Annekin zal sterven

Auteur
Gumbert, J.P.
Verschenen in
School spierinkjes
Jaar
1991
Onderwerp
CIRCLE
Taal
Nederlands
Categorie
C9 Geneeskunde
Archiefnummer
4886

PDF openen(opent in een nieuw venster)

Volledige tekst tonen2 pagina's

Pagina 1

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
Annekin zal sterven AA -‘maandag’ wordt gecodeerd als 2; -‘de 25e’ wordt 25; -de letters van de naam worden volgens een tabel (te vinden op p. 360) gecodeerd: a = 3, n = 16 enz., J.P. GUMBERT 81 Annekin zal sterven ‘Annekin’ = 93; -de som, 120, wordt gedeeld door 30; (Rijksuniversiteit te Leiden) -het quotiént, 4, wordt opgezocht in de hoofdtabel (de eigenlijke Cirkel, in dit geval te vinden op p. 362), en blijkt in de rubriek Cita sanitas te staan. ‘Volgens de cirkel van Pythagoras zal Annekin dus genezen’ (p. 365), en wel binnenkort. Hierbij echter rijzen enkele vragen. (De minste daarbij is nog, dat ten onrechte van de 25e van de ‘maand’ is uitgegaan; men had moeten specifiStelt U zich voor, dat U aan het ziekbed van een familielid staat en zich afceren dat het om de ouderdom van de maan, dus om de dag van de vraagt of ze het zal halen - en of dat dan nog lang duurt? De huisarts wil maanmaand gaat,’ zoals in de tekst van het fragment, op p. 358, duidelijk niet met een prognose over de brug komen, en U staat.) blijft in onzekerheid ... De middeleeuwen beschikten voor zulke gevallen over een heel handig doe- Stel dat Annekin op dinsdag de 26e was ziek geworden; dan was haar het-zelf-hulpmiddel, een soort Predictortest, of liever, omdat er generlei codegetal uitgekomen op 122, en het quotiént 122:30 = 4.07 (of 4 1/15). prikken, vieze druppels of andere fysieke gegevens aan te pas komen, een Stel dat de gebruiker van de test niet haar roepnaam Annekin had gebruikt Predictortekst: de zgn. Cirkel van Pythagoras (of van Apuleius, of van andere eerbiedwaardige firma's). Uit enkele makkelijk te verkrijgen numerieke gegevens wordt heel snel afgeleid of de patiént snel of langzaam zal genezen of sterven. (Heden ten dage zou de Cirkel in de vorm van een floppy op de markt worden gebracht.) ‘die (si) inde vonte onfinc’, zoals de tekst duideljk voor- (2 7/30). Voor het opzoeken van breuken biedt de tabel geen mogelijkheden! Anderzijds kan men in de tabel waarden tot 30 opzoeken; dat moeten dan quotiénten zijn van uitgangsgetallen tot 900, en aangezien de compo- In 1966 werd een berijmde Middelnederlandse versie van de Cirkel bekend gemaakt, in: E. Cramer-Peeters, W. Brackman, M. Gysseling, maar de naam schrijft, denkelijk dus Anna = (3+16+16+3) = 38; 3+26+38 = 67, 67:30 = 2.23 ‘Een Middelnederlandse ziekte- en jaarprognose uit Aardenburg’, in: Versi. en Med. van de Kon. Viaamse Academie voor Taal- en Letterk. 1966, p. 355-374; zie Repertorium p. 203.' Helaas is het Nederlandse exemplaar niet volledig, zonenten ‘weekdag’ en ‘ouderdom van de maan’ samen nooit meer dan 37 kunnen opleveren, moet er op namen gerekend zijn die op een getal van 863 uitkomen; bedenkt men dat ‘Desiderius Erasdie zo’n ruime tabel nodig maakt. dat de uitgevers voor een praktijkvoorbeeld een mengsel van drie versies hebben moeten gebruiken. ‘Maximilianus’ = 136, mus’ = 209, dan ziet men dat het moeilijk zal zijn een naam te bedenken Het probleem zit in het ‘delen’, dat volgens de uitgevers gedaan moet worden. Delen is een bewerking die vaak op breuken uitkomt, en derhalve Hun voorbeeld (op p. 364-365) is dat van Annekin, die ziek werd op een in de Middeleeuwen allesbehalve gangbaar was. De uitgevers zitten zelf op maandag, de 25e van de maand. De rekenwijze is volgens de uitgevers als het goede spoor op p. 360, waar zij een versie citeren die voorschrijft door volgt: 30 te ‘delen’ en daarbij de voetnoot geven: ‘In andere versies wordt gevraagd dertig af te trekken’. Op p. 361 halen zij een versie aan die uitdrukkelijk zegt: { De tekst staat in het Repertorium onder de naam ‘Ziekteprognose’; in de beschrijving van het handschrift, op p. 207, heet hij ‘Ziekte-Lunarium = Cirkel van Pythagoras’. In de index is hij onder geen van deze termen te vinden. Wel vindt men via het trefwoord ‘Apuleius’ een verwijzing naar ‘partire per XXX et quicquid remanserit in spera respice’ [cursivering van mij, J.P.G.]: het woord ‘delen’ is in feite een aanduiding voor ‘zovaak aftrekken als het gaat’, en wat er overblijft, de rest dus, moet men in een groep teksten onder de titel ‘Onomatomantie’, waar niet alleen deze tekst in wordt genoemd, maar ook cen geheel andere versie van de Cirkel, eveneens uitgegeven: W.L. Braekman, ‘De Cirkel van Apuleius en verwante prognosemethode uit de vroege zestiende eeuw.' In: E. Cockx-Indestege en F. Hendrickx (eds.), Miscellanea Neerlandica. Opstellen ... Deschamps .... Leuven, 1987. 3 din. DI. 2, p. 345-355. In het artikel van 1987 spreekt Braekman wel steeds zorgvuldig van ‘maanmaand’.

Pagina 2

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
JP. Gumbert de tabel opzoeken.? Zulke rest-berekeningen zijn in de Middeleeuwse artes (bv. de computus) zeer gangbaar. (Bij onze rekenwijze kan een rest 0 zijn; de Middeleeuwers kennen geen nul, en schrijven voor in zulke gevallen (‘si nihil remanserit’) het deeltal zelf te nemen. Het is duidelijk dat bij ‘deling’ door 30 op deze manier de rest nooit kleiner dan 1 en nooit groter dan 30 kan zijn, hetgeen de omvang van de tabel verklaart.) Als wij terugkeren tot Annekin, die op maandag de 25e ziek werd, dan moeten wij dus de rest bepalen van 120 bij ‘deling’ door 30; die rest is volgens onze rekenwijze 0, maar volgens de Middeleeuwers 30, en die waarde staat in de tabel onder Longa mors: Annekin zal dus na een lang ziekbed bezwijken ... Was zij een dag later ziek geworden, dan had de rest van 122:30, nl. 2, wèl op een snelle genezing gewezen; had men haar dan echter als Anna uitgerekend, dan was zij (rest van 67:30 is 7) heel spoedig gestorven. IY Schaal 3 SPEAK LES In een tekst, uitgegeven in het artikel van 1987 (p. 348), staat heel helder: ‘dese ghetalen selstu rekenen bij 30 ende al die 30 selstu wech woerpen ende wat daer over blieft dat selstu soeken binnen den spera', en: ‘dese ghetale deile in 30. Ende dat daer overblijft ...' Curieus is dat Brackman ook in dit artikel herhaaldelijk van ‘quotiënt’ in plaats van ‘rest’ spreekt (hoewel zijn uitslag van een voorbeeldberekening op p. 354 wel correct is: 131 gedeeld door 30 levert 11 op).