Heidense wijzen in kerken en kloosters op de Balkan. Een opvallend voorbeeld van de continuiteit van de oudheid

Auteur
Greeve, H. de
Verschenen in
Hermeneus
Jaar
1983
Onderwerp
MONASTRY
Taal
Nederlands
Categorie
C12 Religie
Archiefnummer
4368

PDF openen(opent in een nieuw venster)

Volledige tekst tonen13 pagina's

Pagina 1

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
A SER \ AB > Ak Vu. FE ar gn Heidense wijzen in kerken en kloosters op de Balkan Een opvallend voorbeeld van de continuïteit van de oudheid H. de Greeve Wie in de Balkanlanden kerken en kloosters wijst in zijn Christelijke Symboliek en Iconoheeft bezocht, zal ongetwijfeld het thema de grafie ook op een analogie met Christus, uit Boom van Jesse wel eens hebben gezien. Aan wiens zijde, terwijl hij aan het kruis hing, de kerk werd geboren.) Het beroemdste voorbeeld van de Boom van Jesse in de westerse de basis van voorstellingen van de Boom van Jesse liggen de volgende teksten uit Jesaia: ‘Dan zal een twijg aan de tronk van Jesse ontspruiten, een scheut uit zijn wortel ontkiemen. De geest van Jahweh zal op hem rusten’ (Hfdst. XI, 1-2); ‘Op die dag zal de wortel van Jesse, als een banier voor de naties verheven, door de volkeren worden gezocht en zijn rustplaats zal glorievol zijn’ (id. 10). Deze teksten hebben grote invloed gekregen in de kunst; het thema de Boom van Jesse is immers veelvuldig weergegeven. Jesse, Davids vader, ligt dan op een rustbed; uit zijn borst ontspruit een stam, waarin de koningen van Juda zijn afgebeeld. Bovenaan de stam vindt men Maria of Christus. Links en rechts ervan zijn de profeten die de komst van Christus hebben voorspeld, weergegeven. Jesse wordt slapend voorgesteld, wat noch in overeenkunst is een raam in de westgevel van de kathedraal van Chartres (13e eeuw). Links en rechts van de stam staan 14 profeten afgebeeld Ook in kerken en kloosters in de Balkanlanden, en wel op schilderingen, komt het thema voor, maar met een belangrijk verschil: aan de boom, d.w.z. onderaan, links en rechts van Jesse of in een lange strook ernaast, zijn personen uit de heidense oudheid toegevoegd. Timmers vermeldt voor de westerse kunst slechts twee voorbeelden van dien aard: Vergilius bij de Boom van Jesse in het psalterium van Wolfenbüttel en tevens in het linkerportaal van de facade van de kathedraal van Laon. Soms komen in de Balkanlanden alleen de Heidense Wijzen voor, zonstemming is met de tekst van Jesaja, noch der de Boom van Jesse, Zoals we zullen zien, met enige andere tekst. Er lijkt sprake te zijn maakt dat voor de ikonografische bedoeling van het thema geen verschil. Dit opvallende voorbeeld van de continuiteit van de oudvan een analogie met Adam, die te slapen lag, toen Jahweh een rib uit hem nam om daaruit Eva te scheppen. (J.J.M. Timmers heid vormt het onderwerp van deze bijdrage.

Pagina 2

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
Heidense wijzen in kerken en kloosters op de Balkan Een opvallend voorbeeld van de continuïteit van de oudheid H. de Greeve Wie in de Balkanlanden kerken en kloosters heeft bezocht, zal ongetwijfeld het thema de Boom van Jesse wel eens hebben gezien. Aan de basis van voorstellingen van de Boom van Jesse liggen de volgende teksten uit Jesaia: ‘Dan zal een twijg aan de tronk van Jesse ontspruiten, een scheut uit zijn wortel ontkiemen. De geest van Jahweh zal op hem rusten’ (Hfdst. XI, 1-2); ‘Op die dag zal de wortel van Jesse, als een banier voor de naties verheven, door de volkeren worden gezocht en zijn rustplaats zal glorievol zijn’ (id. 10). Deze teksten hebben grote invloed gekregen in de kunst; het thema de Boom van Jesse is immers veelvuldig weergegeven. Jesse, Davids vader, ligt dan op een rustbed; uit zijn borst ontspruit een stam, waarin de koningen van Juda zijn afgebeeld. Bovenaan de stam vindt men Maria of Christus. Links en rechts ervan zijn de profeten die de komst van Christus hebben voorspeld, weergegeven. Jesse wordt slapend voorgesteld, wat noch in overeenstemming is met de tekst van Jesaja, noch met enige andere tekst. Er lijkt sprake te zijn van een analogie met Adam, die te slapen lag, toen Jahweh een rib uit hem nam om daaruit Eva te scheppen. (J.J.M. Timmers wijst in zijn Christelijke Symboliek en Iconografie ook op een analogie met Christus, uit wiens zijde, terwijl hij aan het kruis hing, de kerk werd geboren.) Het beroemdste voorbeeld van de Boom van Jesse in de westerse kunst is een raam in de westgevel van de kathedraal van Chartres (13e eeuw). Links en rechts van de stam staan 14 profeten afgebeeld.1 Ook in kerken en kloosters in de Balkanlanden, en wel op schilderingen, komt het thema voor, maar met een belangrijk verschil: aan de boom, d.w.z. onderaan, links en rechts van Jesse of in een lange strook ernaast, zgn personen uit de heidense oudheid toegevoegd. Timmers vermeldt voor de westerse kunst slechts twee voorbeelden van dien aard: Vergilius bij de Boom van Jesse in het psalterium van Wolfenbüttel en tevens in het linkerportaal van de facade van de kathedraal van Laon. Soms komen in de Balkanlanden alleen de Heidense Wijzen voor, zonder de Boom van Jesse, Zoals we zullen zien, maakt dat voor de ikonografische bedoeling van het thema geen verschil. Dit opvallende voorbeeld van de continuïteit van de oudheid vormt het onderwerp van deze bijdrage.

Pagina 3

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
1 Thucydides, Jesse, David en Solon, Sucevitsa (Roemenië) Als men de Noord-Roemenië een tocht maakt langs de beroemde Moldavische kloosters met hun schitterend bewaarde schilderingen, die zich aan de buitenkant (!) van de kerken bevinden – dit unieke verschijnsel op zich is de reis erheen al waard – treft men de Heidense Wijzen in de Boom van Jesse enkele keren aan. Wij geven twee voorbeelden: Aan de rechter zijmuurvan de kerk van het klooster Sucevitsa (ca. 1600) staan 14 personen afgebeeld, voorzien van banderollen met Kerkslavische teksten. Links van Jesse en David: (v.l.n.r.) Porphyrius, Galenus, Homerus, Vason (?), Ason (?), Astakos (?), Thucydides (? er staat iets als Udi, zie afb. 1); rechts van Jesse: Solon (? er staat Selim, zie afb.1), Sophocles, Plato, Aristoteles, Pythagoras (zie voor de laatste vier personen afb. 2), een Sibylle en Saul (?, zie afb. 3). Op korte afstand van Sucevitsa ligt het klooster Moldovitsa (ca. 1540); daar zijn naast de Boom van Jesse paarsgewijs afgebeeld: Pythagoras en Socrates: Aristoteles en Astakos (?); Plato en een Sibylle; Thucydides en Sophocles; Astakos (?) en Plutarchus. Het aantal personen en de personen zelf verschillen. De vraagtekens maken duidelijk dat de identificatie van enkele namen onzeker is; soms gaat het zelfs om namen die voor de oudheid geheel onbekend zijn. Astakos komt zelfs twee keer voor, terwijl in deze samenhang verder nooit een persoon twee keer wordt afgebeeld. Op deze problemen komen wij nog terug. De Heidense Wijzen hebben in tegenstelling

Pagina 4

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
2 Sophocles, Plato, Aristoteles en Pythagoras, Sucevitsa (Roemenië) tot Jesse en David geen aureool. Behalve bij de Sibylle (die Tsaritsa’ wordt genoemd) staat bij iedere persoon Elin, d.w.z. ­Ελλην. Men bedenke dat dat woord in deze samenhang niet meer ‘Griek’ betekent, maar al sinds de vierde eeuw na Christus een terminus technicus is geworden voor ‘heiden’. Hoewel de aankleding van de personen weinig met de oudheid te maken heeft, is hun uiterlijk nu ook weer niet geheel willekeurig weergegeven. Op afb.2 zien we dat Plato een kleine doodskist op het hoofd heeft, een verwijzing naar zijn betoog over de onsterfelijkheid van de ziel in de Phaedo. De aanwezigheid van de kerken in Moldavië verdient een korte bespreking. In 1538 had Moldavië weliswaar zijn onafhankelijkheid verloren, maar het behield zijn administratieve autonomie en daarmee een grote mate van onafhankelijkheid. Zo had het een bijzondere plaats in het Osmaanse Rijk, waarin de overige Balkanstaten allang aan de direkte heerschappij van de Turken waren onderworpen. De band met de orthodoxe kerk van Byzantium bleef bestaan. Verscheidene vorsten van Moldavië stichtten grote orthodoxe kloosters voor hun eigen prestige, maar ook om katholieke propaganda vanuit Polen tegen te gaan. Voor Bulgarije noemen we twee mooie schilderingen met Heidense Wijzen, namelijk in de kerk van Christus’ geboorte in Arbanassi (bij Tirnovo, ca. 1485) en in de refter van het Bačkovoklooster (niet ver van Plovdiv,

Pagina 5

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
3 Een Sibylle en Soul, Sucevitsa (Roemenië)

Pagina 6

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
ca. 1650).2 De Byzantijnse traditie is in Bulgarije veel direkter bewaard dan in Moldavië, omdat Bulgarije een wezenlijk onderdeel is geweest van het Byzantijnse Rijk; vandaar dat de banderollen nu Griekse teksten hebben. Op die van Homerus in Arbanassi (zie afb. 4, waar nog een ander verschil met de afbeeldingen uit Moldavië opvalt: Homerus draagt namelijk een aureool) lezen we: ΗΞΙ ΠΡΟΣ ΗΜΑΣ ΟΨΕ ΓΗΣ ΑΝΑΞ Π ΟΛΟΥ Π`ΦΑΝΟΙΤΑΙ ∆ΗΧΑ -ΤΙΝΟΣ ΣΦΑΛΜΑΤ(ΟΣ) D.w.z.: ­Ηξει πρeσ “µ€σ ψb γƒσ ™ναξ πÞλου καd φανε ται δÝχα τινeσ σφÀλµατοσ: laat zal de vorst van het aardrijk tot ons komen en hij zal verschijnen zonder enige fout (= volmaakt). Als voorbeeld van een banderol uit het Baökovoklooster geven wij de tekst die Socrates bij zich draagt: K`ΛΑΜΒΑΝΙ ΣΑΡΚΑ ΑΠΟ ΕΠΡΕΑΝ ΠΑΡΘΕΝΩ(Ν)Κ` wij drie afbeeldingen. In de kerk van de Profeet Elias (ca. 1744) in het dorpje Siatista (ca. 25 km ten westen aan Kozani) vinden we van links naar rechts: Solon en Plutarchus (afb .5), Aristoteles (omslagafb.), Plato, Thucydides en een Sibylle (afb. 6). Nu worden de personen aangeduid als ‘de Wijze’ (• σοφÞσ-“ σοφÜ). Interessant is de tekst van de banderol van de Sibylle; het belangrijkste gedeelte ervan luidt: καd ‰γg “µ ν, t φιλÞσοφοι, λÛγω: ... δÝχα σφÀλµατοσ γενÜσεται σaρξ ˆκÀµατοσ: ik zeg U, filosofen, ... zonder fout zal het vlees geboren worden, moeiteloos. Het oudste ons bekende voorbeeld van het voorkomen van Heidense Wijzen in de schilderkunst in de Balkan vinden wij in de kerk Bogorodica Ljeviska in Prizren (Joegoslavië, eerste helft 14e eeuw). Daar zijn, van de aan de Boom van Jesse toegevoegde personen, alleen Plato en Thucydides over; de naamsaanduiding ‘Ethiopische Sibylle’ is bewaard, ΣΤ(ΑΥ)ΡΩΘΥΣΕΤΑΙ Κ`ΜΑΚΑΡΗΟΙ Η ΑΚΟΥ(ΟΝ)ΤΑΙΣ ΑΥΤ(ΟΝ) D.w.z.: Καd λαµβÀνει σÀρκα ˆπe ^Εβαιαν καd σταυρωθÜσεται, καd µαχÀριοι ο” ˆκοàοντεσ αŽτÞν ...: hij neemt het vlees aan uit een Joodse maagd en hij zal gekruisigd worden; zalig degenen die hem horen.3 (De spelfouten in het Grieks zijn te begrijpen als men uitgaat van de huidige uitspraak van het Grieks.) De bekendste voorbeelden van de Heidense Wijzen in Griekenland vindt men in de kloosters Lavra en Iwiron op de berg Athos en in het Spanouklooster bij Joannina.4 Van een minder bekende voorstelling geven 4 Homerus en Aristoteles, Arbanassi (Bulgarije)

Pagina 7

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
zodat wij weten dat ook hier een Sibylle was afgebeeld. Het blijft mogelijk te veronderstellen dat het thema al eerder op inmiddels verdwenen schilderingen is weergegeven. Nu we naar ons idee voldoende voorbeelden van het voorkomen van deze Heidense Wijzen hebben gegeven, proberen we een antwoord te geven op vragen van de volgende aard: Waarom komen deze personen in dit kader voor? Waarom verschillen de reeksen personen ten opzichte van elkaar? Waar komen de teksten die op de banderollen staan vandaan? Waarom zijn zoveel namen niet te identificeren of volstrekt onbekend? Het is absoluut onjuist te menen dat de afgebeelde personen, waar het om Griekse schrij- 5 Solon en Plutarchus, Siatista (Griekenland) vers en denkers gaat, in de kloosters werden bestudeerd. Monniken van de orthodoxe kerken hadden (en hebben) niet zoveel belangstelling voor de wetenschap als monniken in het westen. We moeten dus naar een andere oplossing zoeken. In de 2e eeuw na Christus ontstond in Alexandrië een streven de voor-christelijke wereld te integreren in het christendom. Veel christelijke denkers beschouwden zich als voortzetters van de gedachten van de oude wijsgeren. De overeenkomsten werden naar voren gebracht, de verschillen verzwegen. Clemens van Alexandrië (150-215) keurt van het heidendom weliswaar veel af, maar noemt de Sibyllen door God geïnspireerd. Als eerste

Pagina 8

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
6 Thucydides en een Sibylle, Siatista (Griekenland) gebruikt hij teksten van heidense auteurs om waarheden van het christendom te bekrachtigen. Volgens hem hebben de Grieken alles uit het Oude Testament geleerd; vooral bij Heraclitus vindt hij gedachten die vergelijkbaar zijn met die van het christendom. Ook de kerkvader Origenes, een leerling van Clemens, gebruikte citaten van heidense auteurs om christelijke leerstellingen te bewijzen of te verduidelijken. Uit dezelfde tijd dateert de uitspraak van Numenius, een neoplatonicus: ‘Wat is de grote Plato anders dan een Grieks sprekende Mozes?’ Basilius de Grote, eveneens een kerkvader (ca. 350), bewijst in zijn tractaat Over de klassieke studie dat hij de kennis van klassieke auteurs essentieel acht voor de ontwikkeling van een christen, een propedeuse (προπαιδεÝα) op de bestudering van de Heilige Schrift. G. Glockmann heeft in zijn interessante boek over Homerus in de vroeg-christelijke literatuur beschreven hoe de houding tegenover Homerus in de eerste en tweede eeuw na Christus langzamerhand is veranderd.5 Tot ca. 150 n. C. speelt Homerus een onbelangrijke rol: geen naamsvermeldingen, geen citaten en toespelingen. Justinus (150 n. C.) is de eerste christelijke auteur die over hem spreekt. Hij staat positief tegenover zijn beschrijving van het hiernamaals in de Nekuia

Pagina 9

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
(het elfde boek van de Odyssee) en meent dat Homerus afhankelijk is van de goddelijke openbaring die ook aan het Oude Testament ten grondslag ligt. Clemens van Alexandrië zegt van Homerus dat hij zonder dat te willen profetieën heeft gedaan die met het christendom te maken hebben. Wie over deze .periode, waarin een symbiose tot stand kwam tussen Helleens en christelijk denken, meer wil weten, verwijzen wij naar de werken van A. Wifstrand e.a. in de bibliografie. Tegen deze achtergrond moet ook het onderwerp dat wij beschrijven beschouwd worden. Aan het eind van de (waarschijnlijk) 5e eeuw na Christus ontstonden vele kleine collecties algemene uitspraken en profetieën, die aan allerlei niet-christelijke personen, meestal schrijvers, werden toegeschreven. Natuurlijk kregen de uitspraken op die manier meer gezag. (Men vergelijke de uitspraken die volgens de traditie door de Zeven Wijzen zijn gedaan.) De inhoud ervan moest dan ‘bewijzen’ dat de betreffende persoon wel degelijk iets van het christendom wist, dat hij b.v. de geboorte en kruisiging van Christus had voorspeld. (Vgl. de teksten van de Sibylle en Socrates in Siatista, resp. Bačkovo). De ‘Wijzen’ kwamen op die manier op één lijn te staan met de profeten van het Oude Testament. Als teksten wel aan een auteur waren ontleend, werden ze in christelijke zin verklaard. Ook in later eeuwen zijn bloemlezingen met dergelijke toegeschreven of ontleende teksten samengesteld. Deze zijn nu over allerlei bibliotheken verspreid.6 (Nog onlangs publiceerde A. Wasserstein enkele aan antieke auteurs toegeschreven citaten uit een 16e eeuws handschrift, dat zich bevindt in de bibliotheek van het Grieks-Orthodoxe Patriarchaat te Jeruzalem.7) Soms moest er een patriarch aan te pas komen om twijfels aan de echtheid van de in de bloemlezingen opgenomen uitspraken te weerleggen. Wij weten dat patriarch Gennadius van Constantinopel (15e eeuw) dat een keer uitvoerig heeft gedaan. Wat in het Westen met Latijnse auteurs als Statius, Seneca en vooral Vergilius is gebeurd, nl. dat zij als Christenen werden beschouwd, vond op veel groter schaal plaats in de Orthodoxe kerken. Van de daar afgebeelde personen spelen alleen de Sibyllen een vergelijkbare rol in de kunst van het Westen, waar de 12 Sibyllen als profetessen van de komst van Christus werden beschouwd.8 Zij zijn dan ook talrijke keren afgebeeld, b.v. op de vloer van de kathedraal van Siena, waar bovendien iedere Sibylle een banderol met tekst draagt. (Zoals te verwachten bevat de tekst van de Cumaeische Sibylle een gedeelte van Vergilius’ vierde Ecloga). Lazen de schilders die in de verschillende kerken en kloosters werkzaam waren die bloemlezingen en gaven zij dan de door hen aangetroffen personen en teksten weer op de muur? Zo moet men zich de zaak niet voorstellen. In de orthodoxe kerken in de Balkan keren steeds dezelfde onderwerpen terug, wel met veel variaties in de uitwerking ervan. De schilders maakten gebruik van zogenaamde ‘schilderboeken’ waarin vaak met veel details werd aangegeven, welk thema waar diende te worden afgebeeld, welke attributen de af te beelden personen moesten hebben, en ook welke teksten eventueel moesten worden aangebracht. Zij hielden zich, voor zover wij dat kunnen nagaan, in het algemeen tamelijk nauwkeurig aan de ‘voorschriften’ van het schilderboek dat zij gebruikten. Er blijken in vele perioden in verschillende talen (Grieks, Roemeens, Russisch, Kerkslavisch) schilderboeken te zijn samengesteld. Invloed over en weer is lang niet altijd vast te stellen. De grote verschillen tussen de schilderboeken onderling zijn er de oorzaak van dat de reeksen afgebeelde Heidense Wijzen zeer variëren van plaats tot plaats.

Pagina 10

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
Er is ons één Grieks schilderboek bewaard, daterend uit ca. 1730, maar zeker teruggaand op oudere voorbeelden. Paragraaf 208 van dat schilderboek heeft als titel: ‘Hoe de Boom van Jesse moet worden afgebeeld.’ Deze paragraaf eindigt als volgt: ‘Links en rechts moeten de profeten met hun profetieën worden weergegeven;... zij kijken naar Christus en wijzen op hem. Onder de profeten moeten de Wijzen van de Grieken en de ziener Balaam worden afgebeeld. Zij dragen hun teksten en kijken omhoog naar de geboorte van Christus.’ De betreffende Wijzen worden opgesomd in paragraaf 207, die als titel draagt: ‘De Griekse Wijzen die over de menswording van Christus hebben gesproken.’ Dit schilderboek noemt: ‘Apollonius, Solon, Thucydides, Plutarchus, Plato, Aristoteles, Philo, Sophocles, Thules, koning van Egypte, de ziener Balaam en de Wijze Sibylle:9 Een vreemd gezelschap, dat bovendien in deze samenstelling op geen enkele schildering voorkomt. De aanwezigheid van Balaam en Thules is zeer merkwaardig. Balaam wordt hier blijkbaar niet beschouwd als een profeet uit het Oude Testament, zoals dat in het Westen het geval was. Thules, die de interessante tekst meekrijgt: ‘de Vader is de Zoon, en de Zoon is de Vader, zonder vlees. Vlees geworden is God, de heerser’, treffen we alleen op de muurschildering van het Iwironklooster aan. Moeten we hem identificeren met Thales, van wie wordt overgeleverd dat hij in Egypte is geweest? Bij Plato staat vermeld dat hij moet worden afgebeeld als ‘een grijsaard met een grote brede baard’ en dat de tekst die hij draagt moet luiden: ‘Het oude is nieuw en het nieuwe is oud; de Vader is in de Zoon, de Zoon is in de Vader. Het Ene deelt zich in Drieën en de Drie zijn Een.’ De tekst van de banderol van Solon, zoals die in het schilderboek wordt gegeven wordt in de kerk te Siatista gedragen door de Sibylle, in Arbanassi door Plutarchus. Daar moeten dus andere schilderboeken gebruikt zijn. Hieruit volgt ook dat citaten nogal willekeurig aan de verschillende personen worden toegeschreven en dat het, als het om auteurs gaat, weinig zin heeft in hun werken naar de herkomst van die al of niet letterlijk overgeleverde teksten te zoeken. Omdat het meeste materiaal waarop de schilders zich baseerden verloren is, weten wij niet of namen die moeilijk, c.q. niet te identificeren zijn, al in die vorm in het werkmateriaal voorkwamen. De mogelijkheid blijft bestaan, dat latere schilders weggesleten namen moesten ‘restaureren’ en dat zij er in hun onwetendheid maar wat van maakten. Zo kon Solon gemakkelijk worden omgedoopt in Selim, een naam die in verband met de Turkse overheersing meer bekend was; in het Bačkovoklooster werden Homerus Aristoteles en Cleanthes (die in verband met zijn zogenaamd monotheistische ideeën onder de Heidense Wijzen werd gerekend) op die manier Hokyaros, Aristophanes en Kleomian genoemd. Soms moet men als een detective te werk gaan, vooral wat betreft Roemenie. Op de schilderingen van het klooster Voronets (eveneens in Moldavië, ca. 1540) vindt men onder de Heidense Wijzen een zekere Thgilid of Ogflid (de Cyrillische hoofdletters Th en O liggen dicht bij elkaar). De Roemeense geleerde G. Nandris neemt aan dat de hoofdletters G en L gelezen moeten worden als resp. R en P; ook deze letters liggen namelijk dicht bij elkaar, zodat er gemakkelijk verwarring ontstaat. Deze veronderstelling leidt dan tot de lezing ‘Oripid’, d.w.z. Euripides, die wij weliswaar verder op de Balkan niet aantreffen, maar die wel in een Russisch schilderboek uit 1672 vermeld staat.10 Welke personen er schuil gaan achter in het voorafgaande al geciteerde namen als Ason, Vason, Astakos en Saul blijft onduidelijk.11 Ook spel-

Pagina 11

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
fouten in de banderollen kunnen velerlei oorzaken hebben; wenoemen er slechts twee: de schilders – we kennen geen enkele naam – waren geen Grieken en hielden zich bezig met voor hen vreemde materie of ze waren wel van Griekse afkomst, maar niet erg ontwikkeld, zodat ze dezelfde spelfouten maakten die nu in Griekenland voorkomen. Het is interessant op te merken dat in talrijke spreukenverzamelingen (en als gevolg daarvan in schilderboeken en op muurschilderingen) de Griekse schrijver Plutarchus (46-120) voorkomt. Dit is natuurlijk niet zo verwonderlijk bij een auteur die in zijn werken zoveel belangstelling toont voor de onsterfelijkheid van de ziel, voor het hiernamaals, voor begrippen als ‘god’ en ‘goddelijk’ en voor allerlei andere problemen van religieuze aard. Basilius de Grote is in zijn hierboven reeds genoemde Tractaat over de klassieke studie van mening dat Plutarchus’ Levensbeschrijvingen (van Griekse en Romeinse veldheren en staatslieden) de jonge christen goed zedelijk gedrag kunnen bijbrengen. Een beroemd gedichtje van Johannes Mauropous, een Byzantijns metropoliet uit de 11e eeuw, bewijst hoezeer hij ook later werd bewonderd. Het begin ervan luidt: ‘Als Gij, Christus, enkele van de heidenen aan Uw bedreiging wilt onttrekken, red dan Plato en Plutarchus. Want in hun leer en levenswijze staan ze beide zeer dicht bij Uw geboden.’12 Is het, als er zoveel verbindingslijnen vanuit Plutarchus naar het christendom getrokken kunnen worden, verwonderlijk dat hij nog in de 20e eeuw ‘een onbewust worstelaar voor het christendom’ is genoemd, die de bedoeling had het ‘christelijk ethisch monotheïsme voor te bereiden?’13 Ook van andere schrijvers die invloed op het christendom hebben gehad en/of nog al wat raakvlakken ermee vertonen, kunnen wij ons voorstellen dat zij onder de Heidense Wijzen werden gerekend. In enkele gevallen is er echter, zoals we gezien hebben, sprake van willekeur en toeval. In 1898 heeft E. Mâle een beroemd boek gepubliceerd: L’art religieux de XIIIe siècle en France. In het boeiende hoofdstuk ‘L’antiquité. L’art profane’ schrijft hij dat we tot onze verrassing weinig sporen van de oudheid in de Franse kathedralen aantreffen.14 Verder valt het op dat, als er toch schrijvers en denkers uit de oudheid worden afgebeeld, ze niet als voorspellers van de komst van Christus worden weergegeven; in Chartres immers zijn Cicero, Aristoteles, Ptolemaeus en Pythagoras afgebeeld als vertegenwoordigers van resp. de retorica, de logica, de astronomie en de wiskunde. In zijn algemeenheid geldt de uitspraak van Emüe Male ook voor latere eeuwen. Weliswaar getuigen in de koorbanken (ca. 1470) van de kathedraal van Ulm allerlei personen uit de heidense oudheid (in aanwezigheid van Sibyllen en profeten) van de menswording en verrijzenis van Christus15, maar men mag ondanks enkele andere schaarse voorbeelden stellen, dat de heidense wereld in het westen veel minder als een ‘Vorstufe’ van het Christendom werd beschouwd dan in het oosten. (‘L’art byzantin fut infmiment plus hospitalier que le nôtre aux grands hommes du monde antique’, schrijft E. Mâle)16 Dit geldt, zoals reeds vermeld, niet voor de Sibyllen. Men bedenke dat wij bij de bespreking van dit veel omvattende onderwerp in geen enkel opzicht enige volledigheid hebben willen en kunnen nastreven. Verschillende aspecten zijn hoogstens aangestipt. We hebben slechts geprobeerd de belangstelling van de lezer op te wekken voor een minder bekend voorbeeld van de continuïteit van de oudheid, waarover, voor zover ons althans bekend is, tot nu toe in het Nederlands nog nooit iets geschreven is.

Pagina 12

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
NOTEN 2 3 4 5 6 7 Zie voor de Boom van Jesse in het westen ook: O. Beigbeder, Lexique des symboles, Parijs 1969, p. 68 e.v.: E. Kirschbaum e.a., Lexikon der christlichen Ikonographie, Freiburg 1968 v.v. Bačkovo: Aristophanes, Odoneristos (?), Diogenes, Ariklos (?), Kleomian, Socrates, Sibylle, Plato, Plutarchus, Hokyaros, Aristoteles, Galenus. Arbanassi: Lisitis (?), Astakor (?), Solon, Zialigis (?), Pythagoras, Socrates, Homerus, Aristoteles, Galenus, Sibylle, Plato, Plutarchus. I. Dujcev, Die Begleitinschriften der Abbildungen heidnischer Denker und Schriftsteller in Bačkovo und Arbanassi, Jahrb. der österr. byzant. Gesellsch. 16 (1967) 203-209; id., Nouvelles données sur les peintures des philosophes et des ecrivains paiens a Bačkovo, Revue des études du sud-est europ. 9 (1971) 391-395. Beide opstellen zijn ook verschenen in Medievo bizantino-slavo, deel III, Rome 1971. Lavra: Philo, Qeanthes, Solon, Aialia (? volgens andere Hypatia), Pythagoras, Socrates, Homerus, Aristoteles, Galenus, Sibylle, Plato en Plutarchus. Iwiron: Thules, Solon, Philo, Plato, Aristoteles, Sophocles, Thucydides, Plutarchus. Spanou: Plato, Apollonius, Solon, Aristotetes, Plutarchus, Thucydides, Chilon. G. Glockmann, Homer in der frühchristlichen Literatur bis Justinus, Berlijn 1968. A. von Premerstein, ‘Griechisch-heidnische Weise als Verkünder christlicher Lehre’ in Handschriften und Kirchenmalereien, Festschrift der Nationalbibliothek in Wien, 1926, 647-665; id. Neues zu den apokryphen Heilsprophezeiungen..., Byzant-Neugriech. Jahrb. 9 (1932), 338-374. A. Wasserstein, Byzantine iconographical prescriptions in a Jerusalem manuscript, Byzantin. Zeitschr. 66 (1973) 383-386. 8 9 10 11 12 13 14 15 16 In het ‘Dies irae, dies illa’ staat: “teste David cum Sibylla’ (waarvan David met de Sibylle getuige is); zie verder J. J.M. Timmers op. cit. 71 v.v. Wij geven de teksten weer naar het Malerhandbuch des malermönchs Dionysios vom Berge Athos, ed. Slavisches Institut München 1960. (bewerking van ed. Schater, Trier 1855). G. Nandris: ‘Contribution à l’étude de la peinture murale de Lavra’, Le Millénaire du Mont Athos, Chevetogne 1964, deel II, 271 v.v.; id.: Christian Humanism in the NeoByzantine Mural-painting of Eastern Europe, Wiesbaden 1970, 32 v.v. Astakos is misschien te identificeren met Aristokritos, een neoplatonicus, leerling van Plotinus. Als Saul geïdentificeerd wordt met Solon, moet de in dezelfde schildering voorkomende Selim anders gelezen worden (Barlaam?). Het gedichtje is o.a. te vinden in G. Soyter, Byzantinische Dichtung, Heidelberg 1930, p. 26 en in G. Moravcik, Einfuhrung in die Byzantinologie, Darmstadt 1976, p. 171. J.D. Bierens de Haan, Plutarchus als godsdienstig denker, ’s Gravenhage 1902, p. 58. In een artikel ‘Plutarchus en het antieke christendom’, Theologisch Tijdschrift 37 (1903) 315-346, reageert K.H.E.D. de Jong op dit boek. Hij schrijft dat er geen vermeldingen of toespelingen op Christus/Christenen in Plutarchus voorkomen en dat hij het Christendom niet gekend heeft. Zie ook A.J. Koster, De geloofsbekentenis van een Grieks Philosoof, Leidse Voordrachten 17, Leiden 1954, p. 6 en H. D. Betz, Plutarch’s ethical writings and early christian literature, Leiden 1978. Editie Armand Colin, Parijs 1958, p. 348. In de koorbanken te Ulm zijn afgebeeld: Socrates, Plato, Aristoteles, Pythagoras, Cicero, Terentius, Seneca, Quintilianus, Ptolemaeus; zie verder J.J.M. Timmers op. cit. Ed. cit., p. 349.

Pagina 13

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
Selectie van verder geraadpleegde literatuur A. Boschkow, Die bulgarische Malerei, Recklinghausen 1969. A. Delatte, Le déclin de la Légende des VII Sages et les Prophéties théosophiques, Le Musée Belge 27 (1923), 97-111. id., Prophéties théosophiques, Anecdota Atheniensia 1 (1927), 324-332. F. Dölger, Die mittelalterliche Kultur auf dem Balkan als byzantinisches Erbe, Byzanz und die europäische Staatenwelt, Darmstadt 1964, 261-282. I. Dujčev, Heidnische Philosophen und Schriftsteller in der alten bulgarischen Wandmalerei, Opladen 1976. O. Gigon, Die antike Kultur und das Christentum, Gütersloh 1966. M. Goemans, Het tractaat van Basilius de Grote over de klassieke studie, Nijmegen 1945. A. Grabar, Rumänien. Bemalte Kirchen in der Moldau (Unesco-Sammlung der Weltkunst), New York 1962. V. Grecu, Byzantinische Handbücher der Kirchenmalerei, Byzantion 9 (1934) 675-701. P. Henry, Les Eglises de la Moldavie du Nord des origines à la fin du XVIe siècle, architecture et peinture, Parijs 1930. M. Huber, Grundzüge der Geschichte Rumäniens, Darmstadt 1973. H. Hunger, Reich der Neuen Mitte. Der christliche Geist in der byzantinischen Kultur, Graz 1965. W. Jaeger, Early Christianity and Greek Paideia, Harvard 1961 (enkele malen herdrukt; ook in het Duits vertaald). H.Th. Johann (ed.) Erziehung und Bildung in der heidnischen und christlichen Antike, Darmstadt 1976. H. Robbers, Antieke wijsgerige opvattingen in het christelijke denkleven, Roermond 1959. W. Speyer, Die literarische Fälschung im Altertum, München 1971. A. Wifstrand, Die alte Kirche und die griechische Bildung, Bern 1967.