Volltext anzeigen17 Seiten
Seite 1
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)DE BLOETENDE BOOM VAN PYTHAGORAS
H.A. LAUWERIER
& ©
N
-
Centrum voor Wiskunde en Informatica, Amsterdam
Er wordt beschreven hoe de zogenaamde Pythagorasboom
met behulp van een eenvoudig ‘computerprogramma getekend kan worden. Naast de geometrische constructie
wordt ook een aanpak via complexe getallen en het tweetallig talstelsel gegeven.
1980 MATHEMATISCH SUBJECT CLASSIFICATION: 51-01, 51-04.
TREFWOORDEN: Pythagorasboom, complexe getallen, zelf-gelijkvormigheid.
Notitie AM-N8403
Centrum voor Wiskunde en Informatica
Postbus 4079, 1009 AB Amsterdam
Seite 2
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Centrum voor Wiskunde en Informatica
Centre for Mathematics and Computer Science
H.A. Lauwerier
De bloeiende boom van Pythagoras
Department of Applied Mathematics
Notitie AM-N8403
Oktober
Seite 3
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)DE BLOETENDE BOOM VAN PYTHAGORAS
H.A. LAUWERIER
Centrum voor Wiskunde en Informatica, Amsterdam
Er wordt beschreven hoe de zogenaamde Pythagorasboom met behulp van een eenvoudig computerprogramma getekend kan worden. Naast de geometrische constructie
wordt ook een aanpak via complexe getallen en het tweetallig talstelsel gegeven,
1980 MATHEMATISCH SUBJECT CLASSIFICATION: 51-01, 51-04,
TREFWOORDEN: Pythagorasboom, complexe getallen, zelf-gelijkvormigheid.
Notitie AM-N8403
Centrum voor Wiskunde en Informatica
Postbus 4079, 1009 AB Amsterdam
Seite 4
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)1. Inleiding
Zo een veertig jaar geleden, in de donkere dagen van de tweede wereldoorlog, tekende Ir. A. Bosman
voor het eerst de z.g. boom van Pythagoras, een meesterwerk van technisch tekenwerk. Heden ten dage
kan ieder die over een personal computer met een plotter beschikt binnen een uur al een fraaie boom
tevoorschijn toveren! Wie zich tot taak stelt een computerprogramma in een eenvoudige programmeertaal
als Basic te schrijven wordt welhaast gedwongen de Pythagorasboom wat nader te analyseren. De boom
is getekend in fig. 1. Het basiskant V, is de stam van de volledige, in gedachten oneindig voortgezette,
Pythagorasboom. Elk volgend vierkant kan opgevat worden als de stam van een kleinere boom, een kopie
van de hele boom op kleinere schaal en in een gedraaide stand. Elk onderdeel van de Pythagorasboom is
dus gelijkvormig met het geheel. We noemen dit zelf-gelijkvormigheid. Het is als het patroon van
behangselpapier dat er altijd eender uitziet ongeacht of wij er op grote afstand naar kijken of het met de
|
ogen van een overheen kruipende vlieg beschouwen.
In fig. 1 zijn de vierkanten V, zodanig genummerd dat V, splitst in de twee vierkanten met rangnummers 2n en 2n +1 en wel 2n naar links en 2n +1 naar rechts. V2, volgt uit V, door op V, een lineaire
verkorting van 1 / V2 en een draaiing van 45° in positieve draaizin toe te passen. V2, +1 volgt uit V, op
analoge wijze met een draaiing van 45° in negatieve draaizin. Het tekenen van de boom gaat het beste in
series van 1,2,4,8,16,... waarbij alle vierkanten in dezelfde serie even groot zijn. De stelling van Pythagoras zegt dat de som van de oppervlakken van alle vierkanten in dezelfde serie steeds gelijk is aan de
oppervlakte van de stam:
Hieruit volgt al dat er op den duur een enorme overlapping moet optreden om de hele boom op een
begrensd stuk papier te kunnen afbeelden. In de volgende paragraaf gaan we in detail op de (computer)
constructie van de Pythagorasboom in. Als een gewetensvol wiskundige vragen we ons vervolgens af hoe
het eindigt. De “laatste” serie vierkantjes bestaat uit oneindig veel punten waarvan het totale
“oppervlakte” weer gelijk aan dat van de stam is. Dat is moeilijk voorstelbaar, maar deze formulering is
dan ook weinig precies. Beter is het om te spreken van een limietpunt van de Pythagorasboom. Zo’n
limietpunt heeft de eigenschap dat een willekeurig klein cirkelschijfje met het limietpunt als middelpunt
altijd een (heel klein) vierkantje van de Pythagorasboom bevat. Sterker nog, elk cirkelschijfje bevat een
miniatuurboompje. De verzameling van alle limietpunten duiden we aan met IT, de griekse hoofdletter P.
We noemen II de bloesem van de Pythagorasboom en elk limietpunt, d.w.z. elk punt van IT een bloesem.
II is een onvoorstelbaar gecompliceerde kromme met kronkels in kronkels in kronkels in … . Net als de
boom is ook II zelf-gelijkvormig. Het is uitgesloten dat we II volledig kunnen tekenen maar wel kunnen
we er een indruk van krijgen door er b.v. 1000 punten, op toevallige wijze geselecteerd, van weer te
geven. Dat is overigens een vrij eenvoudige zaak welke in § 3 nader besproken zal worden. Het resultaat
is weergegeven in fig. 2. Van de Pythagorasboom kunnen allerlei variaties en generalisaties bedacht worden, maar we beperken ons hier tot de ”Pythagorasboom in de winter” waarbij in plaats van vierkanten
lijnstukjes worden getekend zodanig dat de lijnstukjes weer een boomstructuur vormen. In fig. 3 laten we
zien hoe dat er uitziet. In de vierde en laatste paragraaf laten we als een extra zien hoeveel gemakkelijker
alles zich laat beschrijven met behulp van complexe getallen, een argument om op school complexe getallen op meetkundige wijze te introduceren in samenhang met vectormeetkunde in het platte vlak. Voorts
geeft de Pythagorasboom nog aanleiding tot enkele opmerkingen over meetbare en onmeetbare getallen
voorgesteld door al of niet repeterende breuken in het tweetallig talstelsel.
Seite 5
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Figuur |.
Pythagorasboom
Seite 6
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)°z INNIIA
©
Ha
o
jan
D
55
ed
@
0
jen
=)
ti
*
è
Se sè
teste
x% N Rid
è
e
@
ee
Seite 7
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)2. De Pythagorasboom
Het tekenen van de boom van Pythagoras met behulp van de computer vereist de bepaling van de
positie van V, voor elk rangnummer. We gebruiken daartoe een Cartesisch coördinaten-stelsel waarbij de
oorsprong het middelpunt van V, is en’waarbij de y-as de symmetrieas van de boom is. De onderste
hoekpunten van V zijn daarbij (—1,—1) en (1,—1). Is P, het middelpunt van V, en è, de helling van
—
V, dan volgt uit de constructie van de boom allereerst dat
on = bn + 45°
en
dont = dn — 45°.
De coordinaten van Ps, en van P;, +; kunnen uit die van P, afgeleid worden aan de hand van fig. 4.
Figuur 4,
De afbeelding van P naar P'
In vectornotatie (volg de stippellijn van P naar P’) is
x) fx
h cos(p+90°)
2
h V2 cos($+135°)
y| = DT [a sinco+90°)| * Ir Vasin(é+135")P
of uitgewerkt
x — 2h sing — h cos,
x’ =
y = y + 2h cosp — h sing,
(2.1a)
Tesamen met
d =
+ 45°
(2.1b)
is dit een transformatie die beschrijft hoe een vierkant Vs, uit het vierkant V,, ontstaat. We duiden deze
transformatie aan met A. Op overeenkomstige wijze ontstaat vierkant V>,4, uit V, door de transformatie B welke beschreven wordt door
x’ = x — 2h siné + Ècos,
y = y + 2h cos + A sind,
(2.2)
d = è — 45.
We kunnen met deze transformaties A en B de positie van elk vierkant bepalen. We doen het eens voor
n = 27. De route is
1> 3 — 6 — 13 —> 27.
Seite 8
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Die volgorde heeft alles te maken met de schrijfwijze van 27 in het tweetallig stelsel:
(= 164+8+2+1).
Nog een voorbeeld om het goed te zien. Voor n = 361 = 101101001(= 256+64+32+8+1) is de
route
TT
11 — 22 > 45 > 90 — 180 — 361.
1—2 — 5
A
B
A
B
B
B
A
A
Het algemene patroon is nu wel duidelijk. We schrijven het rangnummer n tweetallig als
n = Dybm —1bm—2° * + babıbe,
d.w.z.
n = bo + 2b, + by + Pb, + +++ +2"b,,
waarbij elke binaal b; een nul of een één is. In de rij
bin ~19m 2" *" babıbo
vervangen we elke nul door A en elke één door B en dan verkrijgen we daarmede de rij transformaties
die tot V, voert.
Alle ingredienten van het computerprogramma ”Pythboom” zijn hiermede beschreven. De vierkanten
tekenen we in series van 2” van gelijke grootte volgens oplopend rangnummer n (regels 100, 110). Voor
elke n bepalen we de binalen welke we opbergen in de array (a;) voor j = 1 tot m (regels 130-160).
Overigens zijn er microcomputers waarop de binalen van een willekeurig getal rechtstreeks verkregen
kunnen worden. (Eigenlijk een omweg: de computer rekent intern tweetalig maar uitwendig tientallig terwijl wij weer moeten omrekenen naar tweetalig). In elk geval beschikken we in regel 90 over een rij nullen en eenen welke ons vertellen of we in de route naar V, een transformatie A of B moeten uitvoeren.
De transformatie A is als subroutine beschreven in de regels 380-420. B is gegeven in de regels 330-370.
Bij deze transformaties is gemakshalve ook de verkorting van de zijden van de opvolgende vierkanten
met 1 / V2 opgenomen. Aan het begin van regel 210 beschikken we dus over de coördinaten x,y van P,,
de helling $ van V, en de grootte h van de halve zijden. Het tekenprogramma om m.b.v. de hoekpunten
van V, het vierkant te tekenen staat in de regels 210, 220 en 270-310.
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
10
120
130
140
150
160
REM ’PYTHBOOM’
GCLEAR @ DEG
SCALE -7,7,-4,10
DIM A(l2)
DISP “ENTER ORDER”
INPUTP
X=0@Y=0
U=1@V=1
FORM=0 TOP
FOR N = ZM TO XM+ 1}-1
L=N@H=1
X=0@Y=0@F=0
FORK = 0 TO M-1
A(M-K) = L MOD 2
L=LDIV2
|
GOSUB 270
230
240 + NEXTN
NEXTM
250
END
260
MOVE X-V, Y-U
210
DRAW X+U, Y-V
280
DRAW X-U, Y+V
290
DRAW X-U, Y+V
300
DRAW X-V, Y-U
310
RETURN
320
X = X+H* (COS (F)-2*SIN (F))
330
Y = Y+H* (2*COS (F)+SIN (F))
340
350
F = F-45
360
H = H/SQR (2)
370
RETURN
NEXT K
380
x = X-H*(COS (F)+2*SIN (F))
X=0@Y=0
390
Y = Y+H*(2*COS (P)-SIN (F))
180
190
200
FORJ=1TOM
IF AG) = 0 THEN GOSUB 380 ELSE GOSUB 330
NEXTJ
400
410
420
210
U = H*(COS(F)+SIN (F))
430
17
220
V = H* (COS (P-SIN (F))
=F = F+45
H= H/SQR (2)
RETURN
Seite 9
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)3. De bloesem
met behulp van twee
De zelfgelijkvormigheid van de Pythagorasboom kan beschreven worden
sformatie met een
idstran
ormighe
draaivermenigvuldigingen. Een draaivermenigvuldiging in een gelijkv
centrum C, een draaihoek $ en een schaalfactor r.
y-as
xras
Figuur 5,
Draaivermenigvuldiging
Seite 10
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Figuur 3.
Pythagorasboom in de winter
Seite 11
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Met zo’n draaivermenigvuldiging (zie fig. 5) gaat het punt P zodanig in P’ over dat Z P'CP =o en
CP’:CP =r. In coördinaten kunnen we de transformatie a.v. beschrijven. Kiezen we voorlopig C in
de oorsprong, geven we P de coördinaten (x,y) en P’ de coördinaten (x’ ,y’) dan is (zie fig. 5)
x = CP cosy, y = CP siny
en verder
a
x’ = CP’ cos(y+¢) = r-CP(cosycosp—sinysing) =
= rcos¢ CP cosy — r sing CP siny =
= rx cosh — ry sind.
Schrijven we
a =rcosd, b = r sing
(3.1)
dan is dus
x’ = ax —by.
Analoog is (projecteer op de verticale y-as)
y
Vi
CP’ sin(y+¢) = r-CP(sinycosb
+ cosysing) =
= r cost CP siny + r sing CP cosy =
= ry cos + rx sind
ofwel
y’ = bx + ay.
Samenvattend wordt een draaivermenigvuldiging om de oorsprong beschreven door het formulepaar
x = ax —by,
y = bx +ay,
(3.2)
Om een draaivermenigvuldiging om een willekeurig punt C met coördinaten x9,y9 te beschrijven behoeven we in (3.2) slechts x en y te vervangen door x —xg en y —yo, d.w.z.
x = a(x —xo)—b(y — yo) + Xo,
y = b(x —xo)+a(y —yo) + yo
(3.3)
De juistheid hiervan blijkt nog eens achteraf wanneer we x = xo, y = Yo invullen. Het resultaat is
x’ = xo," = Yo wat betekent dat het punt (x0,y0) niet van plaats verandert en dus m.a.w. het rotatiecentrum is.
We beschouwen het begin van de Pythagorasboom zoals geschetst in fig. 6 nog eens aandachtig. Is het
coördinatenstelsel gekozen als in de vorige paragraaf dan kunnen we constateren dat het punt A(—3,1)
het centrum is van een draaivermenigvuldiging met ¢ = 45° en r = 1/ V2. Die draaivermenigvuldiging
voert een willekeurig vierkantje van de Pythagorasboom over in een ander vierkantje.
Seite 12
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)K
32
“
Al...
A, N,
4
_
‘
N
N
,
N
_
10
N
5
:
h
1]
2
|
1
1
12
3
Li
6
|
1
'
1
13
}
!
La
t
7
I
B S= 7
N
N
Figuur 6,
Centra van draaivermenigvuldigingen
Seite 13
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Evenzo is B(3,1) centrum van een draaivermenigvuldiging met $ = —45 enr = 1/ V2. Duiden we de
transformaties symbolisch met de letters a, en 8 aan dan volgt door substitutie van de gegeven waarden
in (3.1) en (3.3):
za —y)—1,
Wy = ae t+y)+2,
a
(3.4)
en
(x +y)+1,
Bly = H-xty)+2.
65)
Het volgende lijstje laat zien hoe de vierkanten door a en B getrasformeerd worden. Daarbij moeten de
rangnummers n weer in series van 2” gegroepeerd worden volgens
2 En <2t1
|m
|B
a
n
3 | 0
2
1
1
4 | 6
2
7
5
3
8 | 12
4
9 | 13
5
6 | 10 | 14 | 2
[11 | 15
7
8 | 16 | 24
{17,25 | 3
9
10 | 18 | 26
De algemene regel is blijkbaar
an =n + 2”,
Bn =n + rt,
(3.6)
Zowel a als B voert de hele Pythagorasboom in een iets kleinere boom over. Elke combinatie van a en B
transformeert de Pythagorasboom in een kleinere deelboom. Het effect van b.v.aß (eerst B dan a) op een
willekeurig vierkantje kunnen we afleiden uit de bovenstaande tabel en uit formule (3.6), b.v.
aB3 = 11.
Anderzijds is
Ba3 = 9.
Een willekeurige volgorde van a’s en ß’s als b.v.
aBBaBaaafaf
definieert ook weer een gelijkvormigheidstransformatie welke de Pythagorasboom in een kleinere boom
overvoert.
De limietpunten van vierkanten, de z.g. bloesem van de Pythagorasboom, duiden we zoals eerder
afgesproken aan met II. Uit het bovenstaande volgt dat de verzameling IT in zichzelf overgaat bij toepassing van de transformaties a en ß. II is dus zelf-gelijkvormig zowel t.o.v. a als to.v. B. Is P een willekeurig punt van II dan transformeren zowel a als 8 het punt P in een ander punt van II Daarmede is
Seite 14
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)een mechanisme verkregen om een willekeurig aantal punten van II te bepalen wanneer uitgegaan wordt
van een bekend punt van II. De centra A en B behoren in elk geval tot II. Om een indruk van II met
behulp van de computer te verkrijgen bepalen we een toevallige rij punten P,,P,,P;,... waarbij b.v.
P;=4 en elk volgend punt uit het voorafgaande punt verkregen wordt als
Pe+1 = @Pk
of
—
|
(3.7)
Px+, = BPx
waarbij de keuze van a of B bepaald wordt door het toeval, kruis of munt, d.w.z. met de door de computer gegenereerde “random numbers”. Is s b.v. zo een door de computer bepaald toevallig getal uit het
eenheidsinterval, d.w.z. 0<s<1, dan kunnen we (3.7) vertalen als:
ifs < 0.5 then P, 4; = aP else P.+ı = BP,.
Het bijgaande computerprogramma ”Bloesem” is daarmede voldoende verklaard. Het is eigenlijk niets
anders dan de combinatie van (3.7) met de als subroutine beschreven transformaties (3.4) en (3.5).
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
10
120
130
140
150
160
170
180
190
REM ”BLOESEM”
GCLEAR
SCALE -7,7,-4,10
X=3 @ Y=1
FOR K=1 TO 2000
IF RND <.5 THEN GOSUB 110 ELSE GOSUB 150
MOVE X,Y @ PLOT X,Y
. MOVE -X,Y @ PLOT -X,Y
NEXT K
END
Z=X
X=(X+Y)/2+1
Y=(Y-Z/2+2
RETURN
Z=X
X=(X-Y)/2-1
Y=(Z+Y)/2+2
RETURN
END
4. Complexe getallen en het Tweetallig talststelsel
Wanneer we vertrouwd zijn met de complexe getallen kan de constructie en analyse van boom en
bloesem veel fraaier beschreven worden. Een complexe getal c = a +bi interpreteren we daarbij als een
(vrije) vector met componenten (a,b), een gericht lijnstuk of een pijl welke we ergens aan kunnen hechten. Optellen van complexe getallen is dus meetkundig het optellen van vectoren aan elkaar gehecht volgens het kop-staart principe. Vermenigvuldigen van twee complexe getallen is aequivalent met de in fig. 5
en door form (3.2) beschreven draaivermenigvuldiging. Is z = x +yi het complexe getal dat met P (x,y)
correspondeert en is c = a +bi dan kunnen we (3.2) veel beknopter schrijven als
waarbij P’(x’ Jy’) het beeldpunt is van z' = x +y'i.
Seite 15
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Figuur 7,
Systematische nummering van de takken
Seite 16
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)We beschouwen nu nog eens de Pythagorasboom in de takkenvorm van fig. 7. We duiden de positie
van P,, het eindpunt van een tak, aan met het complexe getal z,. We zijn nog vrij de oorsprong en de
eenheid op willekeurige wijze te kiezen. De volgende keuze blijkt erg handig te zijn. We nemen zo = 0,
zj = 1. De vectoren PP, en P,P; duiden we aan met c en € waarbij © de complex geconjugeerde van
c is en
c = Hl+ti).
si
(4.2)
We herhalen ue even: complex vermenigvuldigen ‘met c betekent draaien over +45° en verkorten met
de factor 1 / V2, met € analoog draaien over —45 en dezelfde verkorting. Elk vectorieel lijnstukje in fig.
7 kunnen we gemakkelijk uitdrukken als een product met factoren c en c. Bijv.
PoP; = 1, PP; =c, P3P6 = cc,
= 27
= 22
=
250 = 1te tee + etc +
4e.
232
PP
ia = ce PiPzs = °C", PasPso = c°c°.
Voor de positie van Py volgt hieruit
Voor elk rangnummer is er zo’n rij. De algemene vorm is blijkbaar
Zn = 1teıtcatc3tc4t+t >.
(43)
waarbij elke term een factor c of c meer heeft dan de voorafgaande term. Omdat
le] = |e] = 27%
is
ler] = 24/2
(44)
Laten we n naar oneindig gaan dan gaat (4.3) over in een oneindig voortlopende reeks die dankzij (4.4)
convergeert op de wijze van een meetkundige reeks. Elke reeks van de vorm (4.3) stelt een limietpunt van
de Pythagorasboom, een bloesempje, voor. De twee gelijkvormigheidsformaties a en B zien er in complexe notatie ook veel eenvoudiger uit:
a: z' = l+ez,
45
Biz) =1+&.
(4.5)
Een bloesempje kunnen we symbolisch voorstellen door een reëel getal tussen 0 en 1 in een tweetallige
representatie. We laten het zien aan de hand van het volgende voorbeeld:
z= HH
1
0
Hele
1
0
0
Hette
0
1
+...
tee
(4.6)
r = 0.1010001 : --.
Het recept is dus een nul voor een factor c en een één voor een factor ¢. Die rij van nullen en éénen
geeft ook de route aan welke tot het limietpunt leidt. In het gegeven voorbeeld
PoP P3P 6P 13P 26P 52P 104P 209
|,
d.w.z. een nul voor de linkertak en een één voor de rechtertak van een vork.
Op deze wijze hebben we een toevoeging tot stand gebracht tussen de getallen in het gesloten interval
[0,1], d.w.z. de punten van een lijnstuk, en de limietpunten voor de Pythagorasboom. Die toevoeging is
wederkerig eenduidig en wat nog veel mooier is, de toevoeging is ook continue. D.w.z. dat reéle getallen
die vlak bij elkaar liggen corresponderen met bloesempjes die ook vlak bij elkaar liggen. De reden is heel
eenvoudig. Zijn b.v. ri en r vlak bij elkaar dan zijn in de tweetallige breukontwikkeling zeg de eerste
100 binalen identiek. Dit betekent dat in de corresponderende z-reeksen de eerste 100 termen ook identiek zijn. Omdat alle z-reeksen convergeren als een meetkundige reeks met reductiefactor 1 / V2 zijn de
twee limietpunten van de Pythagorasboom ook dicht bij elkaar. De onderlinge afstand zouden we zelfs
gemakkelijk kunnen schatten.
Seite 17
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)De limietpunten van de Pythagorasboom zijn dus een continue afbeelding van een lijnstuk en dit is de
zuiver wiskundige definitie van een continue kromme. De bloesem II van de Pythagorasboom is dus een
continue kromme, maar dan wel een onvoorstelbaar gekronkelde kromme en bepaald geen gladde
kromme zoals we ons meestal plegen voor te stellen. IT is een continue kromme die nergens een raaklijn
meetkundig aequivalent van een funktie die wel continu maar nergens differentieerbaar is! D
We besluiten met een paar suggesties voor generalisaties. Kijken we b.v. naar fig. 7 dan kunnen we de
takken P,P, P‚P3 van de vork bij P, een andere richting en een andere verkortingsverhouding geven.
De te tekenen figuur wordt dan gebouwd op twee gelijkvormigheids-tranformaties « met centrum A en ß
met centrum B. Plaatsen we b.v. A in (-1,0) en B in (0,1) dan kunnen we a en B voorstellèn door (verg.
form. 3.4 en 3.5)
|
&
“= ax —by +a —1,
y = bx tay +b,
en
x = ext+dy—c
+1,
B y = —dx +cy +d.
Daarbij moet ter wille van de convergentie wel voldaan zijn aan a? + b? < 1, c? + d? < 1, maar overigens zijn a,b,c,d willekeurig. Het bloesemprogramma kan daarmede het gemakkelijkst aangepast worden. Het tekenen van de takkenstructuur als fig. 7 kost iets meer bewerking. Maar alleen wanneer
a,b,c,d aan een paar speciale voorwaarden voldoen hoort er ook een echte - scheefgegroeide Pythagorasboom bij, en dat is een leuke uitzoekerij.