Afficher le texte intégral16 pages
Page 1
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)DA ern & À
Less
Peter Kingsley en Het Ongemak van Wijsheid
Interview door Jeff Munnis
Nederlandse vertaling door Teréz Stolze
“Wat ik te zeggen heb staat in Reality. Dit is mijn levens werk, ik heb alles wat
ik ben erin gestopt. Dit is het: einde verhaal.”
Peter Kingsley
Ik hoorde Peter Kingsley spreken op de Association for the Study of Dreams
Conference in Berkeley eind juni 2003. Mijn interesse in dromen is persoonlijk,
niet professioneel, maar vanwege de professionele relatie van mijn vrouw en
sommige vrienden kreeg ik een pas om de conferentie bij te wonen. Jammer
genoeg werd de introductie van het centrale thema een monoloog, informatie
herhalend die in het programma stond en dus stopte ik met luisteren en bekeek
het publiek. Ik richtte mijn aandacht pas op Peter Kingsley nadat het applaus dat
volgde op de introductie verflauwde. Hij koos ervoor om in een stoel te gaan
zitten naast een tafel op het podium in plaats van achter het spreekgestoelte te
gaan staan. Er volgde een lange stilte voor Peter Kingsley sprak, maar dit was
niet het gevolg van een of andere technische moeilijkheid, of onrust van de
persoon die zich op de voordracht voorbereidde. Hij keek zeer oplettend naar het
publiek, zijn ogen namen de ruimte in zich op en ik kon de kracht van zijn poging
om zich met iedereen te verbinden, voelen. Zijn eerste woorden waren doordacht
en zorgvuldig gesproken en hij liet het publiek ruimte tijdens zijn voordracht om
de ideeën te laten zakken. Ik vond zijn ideeën fascinerend, maar ik was net zo
geïnteresseerd in zijn voordracht als naar zijn bereidheid het publiek lange
perioden van stilte te gunnen. Dr. Kingsley’s gelijkmoedigheid tijdens de vragen
en antwoorden maakte mij net zo nieuwsgierig naar hem als naar zijn onderwerp.
Hij was niet afstandelijk, hij was geëngageerd, geëngageerd om het publiek
toegankelijk te maken voor de wijsheid van Parmenides en Empedocles en hij had
zijn eigen ervaringen met dromen als entree verteld.
Er volgde een beleefd applaus na de presentatie en de vragen, maar ik
voelde een lichte onbehaaglijkheid onder de reactie. Dr. Kingsley, had op een
zeer subtiele manier het publiek, een grote groep psychologen, wetenschappers
en droomwerkers, uitgedaagd om het onderwerp over dromen diepgaand aan te
Page 2
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)gaan. Op een manier die iedereen uitdaagt het belang van dromen of de waarde
van droomwerk waar te maken. De rollen waren omgedraaid bij een publiek dat
gewoon was de rest van de wereld de waarde van hun werk te prediken, en
iemand van die rest was zo maar binnengekomen en vertelde hen hoe hij
droomwerk en een proces genaamd incubatie geïntegreerd had in zijn levens
werk. Ik voelde intens dat er in de ruimte iets belangrijks gebeurde en het werd
me achteraf duidelijk dat slechts een paar mensen Dr. Kingsley’s uitdaging
begrepen hadden. Maar zoals je zult lezen in het interview dat volgt moet er iets
speciaals in jou aan de gang zijn om deze ideeën te horen en te begrijpen. Je moet
bereid zijn de woorden van Empedocles en Parmendes jou te laten veranderen
voor dat je probeert jouw betekenis in de woorden te leggen.
Ancient Philosophy, Mystery and Magic en In the Dark Places of
Wisdom (Nederlandse vertaling Verborgen Plaatsen van Wijsheid) de eerste
twee boeken van Dr. Kingsley lagen op de tafel buiten de ontmoetingsruimte. Ik
kocht beide boeken en nam een kleine brochure mee die zijn nieuwe boek, Reality
beschreef. Ik las In the Dark Places of Wisdom eerst omdat Dr. Kingsley in zijn
voordracht uitlegde hoe hij het eerste hoofdstuk van zijn boek vanuit een droom
ontving. Daarna begon ik met Ancient Philosophy, Mystery and Magic. Beide
boeken zijn van commentaar voorzien en laten een aanzienlijk wetenschappelijk
onderzoek en Dr. Kingsley’s ideeën zien over hoe de leringen van Empedocles
verdraaid en verkeerd begrepen zijn. Het begon met Plato, parallel aan sommige
misinterpretaties door Aristoteles en Theophastus, en een lange rij filosofen en
wetenschappers die de schertsvertoning tot op de dag van vandaag
vereeuwigden. De ideeën zowel als de implicaties van deze ideeën weerklonken
een hele tijd in mij en stimuleerden mijn nieuwsgierigheid naar bepaalde details in
de boeken die ik in mijn handen hield. Oxford University Press in Oxford,
Engeland, publiceerde Ancient Philosophy, Mystery and Magic; Golden Sufi
Center Pubishing, Inverness, Californië publiceerde In The Dark Places of
Wisdom. Ik belde het Golden Sufi Center en vroeg om een voorpublicatie van
Reality en om een interview met Dr. Kingsley.
Dr. Kingsley’s ideeën zijn op twee niveaus scherpzinnig. Ten eerste zet hij
het mes in de wetenschappelijkheid over Empedocles, Parmenedis, en de traditie
van Pythagoras. Hij vernietigt gemeenschappelijk vaststaande ideeën, daagt ons
uit de rol van logisch denken en denkleer die vanuit Athene kwamen opnieuw te
onderzoeken en vertelt ons voornamelijk dat wetenschappers en filosofen totaal
niets van deze oorspronkelijke leringen begrepen; dezelfde leringen die velen
voor de grondlegging van de Westerse intellectuele geschiedenis houden. Ik heb
naar enige recensies van Dr. Kingsley’s werk gekeken en ik voel de
ongemakkelijke beoordeling, dat zijn werk onbetrouwbare boekdelen wetenschap
op de oude wereld van het Mediterrane gebied uitbrengt. Ten tweede worden in
Page 3
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Reality Dr. Kingsley’s ideeën vanuit een persoonlijk perspectief gepresenteerd
die zijn bereidheid en verplichting laten zien zorgvuldig te luisteren en hem toe te
staan zelf door de poëzie en de leringen van Parmenedis en Empedocles
getransformeerd te worden. Het is ook duidelijk dat zijn persoonlijk inzicht, dat
van ingewijde, zowel vanuit de academische wereld als van zijn eigen mystieke
ervaringen komt, de geaccepteerde academische maatstaven tart. Ik interviewde
Dr. Kingsley, nieuwsgierig naar beide topics: de academische en de persoonlijke.
We ontmoetten elkaar in Inverness en spraken gedurende verscheidene uren
in een huis, dat hoog op een heuvel lag, omgeven door bomen, De zeer rustige en
vredige setting paste goed bi Dr. Kingsley’s persoonlijkheid en stemming.
Sommige dingen waar we over spraken bereikten een dieper niveau dan zijn
presentatie op De Conferentie over Dromen in Berkeley. Ik voelde me vereerd dat
ik met hem kon zijn om naar zijn ideeën te luistern, ideeën die je begrip van inzicht
in de wereld op zijn kop kan zetten.
Dr. Kingsley gelooft dat we slechts een illusie hebben dat we deze wereld
kunnen beheersen en dat we ver gaan om onze perceptie van beheersen te
beschermen. Een van de redenen waarom hij gelooft dat dromen zo belangrijk zijn
is omdat we gewoonlijk er geen controle over hebben. Deze idee over controle
vindt ook haar weg in de idee van controle hebben over spirituele oefening: “Een
echte spirituele oefening zal zich aandienen op een manier waarover je geen idee
hebt.” Wijsheid is er voor ons als we bereid zijn het noodzakelijke werk te doen
en als we bereid zijn ons eigen ongemak en het reizen naar onze eigen donkere
plekken willen exploreren.
Ik begon ons gesprek met Dr. Kingsley te zeggen dat ik dacht dat hij een
man in transitie was, misschien een overgang van zijnde een wetenschapper naar
het oppakken van een onderwerp vanuit een persoonlijk perspectief.
Dit is iets wat iemand mij vorige week vroeg, twee mensen eigenlijk in de
laatste 2 weken. Ik lijk een academicus te zijn die zich naar een niet
academisch terrein begeeft. Dat is, denk ik de algemene indruk die vanuit mijn
biografie ontstaan is — of in ieder geval van wat eruit opgemaakt kan worden
a maar het is niet echt waar.
Ik vond dat Dr. Kingsley’s uitstraling veel leek op die van de conferentie. Hij
pauzeerde, en ik zei dat ik dacht dat “persoonlijk” niet niet-academisch hoefde te
betekenen.
Goed, ik denk dat mijn werk de laatste jaren steeds meer niet-academisch in
zeer speciale zin is geworden, dat ik niet de academische norm over zo
genaamd “objectief” schrijven accepteer. Dat deed ik in het begin, maar ik
gooide het overboord in The Dark Places of Wisdom (in het Nederlands
Page 4
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)vertaald) en nog meer zelfs in het nieuwe boek. Je weet dat er zeer specifieke
criteria voor het schrijven van academische boeken of artikelen bestaan. Je
moet een soort objectieve toon behouden, een objectieve afstand en je niet
identificeren met datgene waarover je schrijft. God verhoede! Ik heb een vriend
in Oxford, een buitengewoon professionele wetenschapper, die me eens
waarschuwde dat “het allerergste wat je kon doen je identificeren met de
dingen waarje over schrijft is omdat dat tot krankzinnigheid leidt.” Nou ja, dit
is de moderne academische mythe — objectiviteit. Het is iets dat behouden moet
blijven, maar het is iets dat een complete illusie is. Dus schrijf
ik in die zin niet
langer academisch. En ik neem wetenschappers ook op de hak. Ik accepteer
niet alleen de normen van de academische wereld niet, maar ik lever ook
commentaar en bekritiseer haar, vooral in het laatste boek (Reality). Dus zijn
er vele mensen in de academische wereld verontwaardigd, omdat ..., nou ja, dit
is het interessante. Het eerste boek werd wel beschouwd gepubliceerd door
Oxford University Press, dus kunnen zij het niet zo maar van tafel vegen. Zij
weten ook dat ik de materie kan behandelen als ieder ander in de academische
wereld en zelfs beter. En dit is delicaat, vooral in het nieuwe boek. Het heeft
uitgebreide voetnoten. En deze voetnoten, zoals wetenschappers waarschijnlijk
zullen merken zijn zo onverbloemd in termen van nieuw terrein betreden op een
academische manier ten aanzien van de teksten van Parmenedus en
Empedocles — commentaar geven en conclusies trekken die nooit eerder
gedaan zijn — dat, ieder die verkoos ze te negeren en te pretenderen dat ze
nooit geschreven zijn, zeer dwaas kan zijn. Ik plaatste deze extreem
wetenschappelijke en academische commentaren aan het einde van het boek,
wat totaal onacademisch is. En ik deed dat weloverwogen, om de situatie zo
onaangenaam mogelijk te maken. Ik wil dat ze dit boek lezen. Ofschoon ik een
niet-academisch artikel publiceerde om het boek te begeleiden, is het meeste
echte academische werk in de voetnoten van het boek zelf gegaan en heel wat
wetenschappers zullen dat materiaal willen negeren om wat ik zeg in het hoofd
bestanddeel van het boek. Maar dat zullen ze op eigen verantwoordelijkheid
doen! Dus is mijn werk academisch? Ja en nee. Ik weet dat ik standhoud met
iedere academicus die het materiaal met mij wil bespreken. Maar heel wat
academici zullen het niet willen omdat zij weten dat ik hun assumpties ga
betwisten en dat is iets dat wetenschappers nooit willen doen. Zij zullen alles
onderzoeken maar zij zullen nooit hun assumpties onderzoeken.
Gedurende het onderdeel van vraag en antwoord van Peter Kingsley’s
voordracht in de Association for the Study of Dreams Conference was het
publiek vooral geprikkeld door de idee dat het gebruik van de reden niet had
geleid tot enig echte voorruitgang voor de beschaving. In deze context wilde ik
Page 5
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)verdergaan. Ik merkte op dat dit me bracht bij zijn ideeën over hoe het gebruik
van redeneren gebaseerd is op een assumptie en niet veel mensen de assumptie
willen gaan betwisten.
Ja. Zeker. Wij onderzoeken alles behalve onze vragen. Dit is eenvoudigweg een
acute vorm van kortzichtigheid. Ik beschouw mijzelf als een echte
wetenschapper omdat ik met de dingen doorga tot hun logische en
noodzakelijke conclusie. Maar dat brengt mij in gebieden waar de meeste
wetenschappers niet naar toe willen. Waarom? Omdat het bewijs hun werk niet
ondersteunt, wat enorm beperkt en gevormd is door hun assumpties. Daarom
wil ik zo graag in debat met wetenschappers met hun eigen uitgangspunten en
elk detail bediscussiëren dat zij verkiezen te beschouwen - hoe groot of klein
ook.
Het werd me duidelijk dat het belangrijkste aspect van Dr. Kingsley het begrijpen
was van zijn bereidheid naar plaatsen te gaan waar anderen niet willen gaan. Op
dit punt realiseerde ik mij dat zijn bereidheid het belangrijkste onderdeel van zijn
wek is en het was me ook duidelijk dat hij geloofde dat het eerder bijdroeg aan de
grondigheid van zijn werk dan dat het afleidde. Ik ging verder met het gesprek
door te zeggen dat we nu iets meer persoonlijker’s hebben in die zin dat het
onderwerp van Reality je persoonlijke filosofie is geworden.
Goed, ik voel dat ik hier iets moet zeggen over de idee dat ik in een overgang
ben, omdat het aan de ene kant waar is en aan de andere kant niet. Ik was
bevlogen om wetenschapper in de geaccepteerde zin te worden, een boek te
schrijven dat werd gepubliceerd door Oxford University Press en ik publiceerde
een heleboel academische artikelen. Maar dat was voor mij, precies zoals ik in
het nieuwste boek Reality beschreef: het was in feite een volmaakte oefening in
doortraptheid. Ik trok eenvoudigweg een jas aan die niet van mij was, ik moest
hem een poosje dragen en daarna hem uitdoen... Van oorsprong ben ik geen
wetenschapper, ofschoon ik het wetenschappelijke spel net zo goed kan spelen
als ieder ander. Ik ben een mysticus, en de tijd kwam dat het noodzakelijk —
niet alleen nuttig, maar noodzakelijk - voor mij was om de academische
kwalificaties te halen en dus deed ik dat. Toen kwam de tijd dat Oxford
University Press wilde dat ik materiaal voor meer boeken zou leveren: tenslotte
was het boek Ancient Philosophy, Mystery and Magic een fenomenaal succes
voor hun. Ik kende mensen die hun hele leven bij Oxford University Press
publiceren en het is een hele eer door hun gepubliceerd te worden. Maar daar
ging mijn weg niet heen en ik had al gedaan wat ik moest doen. En in feite had
ik toen een droom, een soort droom die je niet kon negeren. Heel letterlijk werd
Page 6
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)het eerste hoofdstuk in The Dark Places of Wisdom mij in de droom gedicteerd.
Dat was het dan! En vanaf dat moment zie ik mezelf steeds verder voorbij de
academische wereld gaan, ofschoon ik me er nooit echt in thuis voelde.
Aan het einde van Ancient Philosophy, Mystery and Magic is een hoofdstuk
waarin enkele verbindingen tussen Empedocles, alchemie, Islam en Soefisme
staan beschreven. In mijn achterhoofd dacht ik aan Golden Sufi Center
Publishing en hun lijst boeken. De meest hechte verbinding tussen Dr. Kingsley
en zijn uitgever is het onderwerp mystiek, maar er waren ook duidelijke
verbindingen met Soefisme, Ik bracht dit naar voren door te zeggen dat ik de
verbinding opgemerkt had met wat de Soefi’s beschrijven wanneer zij zeggen dat
om iets te kennen, iets over God te kennen, je je moet toevertrouwen aan God,
anders mis je enkele cruciale inzichten die de pure objectieve waarnemer nooit zal
kenen.
Zeker, dat was voor mij altijd al fundamenteel. Sinds ik een jochie, was moest ik
het zelfzien. Ik was nooit tevreden, zelfs toen ik zeven jaar was. Ik veroorzaakte
een boel ellende in mijn buurt, ik vroeg bij voorbeeld “Wat is liefde?” en mij
werd gezegd, “Liefde betekent aardig zijn voor andere mensen.” Dan vroeg je
hen een beetje meer te zeggen, maar dat deed niemand. Dus ik vroeg en vroeg,
en er was maar een persoon in de buurt die naar mij wilde luisteren: hij was
een wiskundige die naast ons woonde, en hij was geweldig. Hij vroeg mij te
gaan zitten en zei: “Vraag wat je wilt, ik heb de antwoorden niet maar ik kan
op z'n minst naar je vragen luisteren.” En ik kwam als kind te weten, te zien
wanneer iemandje een antwoord gaf dat van boven zijn nek kwam. Het is geen
echt antwoord, het is geen volledig antwoord. Het komt van het verstand, niet
van het hart, en dat is iets waar ik altijd naar hunkerde.
Ik voel een verandering op dit punt in ons gesprek. De herinneringen uit de
kindertijd lijken sterk verbonden te zijn met Dr. Kingsley’s eigen inzicht over hoe
hij werkt en waarom hij met zoveel aandacht voor detail werkt. Ik vroeg; Hoe zit
het met de beoefening van stilte en droomwerk in jouw boeken beschreven? Daar
zie je deze traditie, dit ritueel dat uren en dagen kan duren. Heb je dat echt
gedaan?
Ja, niet een grot maar in een kamer.
De antwoorden in dit deel van het interview waren interessant omdat de
momenten van stilte in onze conversatie leken toe te nemen. Het tempo was
terloops maar nog steeds zeer serieus. En ik vroeg hem naar zijn oefening van
Page 7
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)incubatie.
Het is iets waar ik op natuurlijke wijze naar toegetrokken word.
Ik interpreteerde zijn aanpak van het onbewuste eerder als een “tevoren” vorm
van leiding dan een “achteraf” vorm van leiding, d.w.z, veeleer naar het
onbewuste gaan met een vraag dan reageren op het onbewuste, aangespoord om
te kijken naar iets dat uit de droom komt. Hij legde zijn eigen proces uit.
Soms gebeurde het met mijn vrouw, of met mij, dat we in een bepaalde situatie
waren waar we ergens onzeker over waren: onzeker over wat te doen. In zo’n
geval is het voldoende om voor het naar bed gaan alleen maar te vragen. En
dan gebeurt het soms dat je een droom gegeven wordt. Ik herinner me iets heel
treffends dat mij overkwam toen ik naar China zou gaan doceren voor een jaar.
Alles was klaar, ik had mijn visum, maar er bleef me iets dwars zitten en ik
vroeg: wat is dit? Ik had een verbazingwekkende, ongelofelijk levendige
droom. Die droom vertelde mij wat er gebeuren zou als ik naar China zou
gaan: het zou letterlijk een marteling worden. Dus, toen ik op het punt stond te
vertrekken, zond ik een telegram, (dat deed je in die dagen) en zij waren
natuurlijk zeer ontsteld. Maar het was iets wat ik moest doen. Ik vertrouwde
meer op de droom dan op wat andere mensen wilden en zeiden.
Dat was een geval van vragen om leiding, maar gewoonlijk ben ik voorzichtig
om niet te veel te vragen omdat dit een subtiele omschrijving op onze dromen
plaatst. In Noord Amerika lijken mensen vaak de idee te hebben dat zij in staat
moeten zijn hun dromen te gebruiken, te controleren en te plannen. Dit is mij
geheel vreemd omdat zoals ik erover denk, de droom iets zeer heiligs is. Ik wil
dat niet conditioneren of er op enigerlei manier eisen aan stellen.
De droom is veeleer een mystieke ervaring dan een psychologische instelling.
Het ergste wat wij kunnen doen is het leven proberen aan te passen aan onze
kleine verwachtingen, omdat we het dan naar ons niveau brengen in plaats
van er naar te luisteren en ervan te leren. Als ik naar een droom ga luisteren,
kan ik haar niet vertellen wat ik van haar wil horen. Het was een hele schok
toen ik voor het eerst hier in Amerika met de idee in contact kwam over het
proberen je dromen te controleren. Er zijn zeer, zeer esoterische oefeningen in
het Tibetaans Boeddhisme en ook in bepaalde andere tradities die je toestaan
bewust in de droomstaat te gaan en daar te controleren wat er gebeurt. Maar
dat moet gedaan worden na een enorme training en moet ook gedaan worden
Page 8
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)met een echte afwezigheid van het ego. Als
je erin gaat met het gewone gevoel
van het ego, zul je zoveel schade berokkenen omdat het ego immens machtig
wordt. Daarom worden traditioneel deze esoterische oefeningen bewaard voor
ingewijden die hun ego jaar na jaar hebben laten verdwijnen omdat dan,
wanneer zij een dergelijke oefening doen, er zelfloosheid is en zij het niet doen
voor hun eigen zelf apotheose.
Dus aarzelde ik de vraag te stellen. Weet je er is een ding wat steeds weer
opkomt en dat is de hele kwestie van vraag en antwoord. We kijken helemaal
niet wat dat met zich mee brengt, omdat we in een vraag en antwoord cultuur
leven. We zijn helemaal in bezit genomen door de mythe van de dialectiek — die
in haar huidige vorm in het Westen teruggaat tot de tijd van Plato. Dit is de
basis niet alleen voor televisie debatten en quizzen maar ook voor heel het
moderne educatie systeem, om niet te spreken over ons vreemde rechtssysteem.
We geloven echt in de kracht van vraag en antwoord, en dit is een geloof dat
op een dag bevraagd moet worden. Gewoonlijk hebben, in 99% van de
gevallen wanneer mensen een vraag stellen, ze energetisch en heel onbewust
het antwoord wat ze willen horen in de vraag gelegd. Zet een vraagteken
achter aan het einde van de zin en er gebeurt iets heel krachtigs. Het kan een
grove verstoring worden. In feite zijn vele vragen een soort verkrachting. Maar
te weten hoe je een vraag bewust moet stellen betekent ten eerste leren hoe op
te geven. Dan kunnen we de vraag stellen en helemaal open zijn, zonder idee of
wens of neiging tot vooroordelen wat het antwoord zal zijn. Het probleem is dat
we in deze tijd ons overijld op deze ogenschijnlijke vragen en antwoorden
storten zonder ooit de meest basale training te krijgen.
Ik heb altijd begrepen dat meditatie een manier is om ons van onze projecties van
de wereld terug te trekken.
Ja. En het gevaar met de vraag is in feite de projectie. Het is een heel subtiele
verwachting. Als ik om een droom of het onbewuste zelfs om leiding wil vragen,
wordt het zeer subtiel, ik heb het bij mijzelf en ook bij anderen gezien. Het kan
zeer, zeer gevaarlijk zijn om leiding te vragen als je in en bepaalde situatie
hulp wil, omdat je hulp krijgt, maar mogelijk krijg je de hulp waar je naar
zocht. Het is wezenlijk zichzelf vervullend en kan vreselijk verwarrend zijn
omdat de mind zo krachtig is. Als je iets van het leven vraagt, zal je krijgen
waar je om gevraagd hebt.
Je kunt de mogelijkheid van het iets groters of heilzamers krijgen, uitschakelen.
Page 9
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Precies. En nogmaals, dit is waarom het soms belangrijk is niet te vragen. Maar
soms moeten we vragen stellen, en hier wordt het zeer netelig omdat dit hele
bestaan zo delicaat is. Als je een visioen van de Boeddha, of Christus wil
hebben, zal je dat krijgen. Maar zoals vele tradities ons vertellen, zijn zulke
visoenen niet echt juist. Wanneer je in een vraag en antwoord situatie bent is er
altijd een dualiteit en dus altijd ruimte voor misleiding.
De presentatie Liefde en Conflict in het boek Reality, suggereert dat we de Liefde
geïdealiseerd hebben. Vanuit apostel Paulus aan de Corinthiërs, juist of niet, wat
we ook terugzien in Rumi, is men geneigd Liefde van een kant te bekijken. Ik
bracht naar voren dat hij in Reality beschrijft hoe “met liefde, niets is wat het
lijkt” en “liefde bedot de ziel terwijl strijd haar vrij maakt.”
Ik ga terug naar mijn kindertijd waar ik continu bezig was vragen te stellen,
“Wat is liefde?” We hebben zo veel gedachten en ideeën over liefde. We denken
echt te weten wat liefde is. En hier ligt het probleem. Je noemde Rumi. En ik
vind dat zeer relevant want er komt binnenkort een boek uit ‘Me and Rumi’
Het gaat over Rumi's relatie met Shams-i Tabriz, zijn meester, en de bekende
Soefi geleerde Annemarie Schimmel schreef voordat zij stierf een introductie
voor dat boek. Wat ze er voornamelijk in zegt is dat dit boek een einde zal
maken aan onze vaste gewoonten omdat we een zodanige overweldigende
mening hebben over Rumi, zijnde een zoete, zachte, briljante liefde en hier is
zijn meester die totaal onbehouwen en wreed en ruw is; en het zal al onze
ideeën van Rumi's zoete en zoete woordjes liefde verpletteren. Rumi is zo
populair geworden — maar wat is deze liefde waarover hij spreekt? We denken
dat we weten wat het is, maar in mijn ervaring weten we dat niet.
We hebben een mooi verbloemde versie van het christendom. En nu hebben we
een verbloemde versie van Rumi. Het is zeer bevredigend voor het ego, maar
van nature is liefde verwoesting en het oplossen van het ego. Dit is iets wat ik
bij Empedocles zo intersant vind, omdat wanneer hij verwijst naar wat wij
gewoonlijk denken over wat liefde is, hij zegt “wat mensen liefde noemen”. Hij
zegt niet “wat we liefde noemen”, en dat was omdat hij zichzelf kon afscheiden
van de menselijke conditie. Dus is liefde, voor Empedocles hetzelfde als liefde
voor ons is? En is dat wat wij liefde noemen werkelijk liefde? We hebben de
comfortabele idee dat, als we onze gewone gevoelens van liefde ver genoeg
uitzenden dat dan alles groots en prachtig is. Maar zelfs in een menselijke
relatie zoals de meeste mensen wel weten, als je werkelijk zeer veel van iemand
houdt, is het niet zoet. Het opent deuren die heel angstaanjagend zijn.
Page 10
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Om iemand te laten gaan, van een persoon te houden en hem de vrijheid geven is
angstaanjagend.
Zelfs nog meer, alleen maar van een mens houden, kan vreselijk zijn. Mensen,
als zij serieus verliefd zijn, moeten zich naar een therapeut haasten en
gewoonlijk, net als het begeleiden van een depressie, zal de therapeut hen uit
het branden en hartzeer halen. Maar voor mij ligt daar de parel, daar in de
duisternis. Dáár is de schat.
Carl Jung beschrijft groeien als bewegen naar spanning.
Soms trekt de spanning je uit elkaar.
In het laatste hoofdstuk van Ancient Philosophy, Mystery and Magic spreekt u
over de verbinding tussen Empedocles en de Islam tradities. Waar zien we dat
vandaag de dag?
Wel,
wat er echt gebeurde,
is dat deze oeroude tradities in de Islam
hoofdzakelijk via het Zuiden van Egypte en via de alchemistische tradities
kwamen. Zij hadden een enorme invloed op de begin tijden van het Soefisme,
dat snel bedekt werd door een heleboel structuur. Dat betekent niet dat er ooit
zo iets als een kerk was in de Islam, die er natuurlijk niet was; maar toen de
terminologie en de oefeningen die door de Soefi's waren aangenomen steeds
meer geformaliseerd werden, werd de idee dat iedereen, behalve Mohammed,
invloed uitgeoefend zou kunnen hebben op de oorsprong van de Islam, meer en
meer ondenkbaar. En zo werden deze invloeden bijna geheel bedekt. De enige
echte plaats waar ruimte voor Empedocles was gelaten is in de traditie van
Iran. Op de een of andere manier heeft Iran deze traditie bewaard. Een enorme
rijkdom aan kennis en inzicht is daar bewaard gebleven die ergens anders
vergeten werd.
Je wist dat je tegendraads zou zijn met je inzicht over Empedocles. Hoe was dat
toen je dat inzicht kreeg? Voelde je dat je tegen de stroom in ging?
Zeker. Maar er is een zeer speciaal verhaal over hoe ik in contact kwam met
Empedocles. Omtrent het einde van 1973, kwam ik door het leven in een
situatie terecht — eigenlijk door Empedocles — waar het om hem en mij ging.
Dit gebeurde precies nadat ik eerst met zijn leringen in contact was gekomen
en wist dat er iets heel eigenaardigs tussen hem en mij gaande was. Ik was een
twintigjarig jongentje en ik zat vast in een kamer: een geforceerde vorm van
incubatie. Wij hebben zo veel vreemde ideeën over ziekte en gezondheid, heel
Page 11
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)kunstmatige ideeën; en nu werd ik gedwongen in een situatie van ziek-zijn
zodat ik Empedocles kon begrijpen. Het was de enige manier om mij daar vast
te houden: ik moest vastzitten zodat er iets anders kon gebeuren. Ik hield een
dagboek bij van al mijn gedachten, inclusief iedere gedachte over Empedocles,
en schreef ze op zoals ze tot mij kwamen. Jammer genoeg heb ik het niet meer.
Maar er was een kwestie, ik herinner me dat het ongeveer tweederde aan het
einde van de linkerkant van het dagboek dat ik aan het schrijven was, toen de
vraag tot mij kwam en ik hem onmiddellijk opschreef: “Alstublieft God, laat mij
zien wie Empedocles echt is.” En binnen een tijdsbestek van vijftien tot twintig
seconden werden mij alle leringen van Empedocles getoond. Ik zag met
absolute kristalheldere klaarheid dat het totaal het omgekeerde was van wat
iedereen meer dan twee duizend jaar dacht dat het was. Liefde bevrijdt de ziel
niet — en Strijd is geen onheil, zoals mensen automatisch veronderstellen.
Eigenlijk is Strijd de kracht die de ziel bevrijdt van de valstrikken van Liefde.
En ik realiseerde me onmiddellijk, zelfs op dat moment, dat het niet gering was.
Deze ene omkering had de meest ongewone effecten voor ons begrip op de
Westerse geschiedenis en cultuur als geheel. En ik wist meteen dat dit het
antwoord was op mijn gebed.
Ik sprak eerder over het onderwerp van vraag en antwoord. Dertig jaar
geleden stelde ik een vraag en, sindsdien lijd ik vanwege het stellen van die
vraag. Die vraag veranderde mijn leven totaal. Dit is nog een reden waarom
het zo belangrijk is voorzichtig te zijn met vragen stellen. Je moet heel
voorzichtig zijn wanneerje een vraag zoals “alstublieft God, laat mij zien … … ”
stelt, omdat als zij beantwoord wordt je met de rest van je leven moet betalen.
Wij hebben geen idee hoe krachtig woorden zijn. En dit is omdat we geen
ideeën hebben hoe machtig woorden zijn.
Dr. Kingsley’s boeken bieden aanzienlijk diepgaand, kostbare bijzonderheden op
de taal van Parmenedis en Empedocles. Het is een van de grondslagen van zijn
werk. Ik vroeg hem om commentaar hierop.
Woorden zijn als de grond, als de aarde. Er zit een enorme kracht in woorden,
een heel speciale kracht die
je op eigen verantwoordelijkheid afwijst. Ik moet
je
het verhaal, in zo kort mogelijke termen over hoe ik bij Empedocles kwam,
proberen te vertellen. Het was als een ongeluk. Ik miste een lesuur op de
universiteit, iets wat zeer ongewoon voor me was en omdat ik dat ene lesuur
miste werd mij Empedocles als onderwerp gegeven om gedurende de vakantie
een essay over te schrijven. De andere kinderen pestten mij daarmee. In die tijd
reisde ik veel; dus ik nam de oorspronkelijke Griekse tekst van Empedocles’
Page 12
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)poëzie mee en de meest gezaghebbende Engelse vertaling die ik kon vinden, en
liftte naar Marokko. Achteraf realiseerde ik mij dat ik dit heel instinctief en
onbewust had gedaan omdat ik op geen enkele manier kennis zou maken met
Empedocles zo lang ik deel was van het collectief van Europa. Er bestaat een
ongelooflijk ondoordringbaar en beschermend omhulsel dat Europa omgeeft
waarvan we ons niet bewust zijn en dat onze mogelijkheid in feite beperkt om
daar voorbij te reiken.
Dus ging ik naar Tangers. In mijn hotelkamer of op het strand las ik de Griekse
tekst en de Engelse vertaling - en er was geen aansluiting tussen beide. De
vertalers vertaalden Empedocles helemaal niet: zij vertaalden wat zij vaag
dachten en hoopten wat hij gezegd zou kunnen hebben. Het was een hele
schok. Met de tijd, toen ik terug was in Europa, begreep ik uiteindelijk dat er
iets heel vreemds aan de gang was. Ik begon te beseffen dat, iedere keer,
gedurende de laatste twee honderd jaar, een wetenschapper Empedocles
vertaalt, hij misschien een punt maakt om hier of daar een vraag opnieuw te
stellen maar voornamelijk alleen maar de vertalingen van de eertijdse
wetenschapper kopieert. Het resultaat is absoluut bizar. Ik geef voorbeelden in
mijn nieuwe boek, zoals één helemaal aan het begin van een speciale passage
waar Empedocles spreekt over zijn woorden en beschrijft hoe zij geabsorbeerd
en opgenomen moeten worden. Waar hij zegt “als je mijn woorden naar
beneden drukt, onder je samengepakte middenrif" (verwijzend naar specifieke
ademtechnieken), zullen alle wetenschappers nu vertalen dat hij zegt “als je
mijn woorden in je samengepakte brein drukt.” En dit proces, het ons al
volgepakte brein verder bevolken, is natuurlijk iets wat we allemaal goed
kennen. Maar het heeft niets te maken met was Empedocles zegt.
Het is een groot mysterie dat mensen, hoe intelligent ook, niet willen zien wat
vlak voor hun neus staat. Er is absoluut geen dubbelzinnigheid in het Grieks:
Empedocles zegt “onder,” niet “in.” Maar dit is wat wetenschappers willen dat
hij zegt, dit is wat zij willen dat hij meent. Nogmaals, het is volmaakt
zelfvervullend. Alles wat de meeste mensen kunnen begrijpen is hun eigen
samengepakte brein, dus is dat wat ze veronderstellen dat Empedocles heeft
willen zeggen in zijn eigen woorden.
Ik vroeg hem of wetenschappers net zo veel aandacht aan de taal besteden.
Misten zij de betekenis omdat ze de taal niet begrepen?
Het zit veel dieper dan dat. Empedocles en Parmenedis waren magiërs. Zij wisten
hoe ze met energieën moesten werken waarvan wij zelfs geen weet hebben. Zij
Page 13
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)waren verantwoordelijk voor het scheppen, wat de basis legde voor het grootste
deel van de cultuur waarin wij nu leven. De mind kan dat niet begrijpen, maar zij
is nog steeds daardoor gefascineerd en daarom blijven mensen boeken schrijven
over Empedocles en Parmenedis. Zij worden aangetrokken. Maar er is iets in hun
leringen dat de mind niet kan begrijpen, en wanneer de mind iets niet kan
begrijpen en erdoor gefascineerd wordt, wordt het een obsessie.
Zij zullen de situatie trachten te rationaliseren en zeggen dat Parmenedis
en Empedocles slechts de primitieve kinderen van onze cultuur waren. Maar zij
zijn geen kinderen: wij zijn dat, en waar zal dit eindigen? Zie hier de basis
kwestie waar ik vele malen mee in conflict ben gekomen. In 1999 bijvoorbeeld
hield ik een toespraak in UCLA (University of California at Los Angeles) en
presenteerde archeologische ontdekkingen die te maken hebben met
Parmenedis en die laten zien dat hij niet alleen een abstracte denker was: dat
er veel meer aan de hand was. Ik legde zorgvuldig uit hoe we bepaalde
opmerkelijke dingen als resultaat van deze ontdekkingen nu weten en hoe we
nu ook een groot deel uit kunnen werken door het bestuderen van de
fragmenten van Parmenedis’ poëzie, die een reis naar de onderwereld
beschrijft. De volgende dag was ik in de gang van het departement klassieken
en een leraar daar zei: “Jij bent niet dogmatisch. Jij wilt ons laten geloven dat
wat
jij zegt juist is. Je zou moeten ophouden de schijn te wekken dat jij het bij
het rechte eind hebt en de andere mensen niet. Jij en ik zijn precies hetzelfde, en
jouw interpretatie over Parmenedis is niet beter dan die van mij.” We stonden
daar vlak voor de voorzitter van het departement en andere faculteit leden, en
ik keek haar recht in de ogen en zei, Maar jij en ik zijn niet hetzelfde. Jij hebt
Parmenedis nodig zo dat je zijn bedoeling kunt veranderen om jezelf te
bevredigen. Ik lees Parmenedis zodat hij mij kan veranderen.” En dat is het
grondprobleem, omdat, tenzij je deze mensen leest met de bereidheid te
veranderen, je nooit wilt veranderen. Je zult hen veranderen. Je zult hen maken
in wat ze niet zijn. De verandering moet ergens gebeuren. Daar zit de kracht
van verandering in hun woorden. Maar mensen willen niet veranderen, en je
moet dus zeer voorzichtig zijn. Soms “corrigeren” ze letterlijk de Griekse tekst.
Als ze iets niet willen of zich er ongelukkig over voelen, rationaliseren en
veranderen zij het. Het vraagt een bepaalde verplichting om daar alleen maar
te zitten in een kamer en nederig te zeggen: “ik heb niet alle antwoorden. En ik
heb niet alleen niet alle antwoorden, maar ik heb geen enkel antwoord. Ik heb
geen enkel antwoord en heb hulp nodig.” En op die manier benader ik deze
mensen. Ik voelde dat zij meer voor mij betekende dan ik voor mijzelf beteken.
Ik was bereid volledig open te zijn en te zien wat zij te zeggen hadden. Geen
discussie.
Page 14
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Als we op die manier naar het materiaal kijken leren we zo veel meer.
Ik citeerde nog een keer een deel van Dr. Kingsley’s boek, “er is niets zo
gemakkelijk aan het veranderen van een mens dan de ervaring van volslagen
onveranderlijk.”
Heb jij dit ervaren? Wanneer dat eenmaal zo is, is het iets wat je nooit meer
vergeet of ontken.
Tenslotte vraag ik of, vanuit zijn perspectief, mensen begrepen wat hij trachtte te
doen.
Voor het grootste deel wel, ja. En ik ben verbaasd over hoe diep het begrip van
veel mensen gaat. Maar ik ben ook verbaasd over de commentaren die ik zie.
Een criticus begon met te zeggen dat ik het “mystieke” materiaal opgenomen
had in In the Dark Places of Wisdom omdat mijn uitgever dat gewild zou
hebben. Niets kan verder van de waarheid verwijderd zijn. Het is voor mij van
belang om te publiceren wat ik voel dat van belang is. Ik wil niet dat mijn
materiaal bewerkt of herschreven wordt. Ik heb doelbewust geschreven zoals ik
geschreven heb, Het eerste hoofdstuk in In the Dark Places of Wisdom werd mij
in een droom gedicteerd: hoe kan ik iets veranderen wat mij op die manier
gegeven is? Het zou het onteren; het proces verkrachten. Woorden hebben
energie en we moeten leren dat te respecteren. Zoals muziek kunnen woorden
een bepaald effect hebben wanneer ze van een zekere plaats komen.
Een vibratie, zoals een noot, een bepaalde vibratie heeft.
Ja. Ja. En ik vertrouw het proces voldoende om het te laten zijn. Het is niet een
zaak van oefening, het is alleen maar een zaak van het te laten zijn.
‘Reality’
Door Peter Kingsley, Ph.D.
Gerecenseerd door Jeff Munnis.
Nederlandse vertaling door Teréz Stolze
Reality door Peter Kingsley, Ph.D, is het hoogtepunt van een levens werk
onderzoeken en absorberen van de leringen van Parmenedis en Empedocles. Dr.
Page 15
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Kingsley, oud staflid van het universiteitsbestuur van het Warburg Institute,
University of London, begon zijn academische reis met een reeks artikelen,
vertalingen en onderzoeken die leidden naar zijn eerste boek, Ancient
Philosophy, Mystery and Magic, dat gepubliceerd werd door Oxford University
Press in 1995. Dit uitgebreide onderzoek over klassieke teksten en het
corresponderende onderzoek resulteerde in een diepgaande herziening van de in
brede kring
aangenomen inzicht van Westerse wetenschappelijkheid in
Empedocles. Dr. Kingsley toonde aan dat de standaardprocedure van de
volgelingen van Pythagoras in het werk van Plato, Aristoteles en andere Griekse
filosofen onbetrouwbaar en voor eigenbelang zijn. Ancient Philosophy, Mystery
and Magic werd uitgebreid besproken en werd vereiste stof voor iedereen die in
klassieke studies geïnteresseerd was. Vier jaar later met het boek In the Dark
Places of Wisdom (Golden Sufi Center Publishing, 1999) analyseerde Dr.
Kingsley het gedicht “On nature” door Parmenedis op een wijze die als een
inleiding werkt voor een volledigere behandeling van menselijk inzicht en
menselijk bestaan in Reality. De eerste twee boeken genereerde aanmerkelijk lof
voor het uitzonderlijke werk en wetenschappelijkheid van Dr. Kingsley. Er
kwamen zowel een aantal vragen naar boven als resultaat van de verandering van
zijn uitgever als van de nieuwe en persoonlijke filosofische richting van zijn werk.
Deze vragen zullen waarschijnlijk doorgaan en moeten doorgaan als gevolg van
de huidige publicatie van Reality.
Dr. Kingsley heeft iets ongewoons, en iets zeer verfrissend in Reality
gedaan. De wetenschappelijkheid is diepgaand en net zo indrukwekkend als het
onderzoek dat hij deed voor Ancient Philosophy, Mystery and Magic, en hij doet
dat met dezelfde precisie en documenteert in detail zijn bron materiaal. Dr.
Kingsley daagt de lezer uit zijn ideeën te accepteren niet alleen maar als
wetenschappelijk historisch materiaal maar ook als de grondlegging van een
valide filosofisch-mystiek standpunt op het leven. De sprong in dit persoonlijk
perspectief is vastberaden en weloverwogen. De traditie van filosofisch
onderzoek en uiteenzetting, gemoduleerd in navolging van Pythagoras of andere
filosofen uit de klassieke tijden binnengaan, is een niveau van verbondenheid.
Dr. Kingsley heeft op mystieke wijze hun domein van tijd en bewustzijn betreden.
Het is meer gepast om zijn boek, Reality als het product van een mysticus te zien,
maar ook als het product van een wetenschapper met uitzonderlijke academische
bekwaamheid en wetenschappelijke kennis.
Parmenedis en Empedocles worden niet voorgesteld als klassieke filosofen
in Reality. We zien hen in het licht van Kingsley’s onderzoek als spirituele
gidsen, helers en vertalers van dromen. In de correcte tekst blijken Parmenedis en
Empedocles heel anders te zijn dan de personages bediscussieerd door Plato en
Aristoteles. De reeks fouten die de misvattingen veroorzaakt hebben is lang en
Page 16
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)lijken het resultaat te zijn van twee problemen. Ten eerste hebben filosofen
Plato’s beschrijving en de analyse over Parmenedis voor juist gehouden terwijl
het diepe scheuren vertoonden. Ten tweede waren de teksten “On Nature” niet
juist vertaald, en bleven eeuwen lang onjuist. Dit deel van Peter Kingsley’s
analyse zullen geen sterke overreactie veroorzaken. Wetenschappers en
onderzoekers zullen naar alle waarschijnlijkheid het materiaal in het licht van
Kingsley’s onderzoek onderzoeken en zijn buitengewone wetenschappelijkheid
erkennen. Zij zullen zich niet zo comfortabel voelen over zijn conclusies en de
manier waarop hij verkiest de leringen van Parmenedis en Empedocles te
verklaren.
Moderne academische standaarden hebben een onderliggende eis aan
wetenschappers om de objectieve distantie ten aanzien van hun onderwerp te
behouden. Deze distantie, hoe subjectief ook vastgesteld, leidt vaak tot een
steriele journalistieke manier van rapporteren die zijn plek heeft, maar op vele
manieren nutteloos is. Dit is vooral zo in de geesteswetenschappen, klassieke
studies, filosofische en vergelijkbare academische onderwerpen. Kingsly
beschrijft dit correct als veeleer “filosofie, veranderd in liefde voor het spreken en
argumenteren over liefde van wijsheid” dan liefde voor wijsheid. Een steriel
“veilige” afstand engageert het subject van de soort filosofie niet op een manier
die scherpzinnigheid of wijsheid naar boven brengt. Professor Kingsley toont
ons in Reality een manier om de wereld te bespreken op multipele niveaus die
bekend waren in de klassieke wereld. Wetenschap en onderzoek zijn
noodzakelijk, maar de inspanning en de persoonlijke betrokkenheid met het
materiaal worden ook vereist om de lezer een diepere kijk, een beter inzicht en een
manier van onderwijs te geven die dit vergeten erfdeel weerspiegelt. Deze aanpak
zou verdeeldheid in de academische wereld moeten creëren omdat het het
oppervlakkige werk dat in het verleden voor goed wetenschappelijk onderzoek
doorging, bloot legt. Het is vaak, wanneer alle dingen in aanmerking genomen
zijn, eerder een gemis aan persoonlijke verplichting die een wetenschapper
toestaat om informatie gebaseerd op reputatie te accepteren, dan het intensieve
werk van ontdekken aangaan en de hoogste traditie van filosofisch onderzoek
verwezenlijken. Peter Kingsley’s werk geeft ons een kans om de oorsprong van
een westerse traditie van wijsheid die te lang verborgen is voor ons waarneming
te begrijpen.
Dit interview is overgenomen uit ‘Black Zinnias’ een nieuw tijdschrift waarin
opgenomen poëzie, verhalen, essays, recensies en kunst.