Afficher le texte intégral10 pages
Page 1
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)phot. H. Wagner, Athene
Fig. 1. Het Heraion van Samos. Op den achtergrond kaap Mykale.
phot. H. Wagner, Athene
Fig. 2; De zuil van de
groote Hera-tempel.
Fig. 3. De fundamenten van de groote tempel.
Page 2
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)phot. H. Wagner, Athene
Fig. 4. De opgraving op een winterdag.
Fig. 5. De basis van het wijgeschenk, dat de
kunstenaar Geneleos maakte, direct na
de opgraving.
Fig. 6. De Geneleos-basis
op het oogenblik.
Page 3
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Bij ons op Samos
De Naukratousa vaart de Piraeus uit, en wij varen mee, op weg
naar de Duitsche opgraving op Samos. Tegen den avond vertrekken alle booten, die dienst hebben op de verschillende eilanden,
ongeveer allemaal tegelijkertijd, — naar Creta, Thera, Lesbos,
Samos, en zoo meer. Van uit de Piraeus verspreiden deze lijnen
zich dan als een waaier over de Aegeïsche Zee. Alle scheepvaart is
hier geconcentreerd op Athene; tusschen de eilanden onderling
bestaat nauwelijks eenige verbinding. Men kan b.v. van Samos
uit duidelijk Chios zien liggen, maar wie naar Chios wil, moet over
de Piraeus varen, en het kost hem op zijn minst vier dagen. En hoe
kunnen wij bij een langer verblijf op het onbewoonde Delos er niet
naar verlangen een bezoek te brengen op een naburig eiland, als
wij de verfijnde silhouet van Paros daar dagelijks vóór ons zien,
en het geweldige, massale Naxos; maar voor ons op Delos blijven
het onwezenlijke, verre sprookjes-eilanden.
Onze Naukratousa dan loopt de haven uit, en vóór ons uit vaart
een andere boot, de Arkadia, op weg naar Lesbos. Wij er achter
aan, — zien of wij hem voorbij kunnen stoomen. En dat lukt;
wij loopen zichtbaar in. Een spannende, serieuze race wordt het,
en alle passagiers op beide booten aan het toekijken! Iemand zegt
dan naast mij: „als dat de Arkadia is, dan begrijp ik het toch niet
goed; dat is immers zulk een bekend snel schip.” Maar wij blijven
inloopen, — zijn hem nu langs zij. Dan, juist op het moment van
onze triomf, klinkt opeens een schel getoeter op de Arkadia, —
hij zet volle kracht en schiet vooruit, ons voorbij, onder hoongelach van al zijn passagiers. En weldra zien wij alleen nog zijn lichtjes
in de verte.
Dit eeuwige wedstrijd-gevoel der Hellenen! Zooals wij van
Thucydides weten, dat de Atheners wedstrijd hielden, welke
triëre het eerst de Piraeus uitroeide, toen de vloot uittrok op de
noodlottige expeditie naar Syracuse. Het moderne Athene heeft
twee spoorlijnen, die van de Peloponnesus, en die van het Noorden.
Toen zij voor het eerst beide in werking waren, hielden de machinisten van de twee aankomende treinen wedstrijd, wie het eerst
zijn station binnen stoomde, onbekommerd om wissels en seinen
en dergelijke trivialiteiten.
Wie naar Samos vaart komt eerst langs het eiland Ikaria, en
de zee daar is in bijna voortdurende onrust. De Noordewind beukt
Page 4
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)de golven tegen het stugge rotseiland. Geen baai of strand is te
zien over de lange kustlijn; steile rotsen alleen, zóó ongevormd,
dat het eiland niet af lijkt, onvoltooid sinds zijn schepping. Dat
Ikaros’ ongeluk op zijn vlucht juist in deze grimmige omgeving
gelocaliseerd wordt, kan geen blind toeval zijn. — Ergens achter deze
geweldige rotswanden, met hun vulkanische, kantige lijnen hoog
tegen de lucht, moeten de dorpen op Ikaria liggen. Af en toe houden
wij stil waar een huis of wat zich heeft vastgeklampt tegen de rotsen
aan zee, en laden daar passagiers uit in roeibootjes. Bij een van
deze halteplaatsen fungeert er een pappas als bootsman. Er is hier
niets zonderlings in, als een geestelijke er op een of andere manier
een baantje bij heeft, om wat extra te verdienen. Ik ken een pappas,
die op zijn muilezel telkens naar een opgraving in de buurt kwam
gereden, waar hij de archaeologische photo’s maakte, want op de
opgraving was juist geen photograaf aanwezig. En ergens op een
dorp zei men ons: „als je een bezem wilt, koop hem dan bij de pappas, want die heeft het zoo noodig.” Zoo blijven deze geestelijken,
ondanks hun eerwaarde zwarte gewaad, en lange baard en hooge
mijter, dicht in het gewone leven staan. Zooals zij ook daaruit
direct zijn voortgekomen. Op een dorp waar een nieuwe pappas
zou benoemd worden, waren mededingers naar het ambt: de herbergier en de opzichter van de arbeiders op onze opgraving; waarbij de herbergier het won.
Na Ikaria komt Samos in zicht. Wij benaderen het van het
Westen en varen er langs de Noordkant omheen, langs zijn vruchtbare wijn-dalen, waarachter enkele hooge bergen, totdat wij in den
laten middag komen op de Oostkust bij het dorp Tigani. Dit ligt
op de plaats van de antieke stad Samos, waar detyran Polykrates
zijn burcht had. Van hier af is het een uur te voet langs het strand
naar onze opgraving, het groote heiligdom van Hera.
Als Herodotus over de Samiërs spreekt, weidt hij langer over hen
uit om de drie bewonderenswaardige monumenten, die zij hebben
gewrocht. Allereerst een tunnel door een hooge berg, waardoor
water van een bron in buizen naar de stad wordt geleid; architect
was Eupalinos, van Megara 1. Voorts een pier aan de haven in zee,
lang en diep. En ten derde een tempel, grooter dan alle bekende
tempels; waarvan de eerste architect was Rhoikos, een Samiër.
En voor ons is het nu, alsof de geschiedenis heeft stil gestaan sinds
1 Verg. Dr. E. Slijper, Herodotus’ bewondering voor techniek, Hermeneus V pg. 78.
Page 5
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Herodotus, want deze drie monumenten bestaan nog, en treden
ook nu nog als de belangrijkste bouwwerken op den voorgrond.
Het is nog dezelfde antieke pier, waarlangs onze Naukratousa nu
de haven van Tigani binnen vaart, waar de kaïks opeengedrongen,
boeg aan boeg aan de kade liggen. En de tunnel van Eupalinos
ligt nog juist zoo door de berg achter Tigani; men kan er door
loopen over een smalle galerij, langs de diepere schacht, waardoor
eens de waterleiding liep. En het is het heiligdom van Hera met
de groote Rhoikos-tempel, dat nu wordt opgegraven.
De eerste weken wonen wij in Tigani en varen elke ochtend naar
het Heraion met een barkje; dit wordt gejaagd door een sjofele
inboorling, die Polykrates heet. Mijn gastvrouw in Tigani bewoont
een van die ouderwetsche huizen, die feitelijk alleen uit één groote
kamer bestaan. In de hoek staat daar een houten rustbank, mijn
bed. Als ik dan wel ’s nachts wakker word, zie ik bij ’t maanlicht,
op de grond uitgestrekt, naast elkaar in een lange rij, de vrouw
zelf, haar twee dochters en ettelijke kleindochters. Homerische
toestanden.
Op het terrein van het Heraion treft onmiddellijk de domineerende ligging van het Mykale-voorgebergte, en hoe verrassend
dichtbij dus Klein-Azië ligt, met maar zulk een smalle strook zee
ertusschen; men zie fig. i. Het naar Klein-Azië gekeerd zijn van
al deze eilanden, Samos en Rhodos, Lesbos en Chios, dit zien
wij hier telkens weer als een openbaring — geographisch —
en vandaar eveneens staatkundig in de oudheid. Hoe deze eilanden dezelfde belangen hadden als de Klein-Aziatische Grieksche
steden, terwijl het moederland voor hen het achterland werd, daar
ergens in het Westen. En ook iets anders wordt ons hier duidelijk,
n.l. hoe willekeurig onze scheiding in werelddeelen is, Azië en Europa; terwijl naar het begrip der oude Hellenen de landen zich
scharen om de Aegeïsche Zee. Des te ongerijmder doet ons daarom
de tegenwoordige drastische scheiding aan tusschen Griekenland
en Turkije, — Klein-Azië voor de Turken en het vasteland van
Griekc -niand en de eilanden voor de Grieken. En wie dus van Samos
naar Mykale zou willen overvaren, op die wordt geschoten, voordat
hij ginds de kust bereikt. Maar er schijnt voorloopig niet anders
op te zitten, sinds de troebelen van Smyrna in 1922, dan om Turk
en Christen rigoreus gescheiden te houden.
Het Samische Heraion is een van de belangrijkste opgravingen,
omdat het terrein van praehistorische tijden af tot nu toe voort-
Page 6
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)durend weer bebouwd is; eeu vau de belangrijkste, maar tegelijk
de ingewikkeldste. Wij zien hier voor het meerendeel slechts de
fundamenten van al deze gebouwen boven en door elkaar, die
elkaar bedekken, of doorsnijden, of vervangen. Allereerst is er
een uitgebreide praehistorische stad gevestigd geweest. Daarop
wordt dit terrein in beslag genomen door het heiligdom van Hera;
van de sub-Myceensche periode af tot in Romeinschen tijd toe
volgen daar gestadig op elkaar — steeds grooter in omvang —
een tempel met een altaar ervoor, omgeven door heilige gebouwen
en wijgeschenken. Dat het heiligdom oeroud is, bewees al de legende, dat de godin Hera hier geboren was, onder een λàγοσstruik, de ligarià, die ook tegenwoordig hier nog welig groeit. Op
dit heilige terrein wordt daarna in de Byzantijnsche tijd een
groote kerk gezet; rondom komen woonhuizen, en een Byzantijnsche straatweg leidt naar de stad, gebouwd over de antieke heilige
weg. In de XVIde eeuw wordt deze basilica vervangen door een
kleinere kerk, en tenslotte volgt in 1795 een derde, die nog in onzen
tijd in gebruik was, en plechtig is ontwijd, voordat met deze opgravingen werd begonnen. Want deze kerk moest eerst afgebroken
worden, voordat men dieper kon gaan graven. Op fig. 1, in het midden, is te zien, dat de apsis voorloopig nog overeind staat.
De belangrijkste periode voor de wetenschap, en ook stellig die
van de hoogste bloei, is de archaïsche geweest, met zijn twee opeenvolgende, groote tempels. Zij getuigen van de welvaart en kunstzin van het Samos van Polykrates. De vroegste van deze twee
tempels is die, waarvan Herodotus ons vertelt, dat hij door Rhoikos is gebouwd; maar Herodotus zag zelf de tweede, die in even
groote afmetingen werd opgericht, nadat de Rhoikos-tempel door
brand vernield was. En zijn grootte is inderdaad bewonderenswaardig: zijn afmetingen bereiken bijna het dubbele van die van het
Parthenon te Athene. Op fig. 2 zien wij zijn fundamenten, en de
eenige van zijn zuilen, die nog overeind staat. Naar deze zuil wordt
de streek en het gehucht hier aan zee tegenwoordig nog „Kolonna”
genoemd. In zijn Voyage du Levant bezocht Tournefort Samos in
1702, en vertelt, dat deze zuil oorspronkelijk nog eenige trommels
hooier was. Maar de Turken dachten, dat er schatten aan goud
en zilver in verborgen lagen, en schoten er dus op met kanonnen
vanuit hun schepen. Een paar trommels vielen daardoor aan
stukken, en de overige kwamen zoo schots en scheef op elkaar te
staan, als wij ze nu zien.
Page 7
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Deze groote tempel is nooit voltooid geworden; b.v. zijn op de
overeind staande zuil nog geen cannelures aangebracht. En treden
om den tempel binnen te gaan hebben oorspronkelijk ook gemankeerd ; totdat de Romeinen later een trap langs de voorzijde hebben
gebouwd. Het heiligdom, dat in Hellenistischen tijd een periode
van verval blijkt te hebben doorgemaakt, is door de Romeinen sterk
geprotegeerd en zoo weer tot bloei gebracht. Daarvan getuigen, behalve hun werk aan den tempel en het groote altaar, verschillende
gebouwen: thermen en villa’s; en talrijke wij geschenken, o.a. een
„exedra” met de namen van de beide Cicero’s, Marcus en zijn
broeder Quintus.
Bij den bouw van de tweede groote tempel werden in zijn fundamenten tallooze resten van de verbrande Rhoikos-tempel verwerkt. Een voorbeeld hiervan geeft fig. 3. De bovenste marmeren
hol-ronde schijf links (die waarop de scherven liggen), en een tweede
rechts, zijn beide de „trochilus”, waarop een bol-ronde „torus” lag,
en daarop stonden dan de trommels van de zuil. Alles wat onder
deze trochilus ligt, is dus fundament. En daarin zien wij nu onder
de linker trochilus een horizontaal gecanneleerde torus liggen. Deze
is van fijne kalksteen, en behoorde tot de Rhoikos-tempel.
Een van de kleine vondsten uit de Rhoikos-tijd was bij de opgraving een bronzen waterspuwer in de vorm van een leeuwekop,
waarop een kikvorsen zit ; een geslaagd symbool van de drassigheid
van deze laagvlakte, waarin het Heraion ligt. En wat wij dan telkens
weer met bewondering overleggen is, hoe de architecten het aandurfden, om op dit drassige terrein zulke geweldige tempels te
zetten. Wij weten, dat Theodoros (een tweede bouwmeester van
het Heraion, die er ook een boek over uitgaf ) bij den bouw van de
tempel van Ephesos daar aanried, om een laag houtskool onder de
fundamenten te leggen, als middel tegen de vochtigheid van den
bodem. Hij moet hiervan ondervinding hebben gehad bij het
Samisch Heraion. Tegenwoordig staat de opgraving ’s winters en
in het voorjaar constant onder water, zooals op fig. 4 te zien is.
En de ligaria-struiken en het riet schieten overal op tusschen
de antieke resten. Men zie ter vergelijking twee photo’s van de
Geneleos-basis. Fig. 5 1, zooals hij er uit zag, direct nadat hij was
opgegraven, schoon en netjes; en fig. 6, zooals ik hem nu zag liggen
tusschen de struiken. Dit is het voetstuk van een Vide eeuwsch
1 Overgenomen uit M. Schede, Zweiter vorläufiger Bericht über die Ausgrabungen auf Samos, Taf. XII.
Page 8
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)wijgeschenk, het voornaamste aan de heilige weg, die aan weerskanten met wijgeschenken omgeven was. Op deze basis stonden
een rij ongeveer levensgroote beelden, een zittend en een liggend
op de uiteinden, waartusschen vier staande. Van deze figuren zijn
er drie teruggevonden: de liggende, de zittende en een van de vier
staande. Op deze zittende vrouwefiguur staat de naam Phileia gebeiteld; en de naam van de staande is Philippe. Bovendien staat
op de mantelzoom van Phileia nog het opschrift van den kunstenaar: ons heeft Geneleos gemaakt (ηµασ εποιησε Γενελεωσ). De
beelden van Phileia en Philippe waren beide ingemetseld in muren
van laat-Romeinsche en Byzantijnsche gebouwen, die boven de
archaïsche ruïnes waren opgetrokken. Daaraan hebben wij het te
danken, dat zij zoo goed voor ons zijn bewaard gebleven, zooals
trouwens ook menig ander antiek beeld. B.v. waren de gevelbeelden van de groote Zeus-tempel te Olympia gebruikt als vullingsmateriaal voor een Byzantijnsche vestingmuur; en de ramdragende
kolos van Thasos vond men daar op de Acropolis in een Romeinsche
muur ingemetseld.
Het gehucht Kolonna stond in het begin van den zomer nog
onbewoond, maar nu na den wijnoogst trekken zij uit de dorpen
in de bergen weer tijdelijk naar de kust, om de wijnvaten te verschepen. En dit is voor ons het oogenblik, om ook van Tigani
naar de hutten van Kolonna te verhuizen; uit de bewoonde wereld
naar de eenzaamheid. Dit houdt in: een zich los maken van alle
overbodigheden in het dagelijksch leven, een overboord gooien
van alle moderne comfort. Een leven, zooals de antieke Hellenen
het dagelijks leidden in den tijd, toen zij de groote Rhoikos-tempel
bouwden. Zooals Zimmern het definieert, waar hij spreekt van de
toestanden in het Griekenland van Herodotus: being civilized without being comfortable. Wij staan op, als het morgenrood achter
Mykale begint te gloeien; wij gaan eten, als de schaduwen op zijn
kortst zijn, en als de zon achter de heuvels zinkt, houden wij op
met werken. Wij eten zwart brood en boonen en druiven; als er
toevallig gevischt is, ook nog visch of octopus. Ik slaap in een
hut, die feitelijk een schuitenhuis is. Achter de schuit staat mijn
bed, een ruwe bank, en in de boot slaapt onze kookvrouw. Onder
mijn bed ligt een zak uien, waarop de poes komt slapen. Vensters
ontbreken; in de deur is onderaan een kleine opening, waardoor de
kippen in en uit kunnen loopen. Al ons hebben en houden hangt
aan de balk tegen de zoldering; vandaag hangt er ook nog een visch
Page 9
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)aan een spijker, en daar onder staat een lekbakje op de aarden
vloer.
Op een andere opgraving, die wij hielden in een geheel onbewoonde
streek, huisden onze arbeiders in grotten tegen de rotsen. Je zag
dan wel ’s ochtends rood-bonte dekens over de struiken in de
^ zon hangen, en wist dan, dat er daar dus de opening van een grot
in de buurt was. Op diezelfde opgraving gaven de arbeiders een
weekblad uit, met een serieus feuilleton over den tijd, toen de goden
van Hellas nog in hun tempels woonden; en daarnaast grappen in
den geest van Punch, en karikaturen van de diverse archaeologen.
Ik stelde mij dan wel eens voor, hoe Hollandsche arbeiders bij dergelijke omstandigheden zouden hebben gereageerd. Of zij met de
grotten genoegen zouden hebben genomen, en of zij de krant zouden
hebben gepresteerd? Being civilized without being comfortable.
Het geen waarde hechten aan weelde en overdaad heeft de
Hellenen altijd gekenmerkt. Zie Solon bij Croesus: het geluk schuilt
niet in materieele dingen. Maar ook aan normaal, beperkt bezit
hangen zij niet, en comfort telt niet mee. Zooals bijv. de Atheners
in 480 bij de nadering der Perzen hun stad verlieten, en kampeerend
op Salamis het aan moesten zien, hoe hun huizen en tempels in
vlammen opgingen. Welke Noordelijke stad zou dit zoo over zich
hebben laten gaan?
Zoo voelen de Grieken. Maar wij zelf? Een weldadig intermezzo
is het voor ons, om te ondervinden hoe weinig een mensch maar
noodig heeft. Een revenir à la nature. Maar juist omdat wij dit
zoo gedefinieerd en bewust beleven, behoudt het zijn karakter van
reactie, wordt het nooit iets wat wij vanzelfsprekend aanvaarden.
En dit karakteriseert ons heele leven hier. Niet slechts ten opzichte
van deze eenvoud, maar onze geheele wijze van ingesteld zijn
tegenover dit goddelijke land. Als wij in de middaghitte onder een
olijfboom zitten te staren naar de bergen aan de overkant, scherp
omlijnd tegen de heldere lucht, en naar de diepblauwe zee aan hun
voet, dan bewijst onze intense, waakzame bewondering juist, dat
wij hier niet thuis zijn; en dat wij nooit wennen zullen aan al deze
kleuren en felle contouren onder het schelle zonlicht.
Wij zullen hier nooit wortel schieten, wij van het Noorden. En
het is den onzen altijd zoo gegaan. Toen in de Middeleeuwen de
Frankische ridders deze landen hadden veroverd, was Otto de la
Roche „Sire d’Athènes”, en hij had zijn burcht op de Acropolis;
Page 10
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)maar op zijn ouden dag gaf hij het er alles aan, en trok met zijn
zoons terug naar zijn slot in Bonrgondië.
Wij van het Noorden — wij blijven hier gasten en vreemdelingen.
Athene.
C. H. EMILIE HASPELS.
Nog een vers van K. P. Kaváfis
(Zie Hermeneus — Maart 1934)
Letterlik overgezet in proza luidt dit:
BEDE.
„De zee nam in haar diepten een zeeman. Zijn moeder, die er niets
van weet, gaat vóór de Heilige Maagd een lange kaars aansteken,
opdat hij snel terug moge keren en het weer gunstig moge zijn; en
voortdurend luistert zij aandachtig naar de wind (richt zij haar oor
op de wind). Maar terwijl zij bidt en smeekt, hoort de ikone haar
aan, ernstig en bedroefd, wetende dat de zoon, die zij wacht, niet
meer terug zal keren.”
Naast vele rijmloze verzen, schreef Kavafis er ook sommige met
een zeer vernuftig rijm, dat dan vaak bestaat in het gebruik van
homoioteleuta, als in het hier afgedrukte vers. De twee laatste
(kerí, taftí) of drie laatste (anáfti, imèni) lettergrepen van de beide
regels van elk couplet zijn dan geheel of bijna geheel (1e couplet)
aan elkaar gelijk in klank, terwijl de betekenis geheel verschillend
is. Dit geeft aan dit en aan dergelijke gedichten een biezondere
charme, en vormt iets als een vers-techniese tegenstelling tot de
biezonder sobere wijze van mededelen en de zeer eenvoudige
woorden, die de dichter hier koos. Hierbij zij opgemerkt dat juist