Afficher le texte intégral3 pages
Page 1
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)Karakter
17-03-16 12:11
TIJDSCHRIFT VAN WETENSCHAP
HOME
|
ARCHIEF
|
CATEGORIEEN
REDACTIE
Lol9
_
|
met
Nukerke
HOME
SECTIES
P
\2 413
49
K A N A K | E R 49BKARAKTER. TIJDSCHRIFT VAN WETENSCHAP
BXarakter. Tijdschrift van wetenschap wil een etalage bieden op
Èrecente vernieuwingen in de internationale wetenschap. In
ee wt de kosmes
korte en toegankelijke essays laten wetenschappers uit diverse
“Het einde van het connabisverbod?
E
schrijven voor beginners.
|
+
ae
.
..
disciplines hun licht schijnen over wat grensverleggend,
.
es
spraakmakend, controversieel of gewoonweg mooi is in hun
vakgebied.
Karakter verschijnt viermaal per jaar, met in elk nummer acht
| essays die worden geschreven naar aanleiding van een
_ belangwekkend boek, een opmerkelijk artikel of een
vernieuwende tentoonsteling. De redactie bestaat uit een team
van wetenschappers uit verschillende disciplines. De auteurs
zijn onderzoekers uit België, Nederland of daarbuiten.
_Karakteris een uitgave van Academische Stichting Leuven.
http://www.tijdschriftkarakter.be/category/nummer-49-03-2015/
Pagina 1 van 2
Page 2
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)al eeuwen woedt de discussie onder wiskundigen, filosofen en natuurkundigen of we in een
discrete dan wel in een continue wereld leven. de oude grieken wilden de wereld in gehele
getallen vatten. maar om een continue wereld te beschrijven moesten de gehele getallen
worden uitgebreid met de rationale en irrationale getallen. pas in de negentiende eeuw
konden de irrationale getallen preciezer worden gedefinieerd. tot op vandaag gaat de
zoektocht naar irrationale getallen voort.
Irrationale getallen:
niet realiseerbaar, wel reëel
Adhemar Bultheel
Al eeuwen is er een discussie aan de gang tussen filosofen, wiskundigen en natuurkundigen of we in een
discrete dan wel in een continue wereld leven. ‘God
schiep de gehele getallen en al de rest is des mensen’, verklaarde de wiskundige Leopold Kronecker
in de negentiende eeuw. Maar dit idee leefde ook al
bij Pythagoras en de oude Grieken. Voor hen was het
zowat een geloofspunt dat men alles kon uitdrukken
in natuurlijke getallen (zoals 1, 4, 25 of 1423). Er was
altijd wel een kleinste eenheid te vinden zodat je een
lengte met een geheel getal kon aanduiden. Een geheel getal is een natuurlijk getal, eventueel voorzien
van een minteken (zoals –1 of –4), wat handig is om
aan te geven of je boven of onder een bepaald punt
zit. Dat punt duiden we aan met 0, en ook dit is na
vele eeuwen discussie aanvaard als een geheel getal.
Heb je maar driekwart van de lengte nodig, dan kun
je dat aangeven met een breuk 3/4. Dat is een rationaal getal, namelijk de verhouding (of ratio) van
twee gehele getallen. Als je een kwart als eenheid
neemt, kun je de twee lijnstukken als 3 en 4 keer die
eenheid aangeven, dus als gehele getallen. We kunnen onze wereld met rationale getallen beschrijven
als er een kleinste eenheid is waarmee we dingen
kunnen meten. De kwantumfysica werkt met bouwstenen ter grootte van de constante van Panck, zo
klein dus dat ze maar kunnen worden waargenomen
met astronomische hoeveelheden energie. Ook al
ligt dit ver buiten ons meetvermogen, we kunnen
die eenheden theoretisch nog oneindig verder opdelen, want alles wat niet 0 is kun je nog halveren tot
iets kleiner. In deze logica belanden we in een continuüm. Zo ervaren we intuïtief tijd als een vloeiende,
continu veranderende hoeveelheid. Als onze wereld
continu is, hebben we echter meer nodig dan de
rationale getallen om die te beschrijven. Als we de
rationale getallen uitbreiden met de irrationale getallen, dan krijgen we de reële getallen: hiermee kunnen we een continue wereld beschrijven, die al dan
niet met de realiteit overeenstemt, want die wereld
zullen we toch nooit kunnen meten. Maar wat zijn
reële getallen dan?
Laten we beginnen met de stelling van Pythagoras. De formule a2 + b2 = c2 zit in het collectieve geheugen, en de meeste mensen zullen weten dat a en
b de loodrechte zijden van een driehoek zijn en c de
schuine zijde. Nu is het precies die stelling die als
een tikkende tijdbom het pythagorische geloofspunt over natuurlijke getallen onderuithaalt. Als a
en b allebei 1 zijn, dan is c =
2. Als je nog papier gebruikt, dan ervaar je dit getal dagelijks als de verhouding van de lengte op de breedte van het A4-formaat.
(Of ongeveer die verhouding, want als je tot op het
niveau van de atomen van het papier zou gaan worden lengte en breedte wazige begrippen.) Dat is niet
zo met
2 . Als je dit getal met decimalen schrijft,
dan blijf je cijfers na de komma genereren. Dat gebeurt toch wel meer, zal je zeggen. Denk maar aan
de breuk 1/3. Die geeft ook een oneindige rij drietjes.
Ook bij 1/7 = 0,142857142857142857... zie je een patroon van cijfers dat zich oneindig dikwijls herhaalt.
Geen probleem, want je kunt dan 1/3 of 1/7 als eenheid nemen en de vorige 1 is dan 3 of 7 keer de nieuwe
eenheid. Dus door de eenheid maar klein genoeg te
kiezen kun je rationale getallen uitdrukken als gehele veelvouden van die eenheid. De Grieken vonden
dat zo fundamenteel dat het woord ratio via het Latijn
tot bij ons is gekomen, ook in de betekenis van rede
of gezond verstand. Maar met
2 is toch iets anders
aan de hand want in
2 kun je zo een herhaald patroon niet vinden, hoe ver je ook doorrekent.
Ook de Grieken zagen de ‘onmeetbaarheid’ van
2 en andere wortels al gauw in. De legende gaat dat
Hippasus, een lid van de sekte van Pythagoras, het
leven liet omwille van die ontdekking. Zijn bewijs
dat
2 ‘onmeetbaar’ of ‘irrationaal’ is kennen we via
Plato, en het is meteen ook een van de elegantste bewijzen van de wiskunde. Euclides beschreef die irrationale getallen in zijn Elementen, die tot de vorige
eeuw nog de basis vormden van het meetkundeonderwijs in de humaniora. Door getallen als
2 naar
de meetkunde te verbannen werd het probleem gedeeltelijk omzeild. Ze waren dan wel irrationaal,
maar je kon ze ‘construeren’. Met een passer kun je
inderdaad een lijn loodrecht op een andere construeren, en een aantal keer een eenheid uitzetten. Theo
dorus construeerde al in de tijd van Pythagoras een
spiraal waarin alle wortels van
2 tot
17 voorkwamen, door 16 driehoeken aan elkaar te plakken. Maar
andere constructies waren dan weer onmogelijk. Zo
heeft men eeuwen gezocht naar de kwadratuur van
de cirkel – dit wil zeggen alleen met passer en liniaal
een vierkant construeren waarvan de oppervlakte
gelijk is aan de oppervlakte van een cirkel – wat niet
lukte omdat p niet construeerbaar is. De gulden
snede f = ( 1+
5 )/2 is een ander voorbeeld van een
wortelgetal waarvan de Grieken wisten dat het construeerbaar was. Het werd in de renaissance door
Luca Pacioli tot ‘Goddelijke Ratio’ uitgeroepen omdat het in de klassieke architectuur en beeldhouwkunst als een ideale maat van schoonheid zou gebruikt zijn.
Tot nu toe hebben we rationale en irrationale getallen met decimalen voorgesteld, maar die argumenten zijn eigenlijk historisch gezien onjuist. De
Indo-Arabische cijfers werden in Europa pas in de
dertiende eeuw geïntroduceerd door Fibonacci, en
de decimale getallen werden populair gemaakt door
Simon Stevin met zijn boek De Thiende (1585). Ondertussen was via de Arabieren ook de algebra ontdekt, en kwamen zo de wortelgetallen weer op de
proppen bij het oplossen van vergelijkingen. De
meetkundige wiskunde van de Grieken had plaatsgemaakt voor de algebra van de Arabieren. Het onderscheid tussen construeerbaar en niet construeerbaar maakte plaats voor een algebraïsch onderscheid.
Neem de gulden snede f. Die is algebraïsch omdat
x = f de uitdrukking x2 – x – 1 nul maakt. Die uitdrukking is een veelterm van graad 2 met coëfficiënten 1, –1,–1 en men zegt dat f er een nulpunt van is.
3
Zo voldoet ook x =
2, de derdemachtswortel van 2,
aan x3 – 2 = 0. Het is een nulpunt van een veelterm
van de derde graad. Een getal dat een nulpunt is van
een veelterm met gehele coëfficiënten noemt men
algebraïsch. Zoniet overstijgt het de algebra en
noemt men het transcendent. Transcendente getal3
len zijn automatisch irrationaal. Het getal
2 is dus
wel algebraïsch maar niet construeerbaar, want de
Grieken konden met de constructie van
2 wel de
oppervlakte van een vierkant maar niet het volume
van een kubus verdubbelen.
De algebristen probeerden – dikwijls tevergeefs
– het omgekeerde probleem op te lossen, namelijk
een formule vinden voor de nulpunten van gegeven
veeltermen. Die koortsachtige zoektocht viel stil
toen de briljante Noorse wiskundige Niels Abel 250
jaar later aantoonde dat, als de graad van de veelterm 5 of hoger is, in het algemeen zo een formule
niet bestaat. (Naar hem is overigens de Abelprijs genoemd, die sinds 2001 fungeert als een soort Nobelprijs voor de wiskunde.) Wat Abel ontdekt had, was
eigenlijk ook al door de Franse revolutionair Evariste
Galois gevonden, maar zijn werk was niet helder en
raakte niet meteen gepubliceerd. Hun resultaat be12
Page 3
Voir dans le PDF(s’ouvre dans une nouvelle fenêtre)tekent dat er dus transcendente getallen bestaan.
Het getal p werd alvast bij de verdachten gerekend.
Tijd om de meest populaire irrationale getallen te
bekijken: e en p. Het getal p kent iedereen wel als de
omtrek van een cirkel met diameter 1. Vandaar de
Griekse letter p van ‘periphereia’. Het getal e verwijst naar Leonard Euler, een Zwitsers wiskundig
genie (die trouwens ook het gebruik van de letter p
populariseerde). Daarmee zijn we meteen in de
achttiende eeuw beland. Maar e was al honderd jaar
voor hem ontdekt door Jacob Bernoulli, als het resultaat van een berekening van samengestelde interest.
Stel dat je 1 euro aan 100 procent per jaar belegt, dan
krijg je na 1 jaar 2 euro. Als je de rente na 6 maand
krijgt uitbetaald en herbelegt, dan heb je na 1 jaar
(1 + 1/n)2= 2,25 euro. Als je elke dag de rente kan
herbeleggen krijg je (1 + 1/365)365 = 2,714567482
euro, en als je elk moment ogenblikkelijk zou kunnen herbeleggen krijg je (1 + 1/n) n voor n oneindig
groot, en dat is het getal e, wat iets groter dan 2,7 is.
Euler op zijn beurt wou aantonen dat e en p irrationaal waren. Een belangrijk wiskundig speeltje daarbij waren de kettingbreuken, dit zijn breuken waarvan de noemer onder de breukstreep weer een breuk
is, waarvan de noemer onder de breukstreep ... enzovoort. (Je zou die kunnen omschrijven als breuken
met het ‘Droste-effect’: op de verpakking van cacaopoeder van Droste stond vroeger een verpleegster
met een doos cacaopoeder van Droste waarop een
verpleegster stond met een doos cacaopoeder …)
Euler merkte op dat als je e als een kettingbreuk
schrijft – dus met oneindig veel delingen in plaats
van oneindig veel vermenigvuldigingen – er in de
noemers met een zekere regelmaat alle even getallen
2, 4, 6, … verschijnen. Omdat dit tot in het oneindige
doorloopt, kon hij met enige moeite bewijzen dat e
irrationaal is.
Ook p werd ervan verdacht irrationaal te zijn,
maar de kettingbreuk van p bezat niet dezelfde regelmaat als die van e. Johann Heinrich Lambert, een
tijdgenoot van Euler, kon echter bewijzen dat de
kettingbreuk van de tangens van een rationaal getal
irrationaal was, en vermits de tangens van p/4 gelijk is aan 1, kan p dus niet rationaal zijn. Hierdoor
waren twee glamoureuze getallen bijgezet in het
pantheon der irrationale getallen, ver verheven boven
de laag-bij-de-grondse wortelgetallen. Later werden
nog andere bewijzen gevonden voor dit feit, en ook
voor de irrationaliteit van machten en wortels ervan.
De zoektocht van wiskundigen naar irrationale en
transcendente getallen, en vooral het bewijs van hun
irrationaliteit, gaat tot vandaag door. Een mogelijke
bron van inspiratie is daarbij de zetafunctie, genoteerd als z. Als n en s natuurlijke getallen zijn, dan
zal ns steeds groter worden naarmate n stijgt, en dus
zal 1/ns een steeds kleiner wordend getal zijn.
Als je m van die rationale getallen 1/ns voor n = 1, 2,
3, … , m optelt, dan krijg je nog steeds een rationaal
13
getal, en door m steeds maar groter te nemen, komt
de som steeds dichter en dichter bij een limietwaarde en die limiet is z (s). We kunnen z (1) meteen wegwerpen, want die is oneindig en dus niet interessant. Euler bewees dat z (2) gelijk was aan p/6, en
zelfs dat z(2k) gegeven wordt door een rationaal getal maal p2k. Dus alle z (s) met even s zijn irrationaal;
het gaat om limieten van rijen van rationale getallen,
maar ze zijn zelf irrationaal. De uitdaging is om aan
te tonen dat z (s) voor oneven s ook irrationaal is. Het
was pas in 1978 dat de Franse wiskundige Roger Apéry kon aantonen dat z (3) irrationaal is. Hoewel men
weet dat er oneindig veel irrationalen zitten tussen
z (3), z (5), z (7), … blijft het voorlopig nog zoeken
naar een bewijs voor de volgende irrationale zeta.
Zijn de irrationale z(s) ook transcendent? Het antwoord kennen we alleen voor even s. Dat hangt samen met de transcendentie van e en p, iets wat we
weten sinds Ferdinand von Lindemann dit in 1882
kon bevestigen, gebaseerd op eerder werk van Charles Hermite. Hij toonde eerst aan dat e transcendent
was. Daarna kon hij bewijzen dat ook p transcendent was, door gebruik te maken van wat wel eens
de mooiste formule uit de wiskunde wordt genoemd:
ei p = –1. Vermits z (2k) = c p2k zijn ook deze allemaal
transcendent. Karl Weierstrass voegde daar dan aan
toe dat ook ep transcendent is. Maar nog steeds is
weinig geweten over andere combinaties, zoals ep of
e + p. Het is zelfs niet bewezen dat ze irrationaal zijn.
De oneindigheid van de
––
–––––––––––––––––––
irrationale getallen is oneindig
––
–––––––––––––––––––
veel oneindiger dan die van
––
–––––––––––––––––––
de rationale getallen
–––––––––––––––––––––
Misschien wekt het verhaal tot nu toe de indruk dat
er slechts een paar irrationale getallen bestaan. Niets
is echter minder waar. Er zijn er oneindig veel, en
wel zoveel dat we ze in tegenstelling tot de rationale
getallen niet eens kunnen nummeren. Als je de rationale getallen volgens grootte rangschikt is het moeilijk om ze te tellen, want tussen twee verschillende
rationale getallen zitten altijd oneindig veel andere
rationale getallen. Je kunt ze wel in het gelid zetten
door ze als volgt op te sommen: 1/1, 1/2, 2/1, 1/3,
2/2, 3/1, 1/4, 2/3, 3/2, 4/1, … Het patroon is dat je
alle breuken p /q opnoemt waarvoor p + q opeenvolgend gelijk is aan 2, 3, 4, 5, … Je laat alle dubbels weg,
zoals 2/2 en 3/3, of 2/4 en 3/6. Voeg de 0 vooraan toe
en laat elk getal voorafgaan door min zichzelf. Zo
krijg je alle rationale getallen, de positieve en de negatieve, en omdat je zo elk getal een uniek nummer
1, 2, 3, … kunt geven zijn er precies evenveel natuurlijke getallen als er rationale getallen zijn. Men zegt
ook wel eens dat ze aftelbaar zijn. Concreet betekent
dit dat je een lengte dus steeds nauwkeuriger kunt
opmeten door de eenheden op de meetlat te blijven
opdelen. Zolang we niet tot in het oneindige zijn
doorgegaan, kunnen we het resultaat benoemen met
een geheel getal. Maar net zoals de som in de zetafunctie rationaal is zolang er eindig veel termen zijn,
maar de waarde irrationaal wordt als er oneindig
veel genomen worden, zo kan het ook zijn dat we bij
een irrationale waarde uitkomen als we de meetlat
tot in het oneindige blijven verfijnen. Tussen twee
verschillende rationale getallen zitten ook oneindig
veel irrationale getallen. Alleen zijn het er oneindig
veel meer, want stel dat je die ook zou kunnen nummeren zoals de rationale getallen, dan kun je er altijd eentje produceren dat niet in de rij staat, aldus
stelde Georg Cantor op het einde van de negentiende
eeuw. Irrationale getallen laten zich niet nummeren. Ze zijn met andere woorden niet aftelbaar en
daarom zijn er meer irrationale getallen dan rationale. Van beide types zijn er oneindig veel, maar de
oneindigheid van de irrationale getallen is oneindig
veel oneindiger dan die van de rationale getallen.
Toen dit duidelijk werd, was het voor de wiskundigen
een schok, vergelijkbaar met de schok die het bestaan
van irrationale getallen bij de Grieken teweegbracht.
Ze sloegen elkaar met paradoxen om de oren. De hele
verzamelingenleer stond meteen op losse schroeven
en de fundamenten van de wiskunde moesten worden herschreven.
Pas nadat we de gehele getallen uitbreiden met de
rationale en de irrationale getallen en ze allemaal
volgens grootte op een lijn zetten krijgen we de reële
rechte, een continuüm waarop elk punt een reëel
getal voorstelt. Dit is geen antwoord op de vraag of
onze wereld continu dan wel discreet is, maar het
verklaart wel hoe de wiskunde zich een continue wereld schept. Of die wereld nu echt bestaat of niet,
voor de wiskundige is hij alvast reëel.
•
Julian Havil, The Irrationals. A Story of Numbers You Can’t
Count on. (Princeton University Press, 2012).
Amit Hagar, Discrete or Continuous? The Quest for Fundamental
Length in Modern Physics. (Cambridge: Cambridge University