Afficher le texte intégral7 pages
Page 1
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)i,
i ul Pr
Va PA
Sybaris
De Griekse kolonie Sybaris, eens gelegen aan de oostkust van het
tegenwoordige Calabrië, bezat een spreekwoordelijk rijkdom. Allerlei verhalen over de levenswijze van de bewoners van deze stad
hebben tot gevolg gehad, dat de uitdrukking ,,sybariet” nog steeds
gebruikt wordt voor een weelderig, luxueus type. Sommige van
deze verhalen kunnen op waarheid berusten, zoals die over het verbod voor lawaaierige ambachten om zich in de stad te vestigen,
anderen zijn later verzonnen en van caricaturale aard zoals de
volgende: een man van Sybaris, die op het land arbeiders aan het
werk had gezien, zei tegen zijn vrienden dat hij van deze aanblik
een breuk had gekregen; waarop een van hen antwoordde dat hij
van dit verhaal een pijn in zijn zijde had gekregen !.
In werkelijkheid was deze plaats door een bijzonder gunstige
ligging gezegend; in een vruchtbare vlakte, aan de monding van
een waterrijke rivier, die de opbrengst van de omgeving door bevloeiing kon verhogen, zodat in verhouding tot vele van de steden
van het Griekse moederland, hier inderdaad van rijkdom kon worden gesproken.
De zuidelijke nabuurstad Croton was in de Griekse wereld vooral
bekend door zijn goede athleten. Milo van Croton had zelfs zes maal
(voor het eerst in 532 v. Chr.) een overwining behaald in de Olympische spelen.
Een groep rijke ballingen, die door een volksoproer in 511 uit
Sybaris waren verbannen, zocht asiel in Croton. Op aanraden van
Pythagoras, die sinds + 20 jaar daar vertoefde en blijkbaar invloed
op staatszaken uitoefende, werd dit verzoek ingewilligd en een
conflict tussen beide steden was nu onvermijdelijk ?.
‘Onder aanvoering van de athleet Milo, die met zijn Olympische
kransen getooid en met leeuwenvel en knots als Heracles ten strijde
trok, werd het leger van Croton overwinnaar over de veel grotere
strijdmacht van Sybaris. Een anecdote, die past in de sfeer van
Sybaris, verrijkt het verhaal van de strijd. De paarden van de
ruiterij in Sybaris waren erin geoefend om bij fluitspel te dansen.
De Crotoniaten lieten nu, toen de legers elkaar genaderd waren,
hun fluitspelers de wijs blazen, die de paarden van Sybaris kenden,
' Athenaeus 518 C, D.
? Diodorus XII, 9.
Page 2
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Sybaris
De Griekse kolonie Sybaris, eens gelegen aan de oostkust van het
tegenwoordige Calabrië, bezat een spreekwoordelijk rijkdom. Allerlei verhalen over de levenswijze van de bewoners van deze stad
hebben tot gevolg gehad, dat de uitdrukking „sybariet” nog steeds
gebruikt wordt voor een weelderig, luxueus type. Sommige van
deze verhalen kunnen op waarheid berusten, zoals die over het verbod voor lawaaierige ambachten om zich in de stad te vestigen,
anderen zijn later verzonnen en van caricaturale aard zoals de
volgende: een man van Sybaris, die op het land arbeiders aan het
werk had gezien, zei tegen zijn vrienden dat hij van deze aanblik
een breuk had gekregen; waarop een van hen antwoordde dat hij
van dit verhaal een pijn in zijn zijde had gekregen 1.
In werkelijkheid was deze plaats door een bijzonder gunstige
ligging gezegend; in een vruchtbare vlakte, aan de monding van
een waterrijke rivier, die de opbrengst van de omgeving door bevloeiing kon verhogen, zodat in verhouding tot vele van de steden
van het Griekse moederland, hier inderdaad van rijkdom kon worden gesproken.
De zuidelijke nabuurstad Croton was in de Griekse wereld vooral
bekend door zijn goede athleten. Milo van Croton had zelfs zes maal
(voor het eerst in 532 v. Chr.) een overwining behaald in de Olympische spelen.
Een groep rijke ballingen, die door een volksoproer in 511 uit
Sybaris waren verbannen, zocht asiel in Croton. Op aanraden van
Pythagoras, die sinds ± 20 jaar daar vertoefde en blijkbaar invloed
op staatszaken uitoefende, werd dit verzoek ingewilligd en een
conflict tussen beide steden was nu onvermijdelijk 2.
Onder aanvoering van de athleet Milo, die met zijn Olympische
kransen getooid en met leeuwenvel en knots als Heracles ten strijde
trok, werd het leger van Croton overwinnaar over de veel grotere
strijdmacht van Sybaris. Een anecdote, die past in de sfeer van
Sybaris, verrijkt het verhaal van de strijd. De paarden van de
ruiterij in Sybaris waren erin geoefend om bij fluitspel te dansen.
De Crotoniaten lieten nu, toen de legers elkaar genaderd waren,
hun fluitspelers de wijs blazen, die de paarden van Sybaris kenden,
1
2
Athenaeus 518 C, D.
Diodorus XII, 9.
Page 3
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)waarop deze begonnen te dansen en de slagorde in verwarring
brachten 1.
Volgens een beschrijving heeft men om de stad Sybaris grondig
te verwoesten, de Krathis-rivier door het stadsgebied heengeleid 2.
Na verschillende pogingen van de overgebleven Sybarieten om de
stad weer tot leven te wekken, werd in het midden van de vijfde
eeuw de Panhelleense kolonie Thurii dicht bij de plaats van de
oude stad opgericht en volgens een rechthoekig stratenplan aangelegd. Dit plan was van de stedebouwkundige Hippodamus van
Milete, die deelnam aan de stichting, evenals enkele andere bekende
figuren zoals Herodotus. Aan het begin van de derde eeuw werd
Thurii door de Lucaniërs in het nauw gebracht en na de komst van
de Romeinen werd hier een kolonie genaamd Copia gesticht.
Wat is er nu van de Griekse kolonie overgebleven? Hoewel het
duidelijk was dat Sybaris aan de monding van de Crati (men herkent
de antieke naam) moet hebben gelegen, dicht bij het tegenwoordige
Castrovillari en Rossano, was er tot nu toe weinig of niets gevonden,
dat het bestaan van de antieke stad op deze plaats aantoonde. Wel
waren er aan het einde van de vorige eeuw graven gevonden, waarin
Orphische inscripties uit de eerste helft van de derde eeuw, maar
daarmee was nog niets over de oudste stad van de zevende en zesde
eeuw aangetoond.
In 1932 vond Zanotti-Bianco ± 4 m onder de tegenwoordige
oppervlakte bij de overblijfselen van een gebouw of monument
twee paardenhoeven van brons en een stenen kop uit het midden
van de zesde eeuw. Deze opgravingen konden niet worden voortgezet en de resultaten werden onlangs gepubliceerd 3. Het zijn de
enige wetenschappelijke onderzoekingen, die in dit gebied zijn
verricht en men neemt aan dat het monument ter ere van de Spartaanse legeraanvoerder ΚλεανδρÝδασ is opgericht, die inderdaad
hier in actie is geweest.
In 1950—1952 werden boringen verricht in de vlakte van Sybaris
door de Amerikaan Brown, waarbij op enige meters diepte lagen
werden aangetroffen, die met enige waarschijnlijkheid bewoning in
Griekse en Romeinse tijd aantonen. Telkens bleek dat er boven de
archaeologisch interessante strata een laag van 2—4 m rivierslib
was gelegen. Bovendien is het tegenwoordige grondwatcrniveau
Athenaeus 520 C, D; Aelianus Hist. Anim. XVI. 23.
Strabo, VI, 1, 13.
3 Atti e Mem. d. Soc. Magna Grecia 1960 p. 7—20; 1961 p. 7-63.
Page 4
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)op ± 2 m diepte, zodat er steeds moet worden gepompt om een
opgraving mogelijk te maken. Deze moeilijkheden maken het van
groot belang in dit geval een methode te vinden om van te voren
het gebied, waar de belangrijkste vondsten kunnen worden verwacht, af te bakenen.
Doordat alle eventuele resten van een antieke stad met de genoemde laag rivierslib zijn overdekt, heeft de bestudering van luchtfoto’s,
zoals dat in verschillende gebieden tegenwoordig met vrucht wordt
gedaan, hier weinig zin.
Sinds 1960 is nu een groep van de Fondazione Lerici — die bekend zijn door hun onderzoek in Tarquinia, waarbij een boor met
ingebouwde camera werd gebruikt — begonnen de vlakte van Sybaris te onderzoeken met elektrische apparatuur, de proton-magnetometer. Hiermee worden afwijkingen van de normale magnetische
intensiteit afgelezen, die veroorzaakt kunnen zijn door archaeologische bijzonderheden onder de grond (lager magnetisme bij steen,
hoger bij terra-cotta). Daarbij ging men uit van een punt, dicht bij
de noordelijke oever van de Crati, waar men een lineaire afwijking
had gevonden, waarvan men aannam dat het een muur was. Na
enkele proefsleuven te hebben gegraven constateerde men dat
zich hier inderdaad een muur bevond van ongeveer 1 m dikte.
Loodrecht op de vermoedelijke richtingvan de muur werden lineaire
metingen verricht over een lengte van 1500 m, waarbij telkens
afwijkingen werden geconstateerd. Deze werden in kaart gebracht
en door de oudheidkundige dienst van Calabrië werden nu proefgravingen verricht, waarbij delen van de muur tevoorschijn kwamen.
Op twee punten, waar men met veel moeite tot meer dan 6 m
diepte kon graven bleek, dat de muur bestond uit bakstenen (laat
Rom. of middeleeuws?) op een laag gedeelte van natuursteen uit de
Griekse tijd (zie afb. 3) 1.
Men heeft geconstateerd, dat het straat-niveau uit de Griekse tijd
6 tot 7 m onder het tegenwoordige veld ligt. Het is dus begrijpelijk
dat dit betrekkelijk kostbare vooronderzoek van groot belang is
voor de „planning” van een eventuele grootscheepse opgraving
op deze plaats. Hoewel het nog niet zeker is wat de functie van deze
muur was, en men uit het archaeologisch stratum waarop hij gebouwd is slechts kan afleiden dat het bij Thurii hoorde (als bescher1 Quaderni di Geofisica applicata 1961 p. 68—98; Illustr. London News 8 en 15 dec. 1962
(p. 928—931, 972—974); Mededelingen van Mej. M. de Vos tot Nederveen Cappel, die voor
een deel aan het onderzoek heeft meegewerkt.
Page 5
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Afb. 1. de Crati-rivier, vanaf de auto-brug naar het westen.
Page 6
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Afb. 2. monding van de Crati-rivier, waar men Sybaris zoekt.
x opgraving 1932 Zanotti Bianco. =
= gebieden, waar magnetische afwijkingen voorkomen.
Afb. 3. de muur, die gevonden werd door de protonmagnetometer.
Page 7
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)ming bij overstromingen?) is men wel dichter gekomen bij de
herontdekking van deze stad. Maar zou Sybaris ook hier hebben
gelegen of enkele km’s hoger op, zoals het vermoeden is van de
Amerikaan, Rainey, die met Lerici samenwerkt? De volgende
regels, die in 1948 werden geschreven n.a.v. Sybaris komen in een
nieuw daglicht:
„Perhaps some day the wealth and skill needed for its discovery
will be united to produce the richest and most valuable reward
which a Greek archaeologist can imagine” 1.
A. V. M. HUBRECHT.
Spelt in de oudheid
Het is merkwaardig dat wij in de vertalingen in het Nederlands van
Griekse literatuur zo dikwijls het woord „spelt” aantreffen.
Het bekende woordenboek Muller-Thiel (1958) geeft het als
vertaling voor ζειÀ (Hom. Hdt. Att.) met de samenstelling ζεÝδωροσ
als spelt- of graanschenkend, terwijl Dr. J. C. B. Eykman bij zijn
inleiding tot „Drie Griekse Tragedies” (MeulenhoffM 13) op blz. 10
τρÀγοσ vertaalt met spelt, een z.i. minderwaardig graangewas.
Het eveneens genoeg bekende rode boekje van Dr. Hondius geeft
ζεÝδωροσ als graanschenkend, maar leidt het eveneens af van ζειαÝ als
plur. fem. van spelt.
Wij hebben ons vaak afgevraagd, vanwaar toch deze kennelijke
voorliefde van classici voor de spelt.
Spelt is een, botanisch zeker niet primitieve, tarwesoort met bedekt
zaad, zaad dus waarbij de katjes na het dorsen om de korrel blijven
zitten, en als zodanig zeer goed kenbaar ook bij oudheidkundige
opsporingen.
Men heeft in de laatste veertig jaren veel onderzoek verricht naar de
herkomst van onze cultuurgewassen in het spoor van Alph. de
Candolle en N. I. Vavilov (resp. in 1883 en 1925) en hoewel dit
natuurlijk een zeer moeilijk en vaak ook onzeker terrein is, is men het
er langzamerhand wel over eens, dat spelt in de oudheid niet in
Egypte en Griekenland, evenmin in Voor-Azië voorkwam.
Spelt is vermoedelijk ontstaan in midden-Europa in de bronstijd
en de Romeinen, die graan uit verschillende landen invoerden,
T. J. Dunbabin, The Western Greeks.