Leven van Pythagoras

Auteur
Photius
Verschenen in
Internet
Onderwerp
LIFE
Taal
Nederlands
Categorie
B1 Biografieën
Archiefnummer
8667

PDF openen(opent in een nieuw venster)

Volledige tekst tonen4 pagina's

Pagina 1

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
PHOTIUS TOME VII. Gelezen ‘Leven van Pythagoras’. (Origineel verdwenen en de datum is betwist. Deze samenvatting is uitgegeven door Kiesling na “Vie de Pythagore” van Jamblichesen door Immisch, Agatharchidea, Berlijn, 1919, werken, die ík niet heb kunnen consulteren.) De negende opvolger van Pythagoras was Plato, zegt de auteur, die leerling is geweest van Archytas de Oude, de tiende was Aristoteles. Onder de leerlingen van Pythagoras wijdde een groep zich aan het beschouwend leven: men noemt hen de “vromen”; anderen hielden zich bezig met humane zaken: men noemde ze de “politieken”; weer anderen wijdden zich aan geometrie en astronomie: men noemde hen de “mathematici”. Degenen onder hen die regelmatig omgang met Pythagoras persoonlijk hadden, noemden zich ‘pythagoriciens’: hun leerlingen noemden zich ‘pythagoreens’ en zij die hen in het leven navolgden buiten de broederschap noemden zich ‘pythagoristes’. Zij onthielden zich van het eten van levende wezens en zij hielden zich afzijdig van offeranden. 15 Pythagoras stierf na 104 jaar geleefd te hebben; men zegt dat Mnesarque, een van zijn kinderen, jong stierf ;Telauges, de tweede zoon, overleefde hem, evenals Aisara en Myra, zijn twee dochters. En Theano, zegt men, was niet alleen een van zijn leerlingen, maar ook een van zijn kinderen. pl27. 20 De leerlingen van Pythagoras zeiden dat er een verschil is tussen de Monade en de Een. Zij beschouwden de Monade werkelijk als het domein van het begrijpelijke, terwijl de Een wordt ingedeeld bij de getallen; op dezelfde manier wordt Twee ingedeeld bij hetgeen waarmee geteld kan worden, terwijl de Dyade, zeggen ze, een onbepaaldheid is omdat de Monade overeenstemt volgens de methode van de gelijkheid en de maat, terwijl de Dyade overeenstemt met een overmaat of gemis; ofwel een middenterm en een maat kunnen noch vermeerderen noch verminderen, maar zoals de overmaat en het gemis zich uitstrekken tot de onbepaaldheid, zeggen ze, om die reden is de Dyade een onbepaaldheid. 32 En omdat ze alle dingen terugbrengen tot getallen en afgeleid van de Monade en de Dyade, proclameren zij dat alles getal is en dat het volledige getal tien is; het getal 10 is een samenstel van de vier eerste getallen, waarmee wij tellen in hun volorde; daarom noemen zij de Tetractys het geheel samengestelde van dit getal. 39 Zij zeggen dat de mens zichzelf overtreft op drie manieren: eerst door de omgang met de goden immers noodzakelijkerwijs, benaderen zij de goden; de schuldige mens, onder deze omstandigheid keert zich af van alle kwaad en geeft zich over als mogelijk gelijke aan de goddelijkheid - ;en tweede de mens kan zich overtreffen in de beoefening van het goede - immers het ís haar gegeven het eigene van de godheid en hen die de goddelijken na te volgen - ten derde wegkwijnend; de ziel scheidt zich in feite van het lichaam, totdat op een bepaald moment in het leven zij zichzelf overtreft; tijdens de slaap, in de dromen, en tijdens de extasen die zich voordoen tijdens kwalen, berust zij in de goddelijke gave: maar zij verheft zich nog meer als zij zich radicaal van het lichaam scheidt. 54 De pythagoriciens zeggen dat de Monade het principe is van alle dingen, immers, zeggen zij, de punt en het principe van de lijn, die van de oppervlakte met het element met drie dimensies dat wil zeggen het (vaste) lichaam. Maar de Monade staat voor de punt zodanig dat de Monade die het principe van het lichaam is en dus dat alle lichamen van de Monade afgeleid zijn. p 128 60 De leerlingen van Pythagoras onthielden zich van het eten van levende wezens, omdat zij onverstandig geloofden in de werkelijkheid van metempsychose, en ook omdat de voeding van enkele verzwarende soorten, de geest zeer bezwaarde en veeleisend voor de spijsvertering was. 65 Het is om deze zelfde reden dat zij zich ook onthielden van het eten van bonen, deze groente veroorzaakte gistingen en is zeer voedzaam. Zij geven nog meer andere redenen die voor hen beslissend waren zich van het eten van bonen te onthouden. 70 Pythagoras, zegt de auteur, heeft veel gebeurtenissen voorzegd, die zijn uitgekomen. Men zegt dat Plato de speculatieve filosofie en de fysica van de Italiaanse pythagoriciens heeft onderwezen/beoefend en de moraal vooral van Socrates. De fundamenten van de logica zouden hem zijn ingeprent door Zeno en Parmenidas, de Eleaten; zij ook waren van de pythagoreische school.

Pagina 2

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
78 Het zien onderscheidt, volgens Pythagoras, Plato en Aristoteles, de twee kleuren: het wit en het zwart en de tussenkleuren; het geelrood, het bruin, bleek geel, het rood, het blauw, het purper, het glanzende, het donkere; het gehoor onderscheidt scherpe en lage tonen; de reuk onderscheidt goede en kwade geuren, die van het lichaam of van verrotting komen of van zweet of van vloeibaarwording of van verbranding; de smaak onderscheidt het zoete en het bittere en de vijf tussensmaken, immers tezamen zijn er zeven smaken: het zoete, het bittere, het zure, het wrange, het flauwe, het zacht gezoutene en het pikant gezoutene. 89 Het is de tast die zich onderscheidt in meerdere elementen; bij voorbeeld, zij onderscheidt zware lichmen, lichte lichamen en hun intermediairen, de koude en de warme en hun intermedairen, het ruwe pi2o en het gladde en de tussenvormen, het vochtige en het droge en hun tussenvormen. 94 En er zijn vier plaatselijke tasten in het hoofd en in bijzondere organen; het aanraken is verspreid in het hoofd en het gehele lichaam en in het algemeen in alle gevoelsorganen, maar het zijn veelal de handen die haar onderscheidingsvermogen laat zien. 99 Er zijn, zegt de auteur, tien zones in het hemelgewelf; de eerste die het verst is verwijderd, is een lichaam op een vaste plaats, voor Aristoteles verblijfplaats van de eerste goden, de begrijpelijke goden, voor Plato verblijfplaats van de ideeen: na deze vaste plaats komt de planeet Cronos en de zes andere planeten achtereenvolgens Zeus, Ares, Aphrodite, Hermes, de Zon en de Maan; daarna komt de bol van vuur, daarna die van lucht, daarna die van water. De laatste na la deze planeten is de aarde. 107 De tien zones zetten zich voort in een gefixeerde bol, dat is de eerste die de oorzaak is; allen die hier dichtbij zijn, zegt men, in een vaste en prachtige volgorde; zij die ver is. is minder begunstigd; en de volgorde is gehandhaafd tot aan de maan, maar lager dan de maan gaat zij totaal anders. 112 (Le mal droit) benodigd, bevinden zich in de aardse regio, daar zij zich op de plaats bevindt , als een vergaarbak met betrekking tot het geheel van de kosmos en dat zij de vergaarbak is , is geheel bepaald door haar afval. 116 Alde andere regionen, zeggen ze, worden bestuurd door de voorzienigheid, volgens een vaste orde, en volgens een bestemming, bepaald door god en die over hen uitstroomt; de ondermaanse regio’s, zij worden gestuurd door vier oorzaken: god, noodlot, onze wilskracht en het toeval; bijvoorbeeld, stap aan boord van een schip of stap niet op, dat hangt van ons af; maar als, na een rustige tijd, de onweer en p 130 de storm bruut losbarsten, hangt dit af van het toeval; want als het schip des verderfs wordt gered tegen alle verwachting in, hangt dat samen met gods voorzieningheid. 126 de bestemming presenteert zich op veel verschillende manieren en zij verschilt van toeval omdat de bestemming een samenhang vertoont, een orde, consequenties, terwijl het toeval een spontane beweging is en blind; ook het normale overgaan van het kind zijn naar adolescentie en andere leeftijden hangt alleen af van de bestemming. 133 Ook wat Aristoteles ontdekt schijnt te hebben in zijn onderzoek dat de dierenriem zich scheef beweegt ten einde geboorte te geven aan gebieden gelegen geheel rondom de aarde en bepaald om het universum volledig te maken. Inderdaad als zo’n beweging parallel was, zou zij nooit een enkel seizoen hebben ín het jaar, hetzij de zomer, hetzij de winter, hetzij een ander seizoen. Tegenwoordig is het omdat de on en de andere planeten een teken van de dierenriem paseren, welke de vier veranderingen van de seizoenen teweegbrengen: dat is overgang van de een naar de ander die de vruchten op aarde geboren doet worden, en die de andere soorten levende wezens voortbrengen. 145 De zon, volgens de persoonlijke mening van onze auteur die vrij interpreteert, heeft 100 maal het volume van de aarde; maar men zegt in het algemeen, dat het niet meer dan 30 maal het volume van de aarde is. 149 Het grote jaar, is, zeggen de pythagoriciens, de omwenteling van Cronos omdat, terwijl de zes andere planeten hun omwenteling voltooien in een kortere tijd, voltooit zij een volledige omloop in 30 jaar. Zeus, in feite, sluit zijn cirkel in 10 jaar, Ares de hare in 2 jaar, de zon in 1 jaar: Hermes en Aphrodite hebben een omwentelingsritme gelijk aan die van de zon; de maan, die de aarde het meest nabij is, doorloopt in een maand de minder uitgestekte cirkel. 158 Pythagoras is de eerste geweest die het hemelgewelf <kosmos> heeft genoemd om reden van haar perfectie, en omdat zij samenstel aanbiedt aan alle levende wezens en aan alles dat bestaat.

Pagina 3

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
162 Plato zegt de auteur, en Aristoteles zeggen, de een zowel als de ander, dat de ziel onsterfelijk is, ofschoon zekere mensen die niet goed leven, in de gedachte van Aristoteles, geloven dat zij sterfelijk zijn. 166 Men zegt van de mens dat hij een microcosmos is, niet omdat hij is samengesteld uit de vier elementen - immers het is ook het eigene van elk van de levende wezens, en zelfs van de zeer rudimentairen - maar omdat hij alle waarden van de kosmos bezit. In de kosmos zijn er in feite de godheden en zijn er ook de 4 elementen, dieren zonder verstand en ook planten; al deze waarden bezit de mens. Hij heeft in feite een goddelijke deugd, het verstand/reden, hij heeft de natuurlijke mogelijkheden van de elementen: zich te voeden, zich te ontwikkelen en zijn soortgenoten voort te brengen. 176 Hij is echter niet perfect, en in elk van deze waarden en, hetzelfde als voor een allround atleet, die de nodige vorm heeft voor alle onderdelen, is inferieur aan ieder van hen die niet meer dan een enkele sport beoefent, ook de mens, die in het bezit is van alle waarden, lijdt aan de onvolkomenheden van elk van hen. 181 Immers, wij bezitten het vermogen te beredeneren maar op een lagere graad dan de goden; zo ook bezitten wij de deugden van de elementen, maar op een lagere graad dan de andere wezens; de vitale geestdrift en de hartstochten bestaan bij ons op een lager nivo dan bij de dieren; de voedingskracht en de groei op een lager nivo dan die bij planten. 188 Daaruit volgt dat wat leeft samengesteld is uit verschillende waarden, wij het moeilijke leven hebben. Immers, elk van de andere wezens wordt geleid door een enkele natuurlijke neiging, terwijl wij heen en weer getrokken worden in tegengestelde richtingen door verschillende mogelijkheden: dus nu eens zijn wij aangetrokken naar het goede door het goddelijk element dat in ons is; dan weer is er het dierlijk element dat ons meesleept en ons meevoert in het slechte; het gaat op dezelfde manier met de andere waarden. p132 196 Zij dus, die het goddelijk element, wat in ons is, ontwikkelen, en die haar de plaats van een oplettend en nageplozen AURIGE ? geven, zullen de andere waarden kunnen gebruiken op de manier die past, ik bedoel de harmonieuze vermenging van de elementen: de vitale geestdrift, de hartstochten en de verlangens. 201 Dus, het “kent uzelve”, wat een voorschrift schijnt, zo eenvoudig, is moeilijk voor ons; deze slagzin is, zegt men, van de Delfische Apollo, men zegt ook een van de kernachtige zedenspreuken van Chilon, een van de zeven. 204 Deze hogere verplicht ons onze eigen mogelijkheden te kennen. En het kennen als een tweede ik, is niets anders dan het kennen van de aard van de totale kosmos. Deze kennis is niet realiseerbaar zonder de beoefening van de filosofie; het is haar waartoe de god ons uitnodigt. 210 Er bestaat, zegt men, acht organen van kennis: de sensatie, de voorstelling, de methode, de mening, de reflectie, het weten, de wijsheid en de intelligentie. Van deze middelen, hebben wij gemeen met de goddelijke wezens, de methode, de reflectie, het weten en de intelligentie; wij hebben gemeen met de dieren de sensatie en de voorstelling; alleen de mening is eigen. 216 De sensatie is een bedriegelijke kennis, die tot ons komt door de intermediair vanhet lichaam; de voorstelling is een beweging van de ziel; de methode, een aanleg te creeren met behulp van de reden de reflectie is een aanleg van keuze naar de jiste weg in de handelingen; het weten is een bezit van de elementen die altijd identiek en soortgelijk blijft; de wetenschap is een kennis van de eerste oorzaken, de intelligentie is het principe en de bron van alles wat schoon is. 227 Er zijn drie elementen in het leren: de intelligentie, het geheugen, de snelheid van begrijpen. De herinnering is een aanleg om te onthouden wat men begrijpt; de snelheid van begrijpen is de snelheid van de denkwijze (gedachte); de intelligentie bestaat uit het onderzoeken naar dat wat men niet weet en bijgevolg dat wat men weet/kent. p 133 233 Hemel doet zich voor in een zienswijze; dat is de toegang tot de vaste sfeer zelf, vervolgens de ruimte daartussen en de maan, en op de derde plaats , de kosmos in zijn totaliteit, dat wil zeggen de hemel en de aarde samen,

Pagina 4

Bekijk in PDF(opent in een nieuw venster)
237 De meest volmaakte wezens , zoals de <pires> ? zijn, zegt hij gebonden aan te handelen zonder ondebreken. Deze wezens zijn de goddelijkheid en de planten. God, immers, handelt onophoudelijk als geest en reden en hetzelfde geldt voor de planten, ook zij, handelen zionder ophouden, want zij voeden zich dag en nacht. De mens is niet zonder ophouden van activiteit, en de beesten nog meer, maar, gedurende ongeveer de helft van zijn tijd slaapt hij of komt tot rust. 246 De Grieken hebben altijd gebruiken gehad van een superieure kwaliteit, tenopzichte van de barbaren, omdat zij een gematigd gebied bewonen. Wat betreft de Scythen en de Ethiopiers, de eersten zijn gehinderd door de koude en de anderen hebben de gebruinde huid door de warmte; warmte en overvloedige vochtighied gebruiken zij van binnen 2??? ; hen is tendeelgevallen excessieve klimaten; daaruit volgt dus dat de bewoners van deze gebieden geweldadig en roekeloos zijn. 254 Hetzelfde voor hen die nabij het centrum van de de uitersten van de aarde leven, hebben een Daarom, zoals Plato het zegt, alle kennis die de Grieken van de barbaren ontvingen, is door hen geperfectioneerd, en door de Atheners meer dan door de Grieken. 260 Daarom zijn zij het geweest, te beginnen met de vaardige beginselen van het houden van legers, dat zij de schilderkunst ontdekt hebben, de ambachtelijke en militaire vaardigheden en ok de letteren en de wetenschappen. 263 Daarvan is de cultuur niet, zoals men kan zeggen, een artikel geimporteerd in Athene, maar zij is haar natuurlijk, gunstig aan de lucht, die zo licht en zo puur is dat zij allen de aarde verlicht - reden waarom p 134 Attica weinig vruchtbaar is - maar ook de menselijke zielen; zij komen immers aan in een lichte lucht namelijk nadelig voor de aarde en goedaardig voor de zielen. 270 De etesische winden blazen in de open zomer om de reden alshier. De zon staat heel hoog aan de hemel en is meer geneigd naar her noorden, zich zeer verwijderend van het zuidelijke gebieden, lost de vochtigheid in het noordenop; deze opgeloste vochtigheid zet zich om in lucht, daarna wordt de lucht wind: daar is de oorsprong van de etesische winden: zij lost de vochtigheid in het noorden op. 276 Zij stromen dus naar de tegengestelde gebieden, die in het zuiden. Geduwd in deze richting, komen zij in botsing met de zeer hoge bergen van Ethiopie, zij stapelen zich er en masse en geven regenbuien; het is achter deze regenbuien dat de Nijl in de zomer wast, ook al overstroomt zij de zuidelijke gebieden en de zandplaten. Aristoteles beet zich vast in dit vraagstuk, hij observeerde immers het fenomeen zelf in zijn natuurlijke gedaante, wanneer hij het idee had Alexander van Macedonie te vergezellen in deze gebieden en met eigen ogen waar te nemen het wassen van de Nijl. Het is hierom dat hij zegt dat dit vraagstuk niet meer is dan een probleem, want men heeft gezien de overduidelijke manier dat wat het is door regenbuien als de Nijl zich vergroot. Het vreemde, dat is wat daar namelijk is de zeer onvruchtbare gebieden van Ethiopie, of er is niet noch sneeuw noch water voortgebracht door de zeer overvloedige regenbuien. regel 69; Cf. A. Delatte, Faba Pythagorae cognata, in Serta Leodiensia, Luik, 1930, p 33-57. regel 257; Reminiscnce de Platon, Epinomis, 987 d-e.