Van Pythagoras mocht ik weer geen bonen eten

Auteur
Bloem, R.
Publié dans
Bulletin
Année
1999
Sujet
BEANS
Langue
Nederlands
Catégorie
C6 Langue et littérature
Numéro d'archive
1517

Ouvrir le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)

Afficher le texte intégral6 pages

Page 1

Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)
28 (Issue 266-267), 1999, 27-33 (7) Rein Bloem Van Pythagoras mocht ik weer geen bonen eten Over de ‘kosmische’ gedichten van Dér Mouw De psychologisch gegronde twijfel aan de intellectualiteitvan onzewereldbeschouwing...aldus de dichter en classicus met een passie voor wiskunde, logica, astronomie, filosofie en wat niet al. In 1905 stelt hij: ° Wie beweert, dat een logische af relie sursis ling nuchter moet zijn, kent niet de charme van wiskunde, kent niet de heerlijke gratie, die een mathematicus van smaak, misschien zonder het te weten, kan brengen in zijn voordracht. Dat is een polemische zin, gericht op de Hegeliaan Bolland, die afgemaakt wordt omdat hij geen taalgevoel heeft, laat staan beeldspraak: ‘Hoe kan hij het diamanten net van begrippen weven (Mocht u de humor-en de-poézie wel, maar de gai saber niet helemaal volgen, moet u weten dat scaphand zwemgordel betekent en Djaggernaut de reusmiskraam?' De aanvaller-beschikt kennelijk wel over die gaven en houdt namens Busken Huet de filosoof voor: Wie van natuur niet natuurlijk is, moet het door de kunst trachten te worden...en daar zal Bolland nooit achtige wagen van Krishna is, waaronder de begeesvoor ik mij tot zijn Pythagoras c.s. zal wenden: Wanneer we dus zitteri te philosofeerenin onzen eigenstoel, hetzij hij verstandig vaststaat, hetzij redelijk nooit vergeten; dan graven we, zco diep als we kunnen, inonszelf, om dewortels te vinden, waaruitonze gedachtenbloemen haar leven zuigen. En als we een BLOEM,R. onwaarschijnlijk, dat het z66is. in zinnen, waaraan glaskralen rinkelen uit een keraan toe komen! Juist dat is onze alleskunner Johannes Andreas Dér Mouw -hij is het -volledig gelukt, zowel in poézie als wetenschap, waarvan ik nog een voorbeeld zal geven, \SY ayy wijsgeerigen neus op, om te speuren naar poffertjeslucht. En wanneer we niets verdachts hebben gevonden, volgen we de voetsporen van del logika, van del rede; en als we dan willen zeggen ‘ja, zoo is het,’ dan herinneren we ons de macht van het onzichtbare; en we denken aan den oermensch, die gisteren offerde aan zijn goden. En we luisteren naar de gonzende viucht van den tijd. En dan glimlachen we met een ernstigen en gelaten lach. En dan zeggen we: ik kan het nù niet andersinzien; het lijktme voorloopig niet zwakke gevoelsrimpeling zien op de regelmatige deining van onze gedachtenbeweging, dan duikeri we gescaphanderd met zelfkennis onder het opperviak om de onderzeesche strooming te ontdekken, die misschien de richting van den golfslag beheerscht. Feller nog dan de jacht op waarheid wordt de jacht op terde volgelingen zich soms voor de wielen werpen) Adwaita - hij die de tweeheid te boven is of de-nietmeer-twee-zijnde of de tweeheidloze, kortom: Brahman ~ heeft vanaf 1913 tot en met zijn dood in 1919 als zijnde bevlogen, gewijd aan de twee delen Brahman, meer dan vijfhonderd bladzijden poézie, uitgegeven door W. Versluysin Amsterdam (1920). Opzoek naar Pythagoras maakikalleen gebruikvan die prachtige paarse boekdelen, zonder de latere dissertaties, beschouwingen en het verzameld werk te raadplegen en zelfs laat ik de oude spelling intact. Op de eerste (vergeelde) bladzij staat het motto: DAT ben jij. Op naam van Chanclogyopan en uitgewerkt door Brihadärananyakopan; ik heb de moed niet om die op te zoeken en citeer alleen de laatste zinnen, ter kennismaking;: Ja, vreesloos is het Brahman. Ja, tot dat vreesloos Brahman wordt, wie dat weet. Dichter bij huis is het hier op volgende kerkelijk lied van Angelus Silesius, een van zijn Heilige Seelenlust hetgeen ons die waarheid waar doet vinden. We spitsen deooren: hoordenwe daar niet denverren donder oder geistliche Hirtenlieder der in ihrem Jesum vervan den wagen van Djaggernaut? En we steken den regelige strofe, omdat de beurtzang groot en klein liebten Psyche (1677). Ikbeperkme tot deeerste twee-

Page 2

Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)
(grote en kleine terts) de quintessens van Dér Mouws levenswerk is: Dat de omtocht van mijn sterrevolken leidt, > En meteoren en kometen smijt, Schertsend, door t statig rythime van tt heelal. Ich bin so grosz als Gott: Er ist als ich so klein; Er kan nicht über mich, ich unter Ihm nicht seyn. Het is niet goed mogelijk de zoektocht in de reeks van zevenentwintig gedichten stap voor stap, sprong voor In het eerste deel van BRAHMAN gaat het vooral om een leerproces dat bevrijdend werkt en om herinneringen aan de kindertijd, vooral aan moederlief. De wetenschap komt pas na honderd bladzijden aan de orde in de reeks IN DE HOOGTE, een vermetele reis sprong te volgen. Toch is het vallen en opstaan, het uitstellen en terugkoppelen de belangrijkste werkwijze van Der Mouw. Elk gedicht is in beweging, hoe stil het ook op de pagina staat met steeds een liggend streepje ter afsluiting; We hebben te maken met een langs de beurtelings heldere en nevelige melkweg en de geest van de wereld: complexe partituur, de harmonie der sferen van hoog tot laag en da.capo. Dat brengt ons tot de geleerde Pythagoras, niet bij name genoemd maar volop aan- Groteske kunstemaker; opgestegen wezig Weliswaarwordtzijn theorema(a2+b? = c?) niet In'tcirkus Wetenschap naar slappe draad als planimetrie, de vlakke meetkunde, ter sprake ge- Van logika, danst ijv'rig en kordaat De menschengeest om Waarheid's licfdezegen: - bracht, maar de symbolen zweven heldervoor ogenin En, gracelijkjongleerend akrobaat, Houdt hij aan puntige apperceptiedegen aan kunje Pythagoras herkennen: het experiment met de gespannen snaar waarop de kwart en quint en oc- Het kennisfruit, het vooze, aaneengeregen, Telkens in leege wanhoop neergezogen, Telkens opklout'rend, doet hij opgetogen Voor Haar en voor zich zelf, dubbel publiek; taaf welluidend worden aangegeven in de verhoudingen 3/4, 2/3 en 1/2 én de getallenmystiek, waarin de diepste oorzaak, de oorsprong van het zijn verborgen ligt (zie EJ Dijksterhuis, De mechanisering van het we- _ reldbeeld, 1950). De geheimtaal van de Egyptenarenen wichelaar Trismegistus draagt ook een steentje bij, En telkens in vlijmende zelfkritiek maar de zielsverhuizing komt hiernog nietim frageen _ water aan schortisde scherts; wat dat betreft moet Der de oneindige sterrenwereld, waar de planeten hun wetmatige gang gaan. Getal en Muziek en Magie; daar- Of zich Haar sterretrots verbidden laat. Ziet hij zich slaaf van onopgeef baar pogen, Mouv zijn eigen bonen doppen. Ondanks alle wetten Op zel fverachting trotsch, van walging ziek. van het sonnet, de regelmaat van zijn lettergrepen en de jamben en de trochaeën, swingt zijn vers als dansmuziek, het durftonverwachte, hilarische uitspannin- Drie sonnetten verder zijn we waar we wezen moeten: gen aan, zoals de mug op het hellende vlak. Er doen over de wijsgeer met kloosterallure veel ver- Maar 'k danste 'tlielst volgens wiskund'ge wet: Door 't x-ij-vlak zwierde ik horizontaal, En dan met lucht'ge sprongen, vertikaal, Zweefde als een mug ik op en af langs z: halen de ronde. De mij welbekende Pierre Bayle verteltin zijn Dictionnaire Historique et Critique (eind ze-* ventiende de eeuw) twee versies aangaande de bonen die Pythagoras om verschillende redenen- piekerend Zich weven zag 'k uit schimmig lijnennet aanbad en haatte: De oneindigheid tot kronkel van spiraal: Het teeken van de almachtige integraal Heb 'k, toov'nuar, steeds met trotsche krul gezet. 1) zij lijken op kloten . 2) zij lijken op de poorten van de hel omidat zez geen knopen in hun stengels hebben- 3) zij zetten aan tot wellust . . 4) zij zijn gelijk aan de aard van het heelal Huiv'rend zag 'k staan in de ommezwaai van de nacht De Menschenzoon, priester van God's geslacht, 5) zijworden gebruikt bij verkiezingen (witte en zwarte), weg met de democraten. . . Ov'ral aanwezig heerscher, het Getal,

Page 3

Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)
Er is ook iets tweeslachtigs bij de dood van de door de Crotoniaten opgejaagde aristocraat: hij vluchtte uit zijn in brand gestoken huis, lwam bij een bonenveld, wilde de aardvruchten niet vertrappen, keerde terug en kwam om in de vlammen. Of Adwaita dat allemaal geweten heelt? Que-Sais-Je. Maar zijn bonen smaken naar meer. Het hoogte- en contrapunt van de reeks is ongetwijfeld: Jouw zenuwen, spieren, pezen, botten, knurven Trilden, waar valsch uit de afgrond van 't verdriet Waanzin de half gewilde val bespiedt, 'K zek "Wat? Zou je niet kunnen? Of -niet durven? In het tweede deel van Brahman spelen Pythagoras en een hagedis de hoofdrol, dat wil zeggen datze een-errdezelfde zijn, een geval van metempsychose; de zielsverhuizing die in het eerste deel al voorzien is. Dé Schaam jij je dan voor Plato's gletschers niet? kroon op het werk is de reeks ‘DAT BENJIJ', honderdì Maar ik, ik greep je stevig bij je lurven: Vooruit! Ik maak tot straatweg van graniet tachtig strofen (twee op één bladzij), nu eens geer. De draadl” En grac'lijk gleed je over de curven. Jou gaf, als *t scheen dat duizeling je neertrok, sonnetten maar een origineel ontwerp: zes regels van zeslettergrepen plus tweeinspringende regels van viji met een rijmschema datin alle strofen gelijk is om Ik een oneind'ge reeks als balanceerstok, aaa, b, ccc, b. E, TI, Maclaurin of 't binomium: Dus: Niagara, onder schomm'lende vionder, Stortte de wereldloop zijn eeuw’ge donder Jou gaf, Blondin, ik 't aequilibrium. Zilv'rig drift over mij Alleen al de rijmen mogen er wezen, maar de acroba- En warm en zalig ligt tiek van de dubbelgangers -ik, ik; tk, jij -en de diverse In 't zomermorgenlicht bekendeen onbekendemedespelers.. datovertreftal- Ginds 't blauwe vergezicht, 'K zit klein op groote hei. Een wolkje, spits voorbij: T lijkt net een vischje. Hier 't hagedisje. les. Frôhliche Wissenschaft: het grondgetal van het natuurlijke logaritmestelsel; de irrationele Pi, de Schot Maclaurin die zich bezig Hij zit naast me op de grond: hield met de wisselvallige getijden; de formule ex bi- "K zie de oogjes, klein en rond; nis nominibus, (x + y) tot de nde macht, waarin x en 'K zie flitsen om zijn mond y twee willekeurige grootheden voorstellen en n elk positief of negatief, geheel of gébroken getal betekent Een dubbel haartje; In 'tzand, zoo lekker heet, (Newton), bent u er nog? Pythagoras’ opvolger Plato metzijnverbinding van ideeén en materie en tenslotte Ligt *t lijfje, plat en breed; Zijn vogelkopje weet de fameuze koorddanser Charles Blondin die over de Niet 't muizestaartje. Niagara liep, als het zo uitkwam op stelten!

Page 4

Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)
regels van zeven lettergrepen ontbij het natellen waart, moet bedenken dat stomme e's, gevolgd door betoonde klinkers, er niet toe doen; wiskundigen kunnen gerust zijn: ... me op... ...de oogjes... ja hier mag volgens het woordenboek wel uit een zak met bonen geteld worden!) Acht verkleinwoorden, dat telt. De kijker en de lezer worden met de neus op de aarde gedrukt. Zelfs de Leunend aan wereldas, Mijmert Puthagoras, Of op zoo'n stolp van glas Zijn twee kwadraten, “-'K neem aan, behoorlijk klein Is elke driehoekslijn Gelijk aan 't derde zijn In viaktematen? hemel wordt microscopisch bekeken. Dat zal niet zo blijven, want klein en groot spelen in de Brahmaanse optiek krijgertje of wisselen stuivertje. Daar kunnen we zeker van zijn, het muisje zal in de sterren een staartje hebben. En dat wolkjein devorm van een visje is er ook niet voor niets, wie kent niet het beeld Foma- Daar is hij dan, de wiskundige met zijn theorema,& vreemde vogel is gevangen onder een stolp. Maar van de weeromstuit hebben we de directe re onderbroken en u de grootste verrassing onthoudtn daar komt zij: j haut, mond van de vis, de ster van eerste grootte die zich slechts weinig boven onze horizon verheft. Via een kerkje, een berkje, jeugdherinneringen, oudejaarsavond, de sputterende oliebollen, het penduletikken van de staande klok waardoor het kind schrikt en moeizaam slikt, een troostend grapje (van moederlief ongetwijfeld) en tenslotte ‘Een lekker hapje’... stijgen wij onverwachts in flitsende vaart met De leer: Een kromme is recht, Logisch bezien, is slecht. En Venus komt en zegt: “Vergeef, cher Maltre, Dat ik u stoor. Wilt u Langs Melkweg-avenue Leiden -*t wordt koeler nu Een bal champétre? Der Mouws aeroplaan hemelwaarts: Ik weet, nog kort eerst bent U sferendirigent, BRAHMAN, die alles bent, Mijn Zelf, mijn wereldtent Maar Isis’ leerling kent Alle magieën Van almachtig getal: Mij dunkt, uw wijsheid zal Vol trouw balancement Van stersystemen: a Groot hangt in dubble baan Mijn witte Melkwegvaan, Toov'ren uit hol kristal Dansmelodieén. Waarop ik trotsch zie staan Zijn, mijn emblemen. . . Uiteraard kan de held hetantwoord niet schuldig bl; ven, hijneemt de uitnodiging aanen toont de schoor Voorlopig komt er geen verkleinwcord meer aan te pas, het zijn de grote namen en begrippen diemet een ste ster wat zij verwachten kan: telescoop bekeken worden: de Sterrekronen, de Zaligen, de Groote Beer, de Lier, de Alpha en deOmega, het Mysterium magnum aetherium, Kosmisch trapezium, Orion, de Lichtwolkenfeetrie vol Cohinoren Mijn cijf'ren dirigeert Uw zwaai: u balanceert Op de afgrond. "T lijkt, u veert Omhoog, zinkt onder. — (die schitterendste diamanten), Arion, Pindarus en _ Uw levend mozatek Plato maken hun opwachting, de Zijnsformulevalt en dan: . Planeert op dubble wick: Wiskunde en dansmuziek Van sferendonder.

Page 5

Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)
Van zichzelf vervuld weet hij van geen ophouden: zenhagedis), de ene mythe na de ander, kortom wie en wat niet. Met staf van integraal Wenkend door wereldzaal, Ik -kosmisch admiraal, U - mijn flottille, Dan valt plotseling het doek en in de avondzon staat de dichter op: Zoo dat Orion schreit Trouw zie ik 't kerkje staan; En door de oneindigheid Roept: ZIE! DE MAGIER LEIDT ZIJN LICHTQUADRILLE!"- Als aardsch geluk vergaan Is 't wolkenvischje. Na eeuwig aogenblik Kosmosen Komedie, grandiozer kan het niet, iets van die aard kom je nooit te boven. Vij[ bladzijden lang dendert de dichter door, de mo- T wordt laat al; ik moet gaan. ‘In tijdloos wereld-Ik Zorg ik, dat 'k niet verschrik Het hagedisje. noloogisnauwelijksmeer aan dewijsgeertoe te schrijo ven. Als de serenade uitgezongen is komt Venus, als Draaiende Venustol, cok aan bod en ontplooit zich een wereldwijde orgie, waarin beiden aan hun trekken komen: Uitwent'lend sferen glas Roept, of "teen gam’lang was, Magier Puthagoras Oerzang van Isis: Orkest van klokken gonst, Klankklomp op gongklank bonst, Wild aphrodisisch. CODA Het lijkt op volstrekte rust: geen schaduw meer te zijn van de schim die aan zichzelf vooraf ging, zich vervallen is gebleven. Wat had er dan zo veranderd moeten zijn - Wegzijn, tot smaragdhagedis De toegift van een ‘geil orgasme" laatikwegens tijdgebrek achterwege en zoek de kleine terts weer op en bezworen: doodstil via de Negende - “DER CHERUB STEHT VOR GOTT./ NU BLIJDE,WEET U LOT:/ EENS WIJDT UW LEED U TOT/ EEN LICHT VOOR DE EEU- WEN.” -krijgen we weer grond onder de voeten: het flitsend. Ik had het kunnen weten; maar zo heeft het zich gewild. Zo heb ook ik het gewild. hagedisje komt even in beeld : [Hans Faverey, uit de reeks ‘Te Vroeg’ in de bundel Stil ligt in "t zonnetje Lichtval] Mijn compagnonnetie, Langwerpig tonnetje... Deze vereenzelviging dicht hij ook toe aan de Euchloé Na veel vijven en zessen komen we op het uitgangscardamines, de peterselievlinder en zijn schilder Adriaen Coorte. Dat doet mij natuurlijk denken aan Dér Mouws ontpopping: punt terug, We nemen vol eerbied afscheid van Plato en Pindarus, wuiven in het voorbijgaan naar Vergilius, Strauss, Orpheus, Zarathustra, Kant, Don Juan, Origenes, Faust, Tijl Uilenspiegel, Shakspere (zonder drukfout), Beethoven, Mozart, ene Donati, de grote Maar 'k zelf dan, rups eerst? -Ja, Ik ben Geometra Papilionaria, Newton met zijn n-de macht van atb, een saurier (reu- De spanrupsvlinder.

Page 6

Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)
Onze hagedis leeft zowel als sterrenbeeld (op het noordelijk halfrond) en op de bodem van de hemel. Pythagorasis de middelaar, Faverey en Der Mouw kijken samen naar de sterren, maar beproeven de smaak van de aarde. Wisselende krijgskansen: zonsverduistering Naar de sterren kijken en niet zien wat je voor de voeten Ik ben het immers zelf: dejager die mij opjaagt om te kunnen samenvallen met mijzelf... Die regels uit hetzelfde gedicht (in ‘Zijdenkettingen’) zouden op het lijfvan Dèr Mouw geschreven kunnen zijn. Niet op dat van de rare kostganger Pythagoras, die zijn leerlingen verbood te eten op een wagen, te zitten opeen buisvan aardewerk, een palm te planten, wel linnen maar geen wol te dragen en hen gebood zich van alles wat lekker is te onthouden. komt. Aan dat gedicht van Faverey ontleen ik de titel van mos. In de grond van de zaak moeten we die twee snaakse smaakmakers beschouwen als volleerde boneneters, mijn caleidoscopische Passion. Rein Bloem{ 1932) is dichter. Zijn loalsivarschenen bundelszia De troost von de pelgrim (1 997Jen Roman [1998].