnen in de tempel overeenkomt met die in het antieke Griekenland. Ook de verhoging waarop de tempel staat spreekt van een ‘Grieks’ karakter. Het terracotta dak is echter mogelijk een inheems trekje. Dit maakt de tempel Hera II tot een traditionele Griekse tempel, mogelijk met een licht inheems accent. De tempel voor Athene (Figuur 4 en 5), wordt gedateerd rond het einde van de zesde eeuw v.Chr. De tempel staat op de hoogste positie binnen de stad op een basis van 32.88 bij 14.54 meter en is het eerste voorbeeld in de geschiedenis van de Griekse architectuur van een tempel waarbij Dorische en Ionische elementen binnen eenzelfde gebouw worden gemengd. Dit betreft niet alleen de zuilen, maar ook het hoofdgestel. 32 De tempel bleef waarschijnlijk zonder ingrijpende veranderingen in gebruik tot de zesde eeuw n.Chr.33 Mede door het mengen van Dorische en Ionische elementen, maar ook door het terracotta dak, is dit een tempel die in niets lijkt op de tempels van het Griekse vasteland. Enkel de lichte verhoging waarop de tempel staat, past niet in het beeld van deze tempel als karakteristiek West-Griekse tempel. De vierde stadstempel is de zogenoemde ‘Tempel van Vrede’. Deze tempel is nog nauwelijks onderwerp van onderzoek geweest. Er zijn dan ook weinig gegevens beschikbaar. Hij is ooit eens in de derde eeuw n. Chr. gedateerd.34 Het is volgens Greco echter plausibeler om de tempel veel eerder te dateren, namelijk rond het einde van de tweede eeuw of het begin van de eerste eeuw v.Chr.35 De tempel heeft een centrale positie aan de noordzijde van het forum dat in de ‘Romeinse’ fase van de kolonie werd aangelegd en lijkt daarom een directe relatie met het forum te hebben. Wie werd vereerd in de tempel is onzeker. De eerste mogelijkheid is Bona Mens, de godheid van de vrijgelatenen. Een andere mogelijkheid is dat 31 Greco 1996, 77. Greco 1996, 35-36; Pedley 1990, 54. 33 Pedley 1990, 59. 34 Greco 1996, 57. 35 Greco 1996, 58.

Seite 12

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
de Dioscuri (Castor en Pollux) hier werden vereerd.36 De tempel staat volgens goed Romeins gebruik op een hoog podium van 13.42 bij 25.60 meter. Ook het metopen-triglyphenfries met rosetten in de metopen heeft een Hellenistisch-Romeinse inslag. Aan de zuidwaarts georiënteerde voorkant (volgens goed Italisch gebruik) staan zes zuilen, terwijl de zijkanten acht zuilen bevatten. De tempel behoort volgens Greco tot de categorie die Vitruvius definieert als peripteros sine postico: een tempel die aan drie zijden is omgeven door zuilen (behalve de achterkant). Al met al heeft deze tempel dus een sterk Romeins karakter: hij staat op een hoog podium, heeft een Italisch-Romeins fries, heeft alleen zuilen aan voor- en zijkanten en heeft vermoedelijk slechts één cella. §2.1.3 Overige heiligdommen binnen de stadsmuren Aan het einde van de zesde eeuw v.Chr. werd er aangrenzend aan de agora een heiligdom opgericht met een smalle en langwerpige pronaos. In de vierde eeuw v.Chr. werd een stenen porticus gebouwd die het heiligdom scheidde van de agora. Dit zou kunnen duiden op een verandering in het scheiden van de profane wereld van de sacrale wereld. In de derde eeuw v.Chr. werd de porticus afgebroken en vervangen door een klein pleintje. In de vroege keizertijd werd het heiligdom uiteindelijk omgebouwd tot een basilica. Deze basilica werd vervolgens in de eerste eeuw n.Chr. compleet vernield en heropgebouwd.37 In bijna iedere oude Griekse stad bevond zich een heroon. Dit is een gebouw dat de vorm heeft van een leeg graf dat werd gebruikt als plaats van verering van een overledene aan wie bijzondere kwaliteiten werden toegedicht. In apoikiai was dit vaak de stichter van de stad die na zijn dood vaak als held werd vereerd.38 Het ‘heroon’ in Poseidonia bestaat uit een rechthoekige structuur die is omgeven door een rechthoekige omheiningsmuur (Figuur 7). De vroegste delen van het gebouw kunnen worden gedateerd in het einde van de zesde eeuw v.Chr. De kleine structuur heeft twee fasen in dakbedekking: een oudere (eind zesde eeuw v.Chr.) van blokken steen en een jongere (datering onbekend) van dakpannen. 39 In de derde eeuw v.Chr. wordt de omheiningsmuur aangelegd en wordt het gebouwtje zelf onder een hoop aarde bedolven.40 Volgens Mertens is er bij het heroon een essentieel kenmerk van bouw in nieuwe nederzettingen te zien: het ging om de snelle invulling van alle elementen (sacraal en 36 Greco 1996, 58. Greco 1996, 65-66 38 Greco 1996, 39-40. 39 Greco 1996, 39-40. 40 Greco 1996, 40-41.

Seite 13

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
profaan) die een stad volgens goed Grieks gebruik diende te hebben in die tijd.41 Nieuwe nederzettingen werden volgens Mertens dus ingericht met de stad in het Griekse moederland als voorbeeld. §2.2 Publieke ruimtes Vanaf de stichting van Poseidonia tot aan het einde van de vierde eeuw v. Chr bezat Poseidonia een agora. Deze lag ingeklemd tussen vier wegen: twee wegen waren noord-zuid georiënteerd en twee wegen waren oost-west georiënteerd. De agora werd geflankeerd door een aantal gebouwen die vermoedelijk alle een publieke functie hadden. Dit betrof het hiervoor besproken heroon (mogelijk van de oikist van de stad), het bouleuterionekklesiaterion, een stoa, en nog enkele andere gebouwen waarvan de functie niet bekend is. Bij de stichting van de colonia latina in 273 v. Chr. veranderde dit plein totaal. Het zuidelijk deel ervan werd omgevormd tot een Romeins forum dat, evenals de agora, een publieke/politieke functie had. Het noordelijk deel werd voornamelijk gevuld met woningen.42 Het bouleuterion/ekklesiasterion (Figuur 12) was een rond gebouw dat waarschijnlijk omstreeks 480-470 v. Chr. werd opgericht. De exacte duiding van de functie van dit gebouw hangt nauw samen met het aantal mensen dat erin paste. De meeste wetenschappers gaan ervanuit dat het gebouw plaats bood aan ongeveer 600 man. Dat maakt een identificatie van het gebouw als bouleuterion waarschijnlijk. Enkele wetenschappers denken echter dat er 1200 man in het gebouw gepast hebben. Dit maakt het waarschijnlijker dat we hier te maken hebben met een ekklesiasterion.43 Waar alle onderzoekers het wel over eens blijken te zijn, is dat het gebouw fungeerde als vergaderplaats van het plaatselijke bestuur. Het bleef in gebruik tot aan de late derde eeuw v.Chr, toen het werd begraven onder een berg aarde en zijn functie volledig werd overgenomen door het comitium (Figuur 15). Het comitium werd overigens al rond 270 v.Chr. gebouwd en de gebouwen hebben in alle waarschijnlijkheid naast elkaar bestaan; bij de stichting van een Colonia in een bestaande stad bleven er vaak enige tijd twee gemeenschappen en twee bestuurssystemen naast elkaar bestaan.44 Het bouleuterion/ekklesiasterion bestaat uit diverse concentrische ringen: de grootste hiervan had een diameter van 35 meter, terwijl de kleinste ring een diameter van negen meter had. Binnenin werd een klein altaar voor Jupiter gevonden uit het begin van de derde eeuw v.Chr. 41 Mertens 2006, 90. Greco 1996, 110-111. 43 Pedley 1990, 78-79. 44 Zie hiervoor ook: J. Pelgrom, ‘Colonial Landscapes. Demography, Settlement Organization and Impact of Colonies Founded by Rome’ (4th-2ns centuries BC), PhD dissertation University Leiden, 2012, p. 159-173.

Seite 14

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
en een stèle die een inscriptie draagt in het Oskisch, de taal van de Lucaniërs.45 Het is opmerkelijk dat binnen het bouleuterion/ekklesiasterion een altaar voor de typisch Romeinse god Jupiter is aangetroffen., maar dit kan heel goed zijn gebeurd tijdens de stichting van de colonia latina.. Korte tijd na de ‘begraving’ van het bouleuterion/ekklesiasterion werd bovenop deze berg met aarde een cultusplaats ingericht.46 Het forum is 200 meter breed en 60 meter lang. Dit terrein maakte deel uit van de veel grotere agora in de ‘Griekse’ periode. In de vroegste fase van de colonia latina had het plein geen portico’s (deze werden gebouwd in de Augusteïsche periode) en werd het omringd door simpele tweekamerige tabernae en enkele publieke bouwwerken, zoals het comitium.47 Dit is was één van de belangrijkste gebouwen in de Romeinse stad, aangezien dit de plek was waar vergaderingen, verkiezingen et cetera werden gehouden.48 Het gebouw stamt dan ook uit de vroegste fase van de colonia latina. Het amfitheater stond op een bijzonder centrale plek, vlakbij de noordoostkant van het forum. Het gebouw wordt door een moderne weg in tweeën gesplitst en kent twee bouwfasen. De eerste fase kan worden gedateerd in de eerste eeuw v. Chr, terwijl de tweede fase gedateerd kan worden tegen het einde van de eerste eeuw n. Chr. Tijdens de tweede bouwfase werd het gebouw vergroot en werden er nieuwe ingangen gebouwd. De weg die het amfitheater en het forum met elkaar verbond, stamt uit de derde eeuw v. Chr. Er wordt daarom vanuit gegaan dat het gebied waarin het amfitheater is gebouwd een onbebouwd terrein was dat werd gebruikt voor publieke diensten.49 §2.3 De necropoleis De necropoleis van Paestum lagen direct buiten de stadsmuren aan de noord- en de zuidkant, tot op een afstand van ongeveer een kilometer van de stad. Aan de noordkant bevonden zich de necropoleis: Andriuolo, Laghetto en Arcioni. Aan de zuidkant bevonden zich de Santa Venera, Licinella en Spinazzo necropolen.50 Het belangrijkste en meest uitvoerige onderzoek naar de necropolen van Paestum is verricht door Cipriani, Pontrandrolfo en Rouveret.51 De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een uitvoerige verslaggeving die gepubliceerd is in de monografie “The Painted 45 Greco 1996, 43-45. Greco 1996, 43-45. 47 Greco 1996, 50. 48 Greco 1996, 55. 49 Greco 1996, 47-49. 50 Cipriani/Pontandrolfo/Rouveret 2004, 8; Pedley 1990, 94. 51 Cipriani/Pontandrolfo/Rouveret 2004.

Seite 15

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Tombs of Paestum”. Zij zien in de begraafplaatsen van Paestum drie grote veranderingen optreden. Deze veranderingen doen zich voor in een relatief korte tijdsspanne. Volgens de auteurs is het met name tussen de late 5e en de vroege 4e eeuw dat zich grote veranderingen in het grafbestel van Poseidonia/Paestum voordoen. Terwijl de grafvorm geheel hetzelfde blijft, veranderen de grafgiften, de decoratie van de graven en de onderwerpen die in deze decoratie worden afgebeeld opvallend. In de eerste plaats zijn er dus grote verschillen tussen de graven uit de periode voor 400 v.Chr. en de periode na 400 v.Chr. in het soort en aantal grafgiften. Grafgiften zijn namelijk beperkt in aantal in de periode voorafgaand aan 400 v.Chr. maar nemen in de periode na 400 exponentieel toe. Het deponeren van slechts een beperkt aantal grafgiften is gebruikelijk in de Griekse gebieden rond de Aegeïsche Zee en komt tevens in veel Griekse steden van Zuid-Italië voor, met name in de vroege kolonisatiefase. Een royaal gebruik van bijgiften (met name veel aardewerken voorwerpen) is echter in die delen van Zuid-Italië die door niet-Griekse stammen werd bewoond, al in de zevende eeuw v. Chr. zeer gebruikelijk52. Naast het aantal grafgiften, verandert echter ook het karakter van de grafgiften. Terwijl er in de graven daterend voor 400 v. Chr. onder andere aardewerk is gedeponeerd dat verwijst naar symposium en palaestra (= paideia), worden vanaf 400 v. Chr. vooral kraters, halsamforen en wapens aan de overledene meegegeven. Deze voorwerpen verwijzen naar banqueting en martialiteit. In de graven van vrouwen daterend van na 400 v. Chr. zijn vooral hydriai, oinochoai, lebetes gamikoi en sieraden vaak aanwezig. Een tweede belangrijke verandering in de grafcultuur is een sterk toenemende populariteit van het beschilderen van de graven. Terwijl in de vijfde eeuw v.Chr. slecht 0.8% van de graven beschilderd is, stijgt dit aantal naar 8% in het begin van de vierde eeuw v.Chr. en naar 18% rond het midden van de vierde eeuw v.Chr.53 Een derde opvallende verandering in de grafcultuur betreft de onderwerpen van de figuratieve wandschilderingen in de graven. Het bekendste beschilderde graf uit de vijfde eeuw v.Chr. is de Tombe van de Duiker. Hierin zijn – behalve een afbeelding van de duiker – scènes aangebracht waarop een karakteristiek Grieks symposium is afgebeeld. Dit verwijst opnieuw naar de typisch Griekse paideia.54 De talrijke vierde-eeuwse tombes hebben echter schilderingen waarop wapens, krijgers, en strijdwagens met de overwinningsgodin Nikè worden afgebeeld. Daaruit blijkt dat in deze periode met name de martialiteit wordt benadrukt in de grafschilderingen. Dit gegeven wordt mede bevestigd door de inhoud van de 52 Zie ook La Geniere, L’age dufer a Sala Consilina. Cipriani/Pontandrolfo/Rouveret 2004, 8-9. 54 Cipriani/Potandrolfo/Rouveret 2004, 19-21.

Seite 16

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
vierde-eeuwse mannengraven: deze bevatten onder andere aanvals- en verdedigingswapens.55 Eenzelfde nadruk op martialiteit (overigens alleen in de grafgiften) is aanwezig in de Lucaanse territoria in het achterland van Poseidonia/Paestum.56 §2.4 De munten Aanwijzingen voor de eventuele culturele verandering in Poseidonia/Paestum zijn niet alleen aanwezig in het grafritueel of architectuur, maar zijn eveneens te vinden in de muntslag van de stad. Munten zijn in de oudheid niet uitsluitend een betaalmiddel, maar zijn tevens het visitekaartje van de stad die de munten slaat. Door middel van het stedelijk beeldmerk onderstreept de stad haar identiteit.57 Als we kijken naar de munten uit de drie verschillende fasen die men in Poseidonia/Paestum onderkent heeft, tekent zich een bepaald patroon af in de iconografie van de munten. Op de munten die dateren voor ca. 280/270 v. Chr. wordt altijd Poseidon weergegeven op de voorzijde, terwijl de keerzijde van de munten steevast een stier vertoont, evenals de munten van Paestum’s moederstad Sybaris/Thourioi. De munten onderstrepen dus de lokale identiteit van Poseidonia door het afbeelden van Poseidon, de god wiens naam de stad droeg. Ze onderstrepen tevens de oorsprong van Poseidonia als dochter van Sybaris door middel van de stier op de achterzijde. Er zijn daarnaast overigens tevens een aantal munten daterend omstreeks 400 v.Chr. die de kop van Athena op de voorzijde laten zien. Vanaf circa 280/270 doet zich een opvallende verandering voor in de iconografie van de munten. De stier die verwijst naar de Sybaritische oorsprong van Paestum, verdwijnt van de munten. In de plaats daarvan bevat de keerzijde steeds de afbeelding van een dolfijn. Poseidon, het karakteristieke beeldmerk van Poseidonia, verdwijnt van de voorzijde van de munten en wordt vervangen door Athene/Minerva. Hierdoor wordt zowel de band met het verleden (dochter van Sybaris/Thourioi) als de band met het symbool van de stad (Poseidon) losgelaten. Welke nieuwe betekenis de nieuwe afbeeldingen op de munten van Paestum daterend van na ca. 280/270 hebben, is onzeker. Deze ingrijpende verandering in de iconografie van de Paestaanse muntslag is nagenoeg gelijktijdig met een grote verandering in de status van Poseidonia: van Griekse polis of Lucaanse stad naar een colonia latina. 55 Cipriani/Potandrolfo/Rouveret 2004, 35-37. Zie ook: Bottini. A. (ed) 1993: Armi. Gli strumenti di guerra in Lucania. Catalogo mostra Museo Nazionale Melfi , Bari. 57 Zie ook Papadopoulos, J. 2002: Minting Identity: Coinage, Ideology and the Economics of Colonization in Akhaian Magna Graecia, Cambridge Archaeological Journal 12 (no. 1, april 2002), 21-55.

Seite 17

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
§2.5 Samenvatting In de bovenstaande paragraaf hebben we drie aspecten van de materiële cultuur van Poseidonia/Paestum in kort bestek de revue laten passeren: de architectuur, de grafcultuur en de muntslag. Ze zijn door de tijd heen gevolgd. Daarbij is telkens aangegeven op welk moment in de tijd zich opvallende en/of ingrijpende veranderingen voordeden. In de volgende hoofdstukken proberen we te vast te stellen of deze veranderingen op enigerlei wijze te relateren zijn aan de sociaal-politieke veranderingen die zich volgens veel auteurs in Poseidonia/Paestum voordeden in het eerste millennium v.Chr.: een Griekse polis, die Lucaniseert en tenslotte als colonia latina deel wordt van de Romeinse staat.

Seite 18

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Hoofdstuk 3: Culturele verandering in Poseidonia. §3.1 Moderne wetenschappers Deze paragraaf geeft weer wat een aantal moderne wetenschappers hebben geschreven over de culturele verandering in Poseidonia. Dat betreft dus de interpretaties die zij voorgesteld hebben uitgaande van de gegevens die hun ter beschikking stonden op het tijdstip van schrijven. De overige paragrafen van dit hoofdstuk bevatten de interpretaties van de auteur van deze scriptie. Deze zijn gemaakt op basis van de data die in hoofdstuk twee gepresenteerd zijn. In hoofdstuk vier zullen de diverse zienswijzen met elkaar geconfronteerd worden. Op deze manier zal ik uiteindelijk in staat zijn om te kunnen ingaan op de hoofdvraag zoals deze in de inleiding van deze scriptie is gesteld: Hoe wordt er gedacht over de culturele verandering binnen Poseidonia/ Paestum tussen de zesde en de eerste eeuw v. Chr? §3.1.1 De ‘Griekse’ fase Volgens de antieke traditie was Poseidonia gesticht vanuit de Griekse apoikia Sybaris. Als we willen kijken naar de het culturele karakter van de vroegste fase in Poseidonia, is het zinvol Sybaris kort in de beschouwingen te betrekken. Immers, de vroegste bewoners van Poseidonia komen uit Sybaris. Pedley zegt in zijn artikel dat Sybaris goede contacten onderhield met de inheemse bevolking van het gebied en dat deze ook welkom was als burger.58 Hij stelt het als volgt: ‘When Greek settlers arrived, the process of acculturation began.’59 Het is opvallend dat Pedley hier het woord acculturatie gebruikt. Hierbij werd vaak aangenomen dat de ‘lagere’ cultuur elementen overnam van de dominante cultuur.60 Met andere woorden, volgens Pedley nam de inheemse bevolking elementen van de Griekse cultuur over. Deze acculturatie ziet hij ook in Poseidonia, dat hij een uitsluitend Grieks karakter toedicht in haar vroegste periode. Een reden hiervoor is de beperkte hoeveelheid bijgaven in veel graven.61 Een andere reden is het veel voorkomen van Grieks aardewerk en het gebruiken van de incuus-methode voor het slaan van de munten. Dit spreekt volgens Pedley niet alleen van een duidelijke verwantschap met andere (west-)Griekse steden, maar geeft tevens aan dat de munten van Poseidonia 58 Pedley 1990, 27. Pedley 1990, 27. 60 Burke 2009, 41. 61 Pedley 1990, 36.

Seite 19

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
aansloten bij de in de Griekse wereld gangbare munstsystemen en hierdoor waarschijnlijk ook in de gehele Griekse wereld gebruikt konden worden.62 Skele is echter een andere mening toegedaan dan Pedley. Hij ziet interactie tussen de inheems Italische bevolking en de bevolking van Poseidonia in de materiële cultuur. Hij zegt bijvoorbeeld over het Atheneion: ‘Taking the plan of the temple as a whole, what one sees is a structure with a Doric periphery, but once within the peristyle the building becomes almost completely Ionic.’ Skele suggereert dat deze afwisseling een Etruskische uitvinding geweest kan zijn.63 Tevens is de afwezigheid van een horizontale daklijst volgens hem waarschijnlijk door de Etrusken beïnvloed.64 Skele gaat echter aanzienlijk verder. Op basis van een bronzen plaquette uit Olympia beargumenteert hij namelijk zelfs dat de Etrusken mee hebben geholpen met het stichten van Poseidonia. Op deze plaquette staan namelijk aanwijzingen voor een vriendschapsverdrag tussen Poseidonia’s moederstad Sybaris en de Serdaioi. Daarbij treedt Poseidonia op als ‘getuige’ bij dit verdrag. Skele identificeert de Serdaioi met de Etrusken.65 In het voorgaande stuk hebben we gezien dat Skele, maar ook Pedley, schrijft over de goede band tussen Sybaris en de inheemse bevolking en hij voert de plaquette aan als onderbouwing voor dit standpunt. Als we de visies van de hierboven behandelde auteurs kort samenvatten, dan is duidelijk dat Pedley Poseidonia in haar eerste fase ziet als een puur Griekse stad. Skele daarentegen ziet allerlei Italische invloeden en probeert aan te tonen dat de Etrusken een stevig stempel gedrukt hebben op Poseidonia tussen 600 en 400 v. Cr. §3.1.2 De ‘Lucaanse’ fase Pedley stelt dat er in Poseidonia in de periode tussen ca. 400 en 273 v. Chr. sprake was van een continuering van de Griekse cultuur. Hij zegt hierover: ‘Greek ways remained, the city continued to be called Poseidonia, since so she is called in the city’s glorious fourthcentury silver coinage, the bouleuterion (or ekklesiasterion) remained in use, and the Greek sanctuaries continued to be venerated. Greek continued to be spoken, and in the second half of the century the two outstanding pot painters in the city, Asteas and Python, boasted Greek names, signed themselves in Greek, and did not hesitate to take as themes of their decoration episodes from Greek mythology and from the Greek comic stage.’66 Hier creëert hij het beeld 62 Pedley 1990, 39-40. Skele 2002, 29. 64 Skele 2002, 29. 65 Skele 2002, 45. 66 Pedley 1990, 97.

Seite 20

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
van een Lucaans volk dat niet veel invloed heeft gehad op de culturele elementen in de stad. Hij ziet echter wel een verandering optreden in het grafbestel en verbindt hieraan ook zijn conclusie. Hij geeft aan dat het waarschijnlijk zo is geweest dat leidende Griekse families werden geïncorporeerd in een nieuwe Lucaanse elite.67 Greco is een andere mening toegedaan dan Pedley. Hij zegt namelijk het volgende: ‘At the end of the 5th century B.C. Poseidonia (with its anonymous allies), as Strabo tells us, yields in the war against the Lucanians(…). Throughout the following century the fusion between the old and the new inhabitants takes place. They give birth to a peculiar culture, a clear evidence of which are the several painted tombs which offer the unusual possibility to know a lot about the society and habits of Paestum.’68 Hij meent dus dat er een fusie tussen de oude en nieuwe inwoners heeft plaatsgevonden, waarbij volgens hem een nieuwe mengcultuur ontstond. Hij beschouwt daarbij de Grieken als ‘oude’ inwoners en veronderstelt dat er ‘nieuwe’ inwoners zijn bijgekomen die uit de omliggende Lucaanse gebieden afkomstig waren. Samenvattend kunnen we vaststellen dat Pedley meent dat Poseidonia een Griekse stad was en bleef. Hij ontleent zijn argumenten aan de muntslag, het bouleuterion/ekklesiasterion, de heiligdommen en de vazenschilderkunst van Paestum. Greco neemt echter het standpunt in dat Poseidonia duidelijk Lucaanse trekken vertoont tussen 400 en 273 v. Chr. Hij onderbouwt zijn visie met name door te wijzen op de sterk veranderende beschildering van de graven. §3.1.3 De ‘Romeinse’ fase Volgens Pedley is er in deze fase in vergaande mate een culturele verandering zichtbaar. Hij zegt hier het volgende over: ‘The new colonists took possession of the land: villas replaced the small rural settlements of the Lucanian period. Though sanctuaries remained largely intact within the city, the town plan was otherwise radically altered: a majestic Forum was laid out in the heart of the city. It was situated on a separate site from that of the Greek agora between the two major sanctuaries and embellished with characteristically Roman public buildings. Burial customs changed: cremation replaced inhumation as the preferred method, with the ashes of the dead buried in urns placed in small rectangular tombs. Poseidonia ceased to exist: Paestum was born.’69 Kort samengevat ziet 67 Pedley 1990, 108. Greco 1996, 17. 69 Pedley 1990, 113.

Seite 21

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Pedley Paestum als een stad die op basis van zijn culturele aspecten vooral als een Griekse stad gekarakteriseerd kan worden voor de Romeinse koloniestichting, maar die compleet wordt hervormd tot een Romeinse stad. Pedley wordt in zijn visie gesteund door Bradley en Greco die ook een snelle verspreiding van een Romeinse cultuur zien op basis van de monumenten op het forum en Latijnse inscripties.70 Daarbij suggereert Bradley dat de oorspronkelijke ‘Griekse’ bevolking in Paestum bleef wonen. Hij zegt namelijk dat de Romeinse colonia Poseidonia niet heeft vervangen, maar dat de kolonie aan de stad werd toegevoegd. Dat leest hij af aan het feit dat de stad rond de derde eeuw v.Chr. groeit van zeventig tot honderd hectare.71 Crawford steunt Bradley in de gedachte dat de oorspronkelijke bevolking in Paestum bleef leven, en gaat zelfs nog een stap verder. Hij zegt namelijk het volgende: ‘The process of negotiation, first between Greeks and Lucanians, then between the two and the colonists will have been complex; and the links with urban change are unlikely to have been simple.’72 Hiermee impliceert hij dat de oorspronkelijke bevolking niet alleen in de stad bleef wonen, maar ook inspraak had in de manier waarop de stad veranderde (negotiation). Hij is het dan ook niet eens met de gedachte van Bradley dat de stad een puur ‘Romeins’ karakter kreeg. Hij heeft daarvoor de volgende argumenten. Hij stelt dat het ekklesiasterion/bouleuterion pas in 200 v.Chr. werd dichtgegooid en het altaar met de Oskische inscriptie tot die tijd bleef functioneren. Ook geeft hij aan dat het forum duidelijk de lay-out van de Griekse stad respecteert. Ten slotte geeft hij aan dat er om de heroon een beschermende muur werd geplaatst. Dat suggereert dat de stichter van de (Griekse) stad ook na de Romeinse kolonisatie een object van verering bleef en de Griekse roots van de stad nog steeds belangrijk gevonden werden. Samenvattend kunnen we vaststellen dat Pedley, Bradley, Greco en Crawford alle een aantal duidelijke veranderingen zien in Poseidonia bij de stichting van de Romeinse colonia Paestum. Hun interpretaties van deze veranderingen verschillen echter aanzienlijk. Terwijl met name Pedley een sterk Grieks Poseidonia ziet veranderen in een volledig Romeins Paestum, ziet Bradley een continuïteit van Griekse bewoning naast een nieuwe Romeinse bewoning. Crawford is het meest genuanceerd en neemt aan dat er in eerste instantie een integratieproces plaatsvond tussen Grieken en Lucaniërs in Poseidonia en vervolgens een 70 Bradley 2006, 172-173; Greco 1996, 18. Bradley 2006, 172-173. 72 Crawford 2006, 59.

Seite 22

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
vergelijkbaar soort integratieproces (negotiated integration) tussen de Grieks-Lucaanse inwoners van Paestum en de nieuwe Romeinse/Latijnse kolonisten. §3.2 Mijn zienswijze In de voorafgaande paragraaf zijn de inzichten van een aantal moderne onderzoekers gepresenteerd die hun visie hebben gegeven op de cultuurveranderingen in Poseidonia/Paestum tussen circa 600 en 100 v. Chr. Deze betreffen respectievelijk het Griekse karakter, de ‘Lucanisering’ en de ‘Romanisering’ van de stad. Tevens zijn de interpretaties en betekenissen toegelicht die zij aan deze veranderingen hechtten, casu quo toekenden. In hoofdstuk twee heb ik de alle gegevens gepresenteerd aangaande de architectuur, de grafcultuur en de muntslag van Poseidonia/Paestum die ik in de literatuur heb kunnen achterhalen. In deze paragraaf zal ik mijn eigen interpretaties geven van de data die in hoofdstuk twee zijn gepresenteerd. Deze zal ik in het volgende hoofdstuk kritisch vergelijken met de zienswijzen van de auteurs die eerder in dit hoofdstuk zijn behandeld. §3.2.1 De ‘Griekse’ fase Het beeld dat naar voren komt uit de materiële cultuur betreffende deze fase is vrij duidelijk: Poseidonia vertoont in hoge mate de kenmerken van een Griekse stad. Vanuit de tempelarchitectuur zijn daarbij enige kanttekeningen te maken. Hoewel de Hera I- en Hera IItempels zich niet of nauwelijks onderscheiden van soortgelijke bouwwerken in het oorspronkelijke Griekse kerngebied, zijn het heiligdom aan de monding van de Sele en het Atheneion in de stad beide karakteristieke voorbeelden van West-Griekse tempels: ze zijn Grieks met een duidelijk West-Grieks accent. Opvallend is de verhoging waarop de meeste tempels staan. Dit is namelijk niet gebruikelijk voor tempels in het Aegeïsche gebied en komt sporadisch voor bij apoikiai in het Italische gebied. Ook opvallend is het gebruik van terracottadaken bij alle Paestaanse tempels, inclusief de tempels die in alles een ‘Grieks’ karakter hebben. Het gebruik van terracottadaken komt veel voor in het Italische gebied en er wordt ook vanuit gegaan dat deze voor het eerst zijn gebruikt door Italische stammen. Het voorkomen van deze daken op tempels die zeer ‘Grieks’ aandoen is een voorbeeld van de culturele interactie tussen de inwoners van Poseidonia en de oorspronkelijke inwoners van het Italische gebied; iets wat dus in de vroegste fase dus al aan de gang was. Het gebruik van de daken op de tempels kan heel goed verklaard worden: hoewel de technieken voor dakbedekking in het Griekse moederland al veel verder gevorderd waren, werd het terracottadak op esthetisch vlak waarschijnlijk veel hoger gewaardeerd.

Seite 23

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
De publieke ruimtes en munten schetsen beide hetzelfde beeld betreffende deze fase, namelijk dat van een stad met een overwegend ‘Grieks’ karakter. Onder andere de agora, het bouleuterion/ekklesiasterion en het heroön zijn hier goede voorbeelden van. Het heroön, waarschijnlijk gewijd aan de stichter van de stad, is kenmerkend voor een Griekse apoikia, terwijl het bouleuterion/ekklesiasterion verwijst naar de typisch Griekse politieke gewoonte een aanzienlijk aantal mensen bij de besluitvorming in de staat te betrekken middels de boulè (de stedelijke raad), dan wel de ekklesia (de volksvergadering). De munten van Poseidonia sluiten in alle opzichten nauw aan bij de muntslag van contemporaine, Griekse steden: de diverse denominaties (staters, obolen), het beeldmerk van de stad op de voorzijde en de incuus-techniek gebruikt voor de vroegste muntseries zijn alle elementen die de munten van Poseidonia tot typisch Griekse munten maken. De necropoleis bevestigen dit beeld in grote lijnen. Het grafritueel van de zesde- en vijfde-eeuwse graven van Poseidonia komt overeen met dat van diverse andere Griekse steden. De bijgiften zijn meestal beperkt in aantal, wat gezien kan worden als iets ‘typisch Grieks’. De manier waarop de dode werd begraven heeft zowel in inheemse contexten als in typisch Griekse contexten parallellen en is dus weinig onderscheidend. Het sporadisch beschilderen van graftombes is uiterst ongebruikelijk in zowel de Griekse als de inheemse wereld. Alleen de veel grotere Etruskische graftombes (vooral in Tarquinia) vertonen dergelijke beschilderingen. Het onderwerp van de schildering van de bekendste tombe (de Tombe van de Duiker) is overigens weer karakteristiek Grieks: het vertoont een Grieks symposium. Al met al was de kunnen we de vroegste fase van Poseidonia op basis van de materiële cultuur met recht een ‘Griekse’ fase noemen. Hierbij moet opgemerkt worden dat het archeologisch bestand erop wijst dat de inheems-Italische cultuur wel degelijk een invloed heeft gehad op de materiële cultuur in de stad. In dit opzicht past Poseidonia perfect in het beeld van de West-Griekse apoikia. §3.2.2 De ‘Lucaanse’ fase Als we kijken naar de heiligdommen, publieke ruimtes en munten verandert er in de zogenaamde ‘Lucaanse’ fase helemaal niets. Het lijkt mij daarom ook niet correct om ervanuit te gaan dat de Lucaniërs Poseidonia zijn binnengevallen en de stad overheerst hebben, zoals wordt beweerd door enkele wetenschappers. Het grafritueel laat ons echter een heel ander beeld zien. Zo zien we tussen de late vijfde en vroege vierde eeuw grote veranderingen in het grafbestel. Ten eerste neemt het aantal grafgiften in de periode na 400 exponentieel toe en verandert het karakter van de

Seite 24

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
grafgiften. Ten tweede is er een sterk toenemende populariteit van het beschilderen van de graven. En ten derde veranderen de onderwerpen van de figuratieve wandschilderingen in de graven: van karakteristiek Griekse onderwerpen (symposium) naar onderwerpen die nauw aansluiten bij de krijgerideologie die zich manifesteert in inheemse graven in het Lucaanse achterland van Paestum. We zouden kunnen stellen dat het grafritueel in deze opzichten aanzienlijk ‘Lucaniseert’. Wat betreft de ‘Lucaanse’ fase is er dus enige tegenstrijdigheid in de materiële cultuur. Waar het beeld dat uit de architectuur en de munten naar voren komt, een duidelijke culturele continuïteit laat zien voor deze periode, zien we in het grafbestel juist een complete omslag: de grafcultuur van Poseidonia/Paestum lijkt te ‘Lucaniseren’. Hoewel de necropoleis ons een ander beeld schetsen, kan er in ieder geval geconcludeerd worden dat de Lucaniërs, of ze Poseidonia nu zijn binnengevallen of niet, slechts een beperkte impact hebben gehad op de materiële cultuur van de stad: Lucaanse trekjes manifesteren zich vooral in het grafbestel. §3.2.3 De ‘Romeinse’ fase Hoe weinig er is veranderd in de ‘Lucaanse’ fase, des te meer verandert er in de ‘Romeinse’ fase. Dit kan deels opgemaakt worden uit de heiligdommen. Bijvoorbeeld het heiligdom aan de monding van de Sele werd verwoest en verloor zijn importantie. Het heroön werd bedolven onder een hoop aarde. Ook zien we de bouw van een nieuw tempel, namelijk de ‘Tempel van Vrede’. Deze staat op een hoog podium en heeft een uitgesproken ‘Italisch-Romeins’ karakter. Ook op het gebied van de publieke ruimtes, de muntslag en het grafbestel zien we een enorme omslag. De agora wordt vervangen door een forum, het bouleuterion/ekklesiasterion wordt bedolven onder een hoop aarde, er komt een comitium en een amfitheater. De voorheen Griekse munten worden vervangen door munten op basis van het Romeinse metrologische stelsel, waarbij ook de afbeelding verandert. Ook in het grafbestel verandert veel. De kistgraven (regelmatig met schilderingen) waarin de dode geïnhumeerd werd met een aanzienlijke hoeveelheid bijgaven verdwijnen bijna geheel; de graven die uit deze periode zijn crematiegraven. Al met al kunnen we dus concluderen dat de stichting van de colonia latina in Paestum met zijn influx van migranten uit centraal Italië een grote invloed heeft gehad op alle aspecten van het leven in Poseidonia Daarbij zijn er natuurlijk wel enkele elementen van vroegere fasen in functie gebleven, met name de oude tempels.

Seite 25

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Hoofdstuk 4: De zienswijzen vs. de data In dit hoofdstuk ga ik de verschillende zienswijzen die in hoofdstuk drie aan bod zijn gekomen confronteren met de data die in hoofdstuk twee zijn besproken. Op deze manier is het mij mogelijk een uitspraak te doen over de wetenschappelijke zeggingskracht van de uitspraken die zijn gedaan door de auteurs wier visies ik in het bovenstaande kort heb weergegeven. Daaruit vloeit voort het antwoord op de in het begin van deze scriptie gestelde vraag, die bondig geformuleerd op het volgende neerkomt: Hoe ‘Grieks’ was het vroege Poseidonia, hoe ‘Lucaans’ werd Poseidonia in de 4e eeuw v. Chr. en hoe ‘Romeins’ werd Poseidonia na de vestiging van de colonia latina in het jaar 273. §4.1 De ‘Griekse’ fase Zoals we gezien hebben in hoofdstuk drie, spreekt Pedley over een ‘acculturatie’, waarbij de inheemse bevolking als het ware ‘gehelleniseerd’ werd bij het stichten van Poseidonia.73 Hierbij moet worden opgemerkt dat het begrip acculturatie een eenzijdige cultuuroverdracht impliceert en men tegenwoordig aanneemt dat bij cultuuroverdracht tussen twee of meer partijen, alle betrokken partijen aan culturele verandering onderhevig zijn. Pedley ziet een Poseidonia met een uitsluitend Grieks karakter zonder inheemse invloeden. Hoewel de materiële cultuur hem hierin grotendeels ondersteunt, moeten bij deze visie enkele kanttekeningen gemaakt worden. Zo hebben we de heiligdommen waar het overwegende Griekse karakter inderdaad opvallend is, maar waar de inheemse elementen (zoals het gebruik van terracotta dakbedekking) zeker niet genegeerd mogen worden. Sterker nog: van de vier vroegste tempels (Hera I, Hera II, Atheneion en Heraion) zou alleen Hera II beschouwd kunnen worden als een ‘typisch Griekse’ tempel. Ook in de ‘Tombe van de Duiker’ zijn inheemse elementen aanwezig. Pedley heeft dus gelijk in zijn statement dat Poseidonia een overwegend Grieks karakter had, maar hij houdt te weinig rekening met de invloed van de inheemse volken in centraal Italië. Skele ziet deze invloed juist wel, met name in het geval van het Atheneion waar hij veel Etruskische invloeden ziet.74 Het toeschrijven van een aantal ongebruikelijke elementen 73 74 Pedley 1990, 27. Skele 2002, 29.

Seite 26

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
in deze tempel aan Etruskische invloed is onwaarschijnlijk, gezien er verscheidene andere stammen dichter bij het gebied van Poseidonia (zoals de Campaniërs) woonden en daardoor waarschijnlijk invloed hebben uitgeoefend op de cultuur binnen Poseidonia. Etruskische invloed valt echter niet geheel uit te sluiten. Ook Mertens, een groot kenner van de architectuur in pre-Romeins Italië, onderkent de invloed die de Etruskische architectuur kan hebben gehad op Poseidonia.75 Skele beargumenteert echter ook dat de Etrusken hebben meegeholpen aan het stichten van Poseidonia op basis van een plaquette uit Olympia.76 Deze plaquette steunt hem misschien in de zienswijze dat de inwoners van Poseidonia en de inheems Italische bevolking op goede voet leefden, maar toont geenszins aan dat Poseidonia ook daadwerkelijk is gesticht met de hulp van de Etrusken. De argumenten die Skele gebruikt om de Etrusken en de Serdaioi (het Italische volk genoemd in de plaquette) met elkaar te verbinden, zijn weinig steekhoudend en volstrekt onvoldoende. De Serdaioi werden in het verleden wel eens met Sardinië geassocieerd, maar dat blijkt niet te kloppen. Op dit moment wordt vrij algemeen aangenomen dat de Serdaioi een niet-Grieks volk in Zuid-Italië zijn. Aangezien Poseidonia als getuige optreedt bij het verdrag tussen Sybaris en de Serdaioi dat op de plaquette wordt vermeld, lijkt de veronderstelling gewettigd dat de Serdaioi tussen Sybaris en Poseidonia woonden. Dit sluit dus uit dat de Serdaioi Etrusken waren.77 Hoewel het goed is dat Skele oog heeft voor de invloeden van Italische volken op de culturele verandering in Poseidonia, schrijft hij deze een te grote rol toe zonder daarvoor voldoende en kwaliteitsvolle argumenten te leveren. Tevens moet hij zich bedenken dat er meer volken in Italië hebben gewoond ten tijde van de stichting van Poseidonia dan enkel de Etrusken. Al met al lijkt het erop dat het beeld van Poseidonia in haar vroegste fase genuanceerd is en zich tussen de beide uitersten Pedley en Skele bevindt. Poseidonia was namelijk een stad met een overwegend Grieks karakter waar zich hier en daar inheems-Italische elementen manifesteren, zoals bij de heiligdommen en de necropoleis. De rol die de inheems-Italische bevolking heeft gespeeld in culturele veranderingen in deze periode, zal echter niet heel groot zijn geweest: cultureel gezien was Poseidonia was een (West-)Griekse stad met een licht inheems-Italisch accent. §4.2 De ‘Lucaanse’ fase 75 Mertens 2006, 252-253. Skele 2002, 45. 77 Voor een complete verhandeling over het probleem van de Serdaioi zie L. Brousseau, Le monnayage des Serdaioi revisité, Revue Numismatique 2010, 257-285.

Seite 27

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Ook in de vierde eeuw v. Chr. (de zogenaamde ‘Lucaanse’ fase) ziet Pedley een stad met een overwegend ‘Grieks’ karakter. Om deze visie te ondersteunen haalt hij onder andere het bouleuterion/ekklesiasterion, de heiligdommen en de muntslag aan.78 We zien in Poseidonia in deze fase inderdaad weinig veranderingen optreden: de heiligdommen blijven in gebruik, de publieke en bestuurlijke ruimtes blijven min of meer hetzelfde en de muntslag blijft karakteristiek ‘Grieks’. Wel ziet Pedley in het grafbestel een grote omslag en concludeert daaruit dat de Lucaniërs Poseidonia waren binnengevallen: de oorspronkelijk Griekse elite van Poseidonia en de Lucaanse elite smolten samen tot een nieuwe stedelijke elite. Dit zou volgens hem verklaren waarom er in de stad zelf weinig veranderde, maar het grafritueel compleet omsloeg.79 Deze ‘inval’ van de Lucaniërs heeft echter waarschijnlijk nooit plaatsgevonden, gezien het feit dat er anders wel verwoestingen te zien waren geweest in de stad. Waarschijnlijker is dat door de constante blootstelling aan de culturele invloed van inheemse stammen, de inwoners van Poseidonia (en dus ook de elite) ‘Lucaanse’ culturele elementen van hun buurvolken hebben overgenomen. Ook zal Poseidonia in de loop der tijd steeds meer een gemengde Grieks-inheemse bevolking hebben gekregen. Dit wordt hierdoor ondersteund dat er in het bouleuterion/ekklesiasterion een stèle is gevonden met een Oskische inscriptie. Dit suggereert dat het Oskisch in deze fase ook werd gebruikt in het dagelijks bestuur van de stad en dat dit bestuur waarschijnlijk ten dele bestond uit Oskisch-sprekende Lucaniërs. Greco ziet een etnische mengelmoes ontstaan binnen Poseidonia en geeft aan dat er hierdoor een hele nieuwe cultuur ontstond. Dit ziet hij vooral af aan het grafbestel met zijn beschilderde tombes.80 Hoewel er inderdaad een etnische mix in Poseidonia moet hebben gewoond, is dit gemengde karakter in de stad zelf uitsluitend te traceren op basis van de Oskische inscripties. Het is dus vreemd dat Greco zegt dat er een compleet nieuwe cultuur ontstond in Poseidonia, terwijl de materiële cultuur in de stad overwegend Grieks blijft. Het moge duidelijk zijn dat Poseidonia in deze fase een proces onderging waarbij er steeds meer Lucaniërs en eventueel ander niet-Griekse bevolkingsgroepen in de stad gingen leven. Dit had vooral impact op het grafritueel waarin op typisch Lucaanse wijze martialiteit een belangrijke rol speelde. Echter, het leven in de stad an sich veranderde waarschijnlijk niet veel. Poseidonia bleef een stad met een ‘Grieks’ cultureel karakter, maar kreeg in deze fase een stevig ‘Lucaans’ accent. 78 Pedley 1990, 97. Pedley 1990, 108. 80 Greco 1996, 17.

Seite 28

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
§4.3 De ‘Romeinse’ fase Pedley ziet in deze fase een grote verandering in de materiële cultuur. Hij baseert dit op de woningen, het grafbestel en de lay-out van de stad. Hij geeft aan dat eigenlijk alleen de heiligdommen intact bleven.81 Echter, zelfs hier zien we veranderingen. Bijvoorbeeld het heiligdom aan de monding van de Sele verliest zijn regionale importantie. Ook zien we de ‘Tempel van de Vrede’, die een overwegend Romeins karakter heeft. Pedley claimt, zonder dit expliciet te verwoorden, dat Poseidonia een sterk ‘Romeins’ karakter kreeg; hij wordt hierin gesteund door Bradley.82 Zij gaan er beide vanuit dat de Romeinen al deze veranderingen van bovenaf hebben opgelegd en dat de oorspronkelijke bevolking daarin geen actieve rol vervulde. Hoewel deze opvatting op het eerste gezicht wordt ondersteund door de materiële resten uit deze fase, is ook een meer genuanceerde visie op deze verandering niet uitgesloten. Michael Crawford brengt deze nuance aan. Hij stelt namelijk dat de stad ook na de Romeinse kolonisatie ten dele Grieks bleef. Dit onderbouwt hij door te stellen dat het ekklesiasterion/bouleuterion pas in 200 v.Chr. werd dichtgegooid en er een beschermende muur om de heroon werd geplaatst. Hiermee gaat hij echter wel voorbij aan het feit dat beide gebouwen in de ‘Romeinse’ fase werden bedolven onder een hoop aarde. Het feit dat dit gebeurde, spreekt niet van een groot respect voor de Griekse roots en de Griekse politieke instellingen van Poseidonia/Paestum. Sterker nog, dit lijkt te wijzen op een volledige politieke overheersing van Poseidonia door de Romeinen. Ook geeft Crawford aan dat het forum de lay-out van de Griekse stad respecteert, maar hij houdt hier duidelijk geen rekening met het feit dat de agora deels vervangen werd door het forum.83 We kunnen echter ook niet voorbijgaan aan het feit dat er wel degelijk ‘Griekse’ elementen (zoals de tempels) in gebruik bleven. Dit komt waarschijnlijk door de mogelijk actieve rol die de inwoners van Poseidonia hadden bij al deze veranderingen, iets waar Pedley, Bradley en Greco (in tegenstelling tot Crawford) geen aandacht aan besteden. Maar hadden de inwoners van Poseidonia, zoals door Crawford wordt beweerd, zeggenschap in de veranderingen in de stad? Dat was vermoedelijk inderdaad het geval, zelfs gezien het feit dat een groot deel van de ‘Griekse’ elementen verdwijnen. In hoofdstuk 1 van deze scriptie is reeds vermeld dat de stad Paestum een zeer innige relatie met Rome onderhield en ook in tijden dat Rome in grote moeilijkheden 81 Pedley 1990, 113. Bradley 2006, 172-173. 83 Crawford 2006, 65-66.

Seite 29

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
verkeerde, een trouwe bondgenoot was en bleef. Dat suggereert dat de Romanisering van de stad geen conflictueus gebeuren was met grote tegenstellingen tussen de nieuwe RomeinsLatijnse coloni en de oorspronkelijk Grieks-Lucaanse bevolking. In de periode vanaf 273 v.Chr. heeft Poseidonia/Paestum enkele significante veranderingen ondergaan; we kunnen met recht zeggen dat de stad een overwegend ‘Romeins’ karakter kreeg in deze periode. Er moet daarbij echter wel rekening gehouden worden met de inwoners van Poseidonia, want zij hebben mogelijkerwijs een grotere rol gespeeld in de ontwikkelingen binnen de stad dan vooralsnog wordt aangenomen.

Seite 30

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Hoofdstuk 5: Conclusie Hoe wordt er gedacht over de culturele veranderingen in Poseidonia? Uit het voorafgaande deel van deze scriptie mag het duidelijk zijn geworden dat de antwoorden die de diverse onderzoekers op deze vraag hebben gegeven, erg verschillen. Zo hebben we voor de vroegste fase de visies van Pedley en Skele, die lijnrecht tegenover elkaar staan omtrent het al dan niet ‘Griekse’ karakter van Poseidonia in haar vroegste fase. Wat betreft de vermoedde ‘Lucanisering’ is Pedley weer een andere mening toegedaan dan Greco. Ook over de wording van een colonia latina zijn de meningen verdeeld. Hierin staat Pedley weer recht tegenover Bradley, terwijl Crawford meer genuanceerd is. De vraag is nu welke zienswijze(n) het meest plausibel is/zijn. Crawford begint zijn artikel met de volgende quote: ‘Take a Greek city ‘barbarized’, a Lucanian city as its successor, a colony of Latin status placed there by Rome in 273 BC. (…) The result is a series of equations between political change and urban transformation, with the sub-text that the nice Lucanians did not change very much, while the nasty Romans changed things a lot.’84 Hij merkt hierbij dus op dat er doorgaans een nauwe relatie wordt verondersteld tussen politieke verandering en culturele verandering en werkt dat in het sub-tekst gedeelte in de quote licht provocerend uit: nice Lucanians, nasty Romans. Daarmee waarschuwt hij voor te gemakkelijke interpretaties van culturele veranderingen. Na de data gepresenteerd te hebben en de verschillende interpretaties behandeld te hebben die daarop zijn gebaseerd, is het beeld genuanceerd. De ‘barbaarse’ Griekse stad zoals bekend uit enkele antieke bronnen (o.a. Aristoxenos van Tarente) is er nooit geweest. De stad had een overwegend Grieks uiterlijk met hier een daar een licht inheems accent. Het is dus geen ‘pure’ Griekse stad zoals Pedley meent, maar de Italische invloeden zijn veel minder sterk dan Skele meent. Er doen zich een beperkt aantal opvallende veranderingen voor vanaf de late vijfde eeuw. Lucaniërs waren beslist in de stad aanwezig gedurende de vierde en derde eeuw (inscripties in het Oskisch) maar hun culturele invloed was beperkt; deze invloed is voornamelijk (en bijna uitsluitend) in het grafbestel terug te zien. Poseidonia werd geen karakteristiek Lucaanse nederzetting, maar bleef een min of meer Griekse nederzetting met een stevige Lucaanse inslag. De veranderingen doen zich voor tussen de late vijfde eeuw en het midden van de vierde eeuw. Dat wijst op een geleidelijke verandering en geeft geen aanleiding geloof te hechten aan de antieke overlevering van een Lucaanse overheersing van de stad: er is eerder sprake van een culturele integratie dan van een cultuuromslag. Crawford 2006, 59.

Seite 31

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Na het jaar 273 is er een veel sterkere cultuurverandering zichtbaar. De nieuwe elementen zijn allen toe te schrijven aan Romeinse invloed. Deze is dus veel sterker dan de Lucaanse invloed in de vierde eeuw en doet zich voor op diverse terreinen van materiële cultuur. Paestum wordt na 273 een Romeinse stad met een forum, forumtempel, comitium, Romeinse begrafenisgewoontes (crematie) en een muntslag die op Romeinse leest is geschoeid. Of hier sprake is van een snelle cultuurverandering, is nog onduidelijk. Het typisch “Griekse’ ekklesiasterion wordt pas aan het eind van de 3e eeuw volgestort. Gezien de grote loyaliteit van Paestum ten opzichte van Rome is een geleidelijk veranderingsproces een plausibeler optie dan een radicale omslag. Zoals misschien wel opgevallen is, heb ik in deze scriptie bij het behandelen van de verschillende fasen elke keer gebruik gemaakt van aanhalingstekens. Dit heb ik gedaan omdat er mijns inziens nooit sprake kan zijn van een ‘pure’ cultuur. Als we bijvoorbeeld kijken naar culturele aspecten van een Griekse of Romeinse stad, dan zien we dat een groot deel van deze elementen is overgekomen van andere culturen. Ook moeten we er rekening mee houden dat een Griekse of Romeinse stad (of welke andere stad dan ook) niet enkel uit Grieken of Romeinen bestond. Er kan wel zonder problemen gesproken worden van een Griekse of Romeinse stad in het geval van topografische ligging. In de inleiding had ik mijn hoop uitgedrukt om ook nog iets te kunnen zeggen over de identiteit van de bevolking. Daarbij doet zich de vraag voor wat de materiële cultuur van de stad zegt over de identiteit van haar inwoners. De munten van Poseidonia met Poseidon en de legenda ΠΟΣ geven aan dat de locale identiteit belangrijk was. De bewoners van Poseidonia waren dus waarschijnlijk boven alles Poseidoniaten. Het rund op de keerzijde geeft aan dat ze zich tevens verwant voelden met hun moederstad Sybaris. Uit het feit dat Poseidonia in haar ‘Griekse’ fase in vrijwel al haar materiële aspecten nauw aansloot bij Griekse/West-Griekse poleis suggereert dat haar bewoners zichzelf mogelijk ook als Hellenes zagen. Dit is echter niet duidelijk: er bestaan ook andere verklaringen voor dit verschijnsel. Of de identiteit van de inwoners opvallend veranderde in de vierde eeuw v.Chr. (periode van ‘Lucanisering’) is onduidelijk. Na de stichting van de colonia latina in 273 bevonden werd er in Paestum Grieks, Oskisch en Latijn gesproken. Welke identiteiten deze gemengde bevolking zich toe-eigende, is op basis van de materiële cultuur moeilijk te zeggen. Afbeeldingen

Seite 32

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 1: De ligging van Poseidonia (uiterst noordwest) en Sybaris (in het oosten, vlak boven de hak).

Seite 33

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 2: Plattegrond Heraion bij de monding van de Sele. Figuur 3: Resten van het Heraion.

Seite 34

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 4: Plattegrond van Poseidonia/Paestum met de belangrijkste architectonische elementen. Figuur 6: Hera I.

Seite 35

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 5: Plattegrond Hera I. Figuur 8: Hera II Figuur 7: Plattegrond Hera II Figuur 10: Het Atheneion Figuur 9: Plattegrond Atheneion

Seite 36

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 11: De resten van de ‘Tempel van Vrede’. Figuur 12: De basilica.

Seite 37

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 13: Het heroön. Figuur 14: Het bouleuterion/ekklesiasterion

Seite 38

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 15: Het comitium Figuur 16: Het symposium uit de ‘Tombe van de Duiker’.

Seite 39

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 17: De schildering die de ‘Tombe van de Duiker’ zijn naam heeft gegeven. Figuur 18: Van boven naar beneden: munten uit 520 v.Chr. (incuus) en 474 v.Chr.

Seite 40

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 19: Van boven naar beneden: munten uit 430 v.Chr. 400 v.Chr. en 350 v.Chr. Figuur 20: Van boven naar beneden: munten uit 280 v.Chr. 264 v.Chr. 209 v.Chr.

Seite 41

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Literatuurlijst Bispham, E. 2006, Coloniam deducere: how Roman was Roman colonization during the Middle Republic? in G. Bradley & J-P. Wilson (eds.), Greek and Roman Colonization: Origins, Ideologies and Interactions, Swansea, 73-161. Bradley, G. 2006. Colonization and Identity in Republican Italy, in: G. Bradley/J.P. Wilson (eds.), Greek and Roman Colonization: Origins, Ideologies, and Interactions, Swansea, 161183. Brown, F.E. (1980), Cosa : The Making of a Roman Town, Michigan. Burke, P. 2009, Cultural Hybridity, Cambridge/Malden. Cipriani, M./A.Pontrandolfo/A.Rouveret, 2004, The painted tombs of Paestum, Salerno. Crawford, M. 2006, From Poseidonia to Paestum via the Lucanians, in: G. Bradley/J.P. Wilson (eds.), Greek and Roman Colonization: Origins, Ideologies, and Interactions (Swansea), 59-73. Fentress, E. (2000), Introduction: Frank Brown, Cosa, and the idea of a Roman city, in E. Fentress (ed.), Romanization and the City: Creation, Transformations, and Failures: Proceedings of a Conference Held at the American Academy in Rome to Celebrate the 50th Anniversary of the Excavations at Cosa, 14-16 May, 1998 (= JRA Suppl. Series 38), Portsmouth R.I., 9-15. Greco, E. 1996, Archaeological and historical guide to the excavations, the museum and the antiquities of Poseidonia Paestum, Taranto. Lomas, K. 1993, Rome and the Western Greeks 350 BC – AD 200. Conquest and Acculturation in Southern Italy, London/New York. Mertens, D. 2006, Städte und Bauten der Westgriechen: von der Kolonisationszeit bis zur Krise um 400 vor Christus, München.

Seite 42

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Pedley, J.G. 1990, Paestum: Greeks and Romans in Southern Italy, Londen. Sestieri, P.C. 1953, Paestum: the city, the prehistoric necropolis in Contaudo Gaudo, the Heraion at the mouth of the Sele, Rome. Skele, M. 2002, The Poseidonian Chora: archaic Greeks in the Italic hinterland, Oxford. Wilson, J.P. 2006, ‘Ideologies’ of Greek Colonization, in: G. Bradley/J.P. Wilson (eds.), Greek and Roman Colonization: Origins, Ideologies, and Interactions, Swansea, 25-56. Wonder, J.W. 2002, What happened to the Greeks in Lucanian-occupied Paestum? Multiculturalism in Southern Italy, Phoenix, volume 56, 40-52 Lijst met afbeeldingen Voorblad: Greco, E. 1996, Archaeological and historical guide to the excavations, the museum and the antiquities of Poseidonia Paestum, Taranto. Figuur 1: Greco, E. 1996, Archaeological and historical guide to the excavations, the museum and the antiquities of Poseidonia Paestum, Taranto. Figuur 2: Greco, E. 1996, Archaeological and historical guide to the excavations, the museum and the antiquities of Poseidonia Paestum, Taranto. Figuur 3: http://www.perseus.tufts.edu/hopper/ Figuur 4: http://campania.italy-trip.org/map-paestum.html Figuur 5: Greco, E. 1996, Archaeological and historical guide to the excavations, the museum and the antiquities of Poseidonia Paestum, Taranto. Figuur 6: http://www.perseus.tufts.edu/hopper/

Seite 43

Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)
Figuur 7 Greco, E. 1996, Archaeological and historical guide to the excavations, the museum and the antiquities of Poseidonia Paestum, Taranto. Figuur 8: http://www.perseus.tufts.edu/hopper/ Figuur 9: Greco, E. 1996, Archaeological and historical guide to the excavations, the museum and the antiquities of Poseidonia Paestum, Taranto. Figuur 10: http://www.perseus.tufts.edu/hopper/ Figuur 11: http://www.flickriver.com/photos/troise/2984500390/ Figuur 12: http://www.perseus.tufts.edu/hopper/ Figuur 13: http://www.perseus.tufts.edu/hopper/ Figuur 14: Greco, E. 1996, Archaeological and historical guide to the excavations, the museum and the antiquities of Poseidonia Paestum, Taranto. Figuur 15: http://www.perseus.tufts.edu/hopper/ Figuur 16: http://www.dirkcannaerts.be/klassiek/etrusken/poseidonia.htm Figuur 17: http://www.dirkcannaerts.be/klassiek/etrusken/poseidonia.htm Figuur 18: http://www.magnagraecia.nl/coins/Lucania_map/Paestum_map/Paestum.html Figuur 19: http://www.magnagraecia.nl/coins/Lucania_map/Paestum_map/Paestum.html Figuur 20: http://www.magnagraecia.nl/coins/Lucania_map/Paestum_map/Paestum1.html