Architectuur is bevroren muziek

Auteur
Schulze, W.
Verschenen in
Kunst en Wetenschap
Jaar
2001
Onderwerp
MUSIC
Taal
Nederlands
Categorie
C8 Geschiedenis en archeologie
Archiefnummer
4357

PDF openen(opent in een nieuw venster)

Volledige tekst tonen1 pagina's

Pagina 1

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
= CIAL ZEW. KLEINE KUNSTKRONIEK ARCHITECTUUR IS BEVROREN MUZIEK WERNER SCHULZE T: de vriendenkring van Johann Wolfgang von Goethe ontstond de uitspraak ‘architectuur is bevroren muziek’. Goethe schrijft in zijn Htalienische Reise over zijn bezoek aan antieke tempels en theaters. waaronder de tempel van Paestum. Uitbundig prijst hij de antieke bouwkunst: ‘Hoe moeten geest en oog in verrukking worden gebracht als men onder ieder soort belichting deze veelvoudige horizontale en duizend verticale lijnen onderbroken en opgesierd als zwijgende muziek met de ogen opneemt.” Ook in het tweede deel van zijn Faust klinkt er iets door van de muzikale harmonie an de Griekse tempels: "De zuilenschacht. ook de triglief daar klinkt/ Ik geloof zelfs dat de hele tempel zingt.” In het antiek-Griekse denken speelden getallen en hun verhoudingen cen voorname ral. Ze konden zo verschillende gebieden als aritmetica. geometrie. harmoniek. kosmologie. astronomie. ethiek. staatsleer en zielkunde omvatten. Daarbij speelde het begrip svm-metria — in het Latijn commensura, "samen-maal’ — cen belangrijke rol; het werd niet slechts als mathematisch-kwantitatief maar ook als psychisch-kwalitatief denkbeeld begrepen. dat zich overeenkomstig de verhoudingen van het menselijke lichaam ontwikkeld: de waarden 2:1. 3:2. 4:3. 3:1, 4:1, 6:1. 8:1 en 10:1. Vitruvius word niet moe op de analogie tussen de hoofdmaten van een ruimtelijke architectuur en de muzikale intervalmaten te wijzen. Piolomaios (tweede eeuw n.Chr.) geelt een harmonikaal ordeningsschema door dat een belangrijk aangrijpingspunt voor de parallelliteit van maten in wiskunde en muziek geeft: de Helikon. Een spanraam laat de vier snaren van een muziekinstrument zien, maar toont ook op eenvoudige wijze het harmonisch en het arithmetisch midden van twee in de verhouding 6:12 staande lengtes: 6:8=9: 12, Bij dergelijke verhoudingen kan de architectuur, die ook als beeld van de Kosmos begrepen werd. zich aansluiten. Als men bedenkt dat Plato in de dialoog Timaios de zojuist genoemde getalsvierheid als bestanddeel van de harmonikale bouw van de wereldziel heeft begrepen. dan ligt het niet zo ver weg zulke getalsliguren in bouwwerken te gebruiken, in het bijzonder als de wereldziel in het christendom als Heilige Geest wordt hergewaardeerd. De maten van de Hagia Sophia tonen ons de door het fundamentele muzikale interval octaal-kwintfaçade is te zien dat harmonikale normering en kleine afwijking van de norm pas in hun samenwerking de Kwaliteit van kunstzinnige vormgeving tonen. Het ligt niet anders bij Palladio. De ‘geboorte van de architectuur uit de geest van de muziek’ is ook hier een gegeven. De architectuurfilosofie van Arthur Schopenhauer (1788-1860) mag niet onvermeld blijven. Ook zij karakteriseert de architectuur als bevroren muziek en behandelt transformaties van muzikale begrippen naar de taal van de architectuur, waarbij hij bijvoorbeeld de ruïne schetst als bevroren cadens of cadenserende Jermate. In de twintigste eeuw namen enkele architecten de principes van een harmonikale bouwkunst in hun ideeën, ontwerpen en bouwplannen op. Theodor Fischer (1862-1938) gebruikte de getallen 1 tot 6 in het bewustzijn dat sinds de tijd van de muziektheoreticus Giaseffo Zarlino (1517-1590) het senarie het raamwerk van de consonante intervallen vormt en de volgorde van verhoudingen 1:2:3:4:5:6 de eerste zes tonen van de natuurtoonreeks geeft en daarmee ook de grote drieklank definieert. "De muzikale fundamenten met kosmische wetten en hun tegenwoordigheid in fysica en psyche Tegen het einde van de twaalfde ecuw begint in de architectuur een verandering van stijl. Van Frankrijk uitgaand breidt de gotiek zich over het westen van het christelijke avondland door hele natuurlijke getallen bepaalde intervalten van tonen en het feit dat de getallenreeks 1-6 de basis vormen van het hele ongelooflijke gebouw van onze muziek is voor Fischer aanleiding ook voor de proportionering van de architectuur eenvoudige getalsverhoudingen en rationale getalsrecksen bij zijn werk te betrekwerd ook in de kunsttheorie overgenomen. Daarmee hebben de getalsgrondslagen van de uit. De kathedraal van Chartres (1194-1220) geldt als een van de beroemdste Franse katheken. Hij gaat er daarbij steeds vanuit dat — zoals bij de cirkelgeometrie — alleen het simpele drale kerken. Begrijpt men de in de ontwerpwerkelijke bewijskracht heeft.” (Rudolf Pfister. Theodor Fischer. München 1968). Bouwen volgens de maten van de muziek heeft ook in de tegenwoordige tijd niets van zijn geldigheid verloren. Hier kan de Zwitser André Studer zowel richt op de hoorkwaliteit van muzikale ritmen en intervallen als ook op het idee van de volkomenheid. De leer omtrent een overeenstemming van muziek in de architectuur en de beeldende kunst ingang gevonden. Maar er bestaan in geen geval slechts enkel exacte toebedelingen van verhoudingen. maar net zo goed geringe nuances, kleine schommelingen in de marges van de proportienormen. Het ging niet om ontbrekende nauwkeurigheid bij het bouwen, maar om esthetische bedoeling. Harmonikale normen dus aan de ene kant en verlevendiging van de norm door minimale afwijking aan de andere kant. duodeciem voorgestelde fundamentele klank. tekeningen bewaarde getallen 40 48 60 70 en rie van het bouwen volgens harmonikale toe- 80 als frequenties van tonen, dan levert dat de klankgedaante ces g b* c° op. In het boek voor de bouwlieden van Villard de Honnecourt zijn figuren gevoegd waarvan er een op verschillende manieren een harmonikale betekenis heeft. In de tijd van de Renaissance kwam het tot een grootse herbeleving van de antieke traditie. Niet alleen de uiteenzettingen van Vitruvius kregen aandacht — wat zijn weerslag had in talrijke vertalingen van en commentaren op zijn leerpassing van maat. De muzikale verhoudingsboek — maar ook, parallel daaraan. richtte Leon getallen die Vitruvius in zijn leerboek naar voren brengt. zijn slechts een monster uit een veelvoud aan overgeleverde intervalsverhou- Battista Alberti (1404-1472) de aandacht op het belang van muzikale proporties in de architectuur. In de hele renaissancetijd, tot aan Andrea Palladio (1508-1580), een van de laatste grote bouwmeesters van dit tijdperk. kent men het bouwen volgens harmonikale maten. Tot de beroemdste bouwwerken van Leon Battista Atberti rekent men de San Francesco In de eerste eeuw voor Christus beschrijft Vitruvius in zijn De architectura libri X een theodingen, namelijk de zogenaamde ‘vaststaande’ basisintervallen van het toonsysteem: 2:1 (octaaf). 3:2 (kwint). 4:3 (kwart) en ook de octaafoverschreidende intervallen 4:1 (dubbeloctaaf), 3:1 (octaaf plus kwint) en 8:3 (octaaf plus kwart). De architectonische verhoudingen zijn in Rimini. Zowel in het zijfront als ook in de genoemd worden, die van een kleinste maat. de metrische voet (modulus), uitging en voor alle belangrijke afmetingen van een bouwwerk veelvouden in gehele getallen van deze kleinste maat gebruikte. Ook in Oostenrijk zijn er initiatieven met betrekking tot een harmonikaal bouwen. Het spreken over architectuur als bevroren muziek mag misschien poëtisch zijn. maar cen belangrijk gegeven blijft in onze de helende en tranformerende kracht van de kunsten dikwijls negerende tijd: harmoniek heeft zijn zijn en zin verloren als architectuur tot een verstarde leer geworden is. Prof. dr. W. Schulze is leider van de leergang voor harmonikaal onder ‘oek aan de Universitit für Musik und darstellende Kunst Wien. KUNST EN WETENSCHAP 33