Volltext anzeigen16 Seiten
Seite 1
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)3
162
ENIGE KANTTEKENINGEN
Geerten Meysing
G am
BIJ
DE ERWIN-TRILOGIE
manier, en niet anders, in te richten. Al lijkt het soms aantrekkelijk
je hele leven aan één boek te werken, daarmee haal
je het idee
ENIGE KANTTEKENINGEN BIJ DE
CONSTRUCTIE VAN DE
ERWIN-TRILOGIE
Ik heb een slecht geheugen, daarom schrijf ik alles op. Maar omdat ik liefst zo weinig mogelijk schrijf — een plechtige, bijna sacrale handeling waarin de gedachte wordt versteend of althans
bestendigd in materialen die op duurzaamheid zijn berekend —
heb ik lange voorbereiding nodig voor ik iets vastleg. Heel letterlijk: uren van aangehouden concentratie om een zin op papier
te krijgen waaraan beter niets veranderd kan worden. Voor mij
geen nutteloze gebaren en een verspilling van geest in een
schaamte van onbenulligheden die beter verzwegen kunnen worden. Dat is een kwestie van beheersing en gestiek: de gedachte
die zich als resultaat van jarenlange studie, overweging en ervaring door de hand in beweging laat zetten in het vehikel van
goeddeels zichzelf schrijvende zinnen, waarbij de woorden in resonantie moeten komen met het acumen van de toegespitste
geest. Als je naar woorden moet zoeken, is de geduchte nog te
vaag; ze moeten op je afkomen, deze in formules voorgevormde
dragers van betekenis, scherna’s voor beweringen, om precisie en
algemeenheid te geven aan de uitdrukking.
Mijn leven wordt gedurende de periode van de voorbereiding
en het schrijven beheerst door het onderwerp, of liever, door cen
reeks accumulatieve beslissingen en opeenvolgende waarnemingen wordt het onderwerp de enige adequate uitdrukking van die
bepaalde levensperiode. Alsof de idee van het boek reeds voor
\a 28
van de onvoltooidheid binnen, want omdat
je de eigen dood niet
kunt verwerken noch ontkennen, zul je altijd door hem worden
ingehaald. Een dergelijke romantische gedachte strookt in het
geheel niet met mijn opvatting van cen afgerond, gepolijst kunstwerk. Omdat de meeste romantische genieën bovendien niet ouder dan zesendertig lijken te worden — ‘maak maar eens een
lijstje van wie er allemaal rond die leeftijd in de wouden van Bo-.
hernia gesneuveld zijn,’ schreef A.F.Th. van der Heijden mij om
me een riem onder het hart te steken toen ik die leeftijd naderde
— heb ik me gehaast de trilogie voor die leeftijd te voltooien.
Wanneer een boek klaar is, kan ik me ontspannen, ‘het van me
afzetten’, en in vergetelheid de geest vrijmaken voor een volgend
project. Al blijf
ik nog lang zoeken naar argumenten en plaatsen,
het hoeft niet meer, en doorgaans vind ik slechts bevestiging van
wat ik al gedaan heb. Wat ik er nog meer over zou kunnen zeggen, ter verklaring of verdediging. blijft commentaar en doet
niet meer ter zake. Mocht ik ooit de behoefte gevoelen mijn geesteskind in uitleg te hulp te snellen — alleen al omdat het zo’n geschikt demonstratieobject is — , de spirituele vader heeft zich uit
de aard van de relatie reeds van zijn creatie afgekeerd, en mocht
zijn interesse voor dezelfde nog nict verzwakt zijn, de paraatheid
van zijn in jarenlange voorbereiding op die genesis toegespitste
kennis zal door de ontspanning van de aandacht wel enigszins
zijn afgenomen.
:
Wat ik in het begin van de vorige alinea heb gezegd, moet ik
enigszins terugnemen: onderwerpen waar ik jaren op heb gestudeerd om er mijn weg in te vinden, blijven me nog jaren als een
labyrint omsluiten voor ik me eraan ontworsteld heb. En van
meet af aan zijn er twee onderwerpen geweest die mijn belangmijn conceptie ervan bestond en ik louter aan het werk ben om
stelling als studieobjecten hebben vastgehouden en die door het
werken aan de boeken zijn ontwikkeld, zonder daarmee afdoenin een kenproces, waarbij ik tracht die duidelijker voor ogen te
de behandeld te zijn.
krijgen, dat ideaal zo dicht mogelijk te benaderen. Het boek is
niet slechts het resultaat en de uitdrukking van mijn leven en
werken, maar ook de aanleiding om mijn leven op cen bepaalde
pijlers van mijn belangstelling en werken. Respectievelijk behel-
222
Het zijn de studie van numerieken en van de retorica, de twee
zen zij de getalsmatige of pythagoreische compositieleer en de retorica, ofwel de taal der hartstochten. Beide benaderingswijzen
Seite 2
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)lijken elkaar uit te sluiten, maar zij vertegenwoordigen het dubbele aspect van de schoonheid, die immers traditioneel uit een
ceuwig, onveranderlijk aspect bestaat (het equivalent van de platoonse idee van de schoonheid), en uit een veranderlijk aspect
dat tijdelijk is en zich voegt naar mode, moment en milieu. Of
schoon deze aspecten haaks op elkaar staan, geven zij een intrinsieke spanning aan het geheel waarop ze in combinatie worden
ENIGE
KANTTEKENINGEN
BIJ
DE ERWIN-TRILOGIE
deze disciplines voor het afleveren van degelijk werk, of precies
de duistere oorsprongen, ontwikkeling en rol ervan in de literaire
geschiedenis uit de doeken te doen. Hoogstens kan ik hier, op
persoonlijke wijze, een beperkt aantal fragmentarische kanttekeningen maken bij hoe ik uit deze rijke tradities heb geput.
Toch ontkom ik er niet aan antwoord te geven op de vraag
‘hoe ik er zo toe gekomen ben’. De causa formalis wordt gevormd
toegepast.
door mijn al vroeg gerijpte vermoeden dat voor de ontwikkeling
Omdat deze studies, destijds aangevangen met mijn metgezel
Keith Snell, onderwerpen vormden die wij nog onder de knie
moesten krijgen, komen zij in de trilogie ook in deze dubbele
en bestudering van de kunsten formele aspecten van groter belang zijn dan inhoudelijke of metafysische. In ieder geval zijn het
louter die aspecten waarover
je op ambachtelijke wijze kunt praten. Vorm kan op de eenvoudigste manier gedefinieerd worden
vorm voor, dat wil zeggen als compositiebegrippen en als behandelde onderwerpen, en kan men in de zeventien jaar dat ik me
met de trilogie heb beziggehouden, goed hun ontwikkeling volgen. Het is een schijnbare paradox dat deze reeds in opzet ‘encyclopedische romantrilogie over de kunsten’ tegelijk cen Bildungsroman is waarin die kunsten nog vermeesterd moeten worden.
tot dat geheel. De vorm als gegevenheid moet wel in relatie staan
met overeenkomende of afwijkende vormen, en is dus louter interessant wanneer die als conventioneel in een traditic herkend
In ons werkklasje maakten wij datzelfde onderscheid tussen
‘compositorische esthetiek’ en ‘analytische esthetiek’. Wat ik met
name wilde toepassen op mijn eigen romanwerk, bleek tegelijk
een stevig handvat om andere rornans mee aan te pakken.
Indertijd waren deze dingen geheel nieuw: ik dacht de wereld
opnicuw te hebben uitgevonden. In ieder geval moest ik tegen
de tijdgeest inroeien en mijn inspanningen vonden nauwelijks
weerklank. Hoe verbazingwekkend is het om twintig jaar later
te constateren dat de retorica overal hernieuwde belangstelling
geniet (al is dat soms in de wat afgezwakte vorm die ‘argumentaplaats gemaakt uit de onderwerpen, thematiek, voorvallen,
ideeën, natuurbeschrijvingen, herinneringen, waarheidsbelevingen, kentheorieën, maatschappijopvattingen of geloofspropaganda die er in aan de orde komen, boeken worden op het simpelste niveau gemaakt uit letters, lettergrepen, woorden, bladzijden, en de alinea's, hoofdstukken, delen, boeken en combinaties
en verhoudingen daarvan die ermee gemaakt kunnen worden.
Zou men dergelijke elementen aan het toeval of de intuïtie moeals het geheel in de verhouding van alle onderdelen tot elkaar en
kan worden. Het past mij dus bij een eerste benadering mijn gebied materieel te identificeren: boeken worden niet in de eerste
tieleer’ wordt genoemd, en maar een klein onderdeel van de socvereine discipline vormt) en dat er steeds meer uitstekende stuten overlaten?
Zeker nict als men het mandaat van Cyril Connolly in acht
neemt, dat men met clk boek ‘het ideale boek’ moet trachten te
dies verschijnen over getalcomposities, hoewel er tot op heden
schrijven. Dan loopt de schepping van elk kunstwerk parallel
bij mijn weten weinig actieve kunstenaars (componisten wellicht
uitgezonderd) zijn die ervoor uitkomen met deze middelen te
met de schepping van de wereld, en geeft daar op zijn minst
commentaar op. Alleen in de precisie van de details kan ziel aan
werken. (En wanneer ze dat wel doen, is dat meestal in nogal
het werk worden gegeven.
primitieve vorm, zonder dat ze op de hoogte lijken te zijn van
de rijke traditie op dit gebied.)
Orndat ik hier op vrijblijvende manier praat over de voorbereidende studies die aan mijn romanschrijfwerk voorafgaan, is
dit niet de plaats om op de noodzakelijkheid te wijzen van juist
Schoonheid als kwaliteit wordt in de retorica behandeld als het
passende, decorum, een definitie uit de Hippias major van Plato.
Zon kwaliteit heeft slechts betekenis voor het ding op zichzelf:
of het wel een eenheid vormt door het op elkaar afgestemd zijn
van de delen, en of het wel geschikt is voor deze situatie en dat
Seite 3
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)speciale publiek. Daarmee is dit ‘gemene schoon’ instrument van
het effect, wat er beoogd wordt te bereiken aan respons. Geenszins geeft het de verhouding aan met de schoonheid van andere
dingen, of een zelfstandige, onafhankelijke waarde van het object: het is veranderlijk en afhankelijk van plaats, mode, milieu,
moment, moraal. In het streven naar sublimiteit mag men aan
de dubbelzinnigheid van de schoonheid als eeuwig ideaal niet
voorbijgaan. In de hiërarchie van schone dingen (smaken ver-
ENIGE KANTTEKENINGEN
riable, dont la quantité est excessivement difficile a déterminer’
(Baudelaire). De monade behelst altijd een harmonisch en een
gevarieerd aspect, ‘une Harmonie particulière et une certaine
Unité du Tout’, zoals L.H. Ten Kate schrijft in zijn Discours préliminaire over de Ideale Schoonheid.
Een in de publieke opinie geheel kwalitatief verschijnsel als
schoonheid kan bij nader inzien beter benaderd worden in kwantitatieve zin. ‘Maat en proportie worden overal met schoonheid
geïdentificeerd,’ zegt Plato in de Philebus. Als de inhoudelijke
aspecten een imitatie op het kleinste niveau zijn, dan is de twecde causa van de kunst een imitatie op het grootste niveau: de
kosmogonische verdeling van de wereld als ideale vorm. Het
hoogste produkt van de intelligentie is volgens de Stagiriet de
vorm, dat wil zeggen symmetrie, orde, bepaaldheid, welke wezenlijke bestanddelen van schoonheid zijn. In de uitleg van
schoonheid komt de vorm eerst (Thomas) en de drie principes
van maat, getal en gewicht (of mode, vorm en orde) zijn altijd
de basis geweest van schoonheid en schepping (Augustinus). Alle
esthetiek die niet spreekt over verhoudingen en aritmetica is
mystiek gezever, religieuze kletspraat of op zijn best een geschiedenis van de smaak. Geometrie en figuren zijn het begin van alle
wetenschap en daarom een van de eerste onderwerpen van de
Ik laat het voorlopig bij deze verantwoording van mijn interesse,
ven oom Jacques Nicolas Meijsing, die in 1967 gepromoveerd is
„op het boek La triple Chronologie diluvienne en fonction du Symbolisme
Cosmique de la Bible. De erfenis van zijn geestelijke nalatenschap
heeft mij de plicht op de schouders gelegd de studie van de getalcompositie voort te zetten.
Erwin
Maar ook toe te passen! Al begreep ik er nog niet veel van toen
ik in mijn jeugdige lichtzinnigheid besloot — een mooie herfstdag in peripathetisch gesprek met mijn compaan Keith Snell op
het landgoed Elswoud — om een grote roman te schrijven, welja, een encyclopedische romancyclus, waarom niet? Ik wist niet
waar ik aan begon, al voelde ik wel de drang de vier windstreken
te omarmen.
Het eerste deel was nog eenvoudig, de opzet ervan in één ochtend rond, de aanleiding de verjaardag van de onbereikbare geliefde, de fabel de laatste dag in het leven en de zelfmoord van
mijn alter ego Erwin Charles David Garden. Het moest een
‘klassiek-romantisch’ boek over de traditie worden, die voor mij
destijds vooral inspirerend was in de betekenis die Ernst Robert
Curtius daaraan gaf in zijn Europdische Literatur und lateinisches
Mittelalter. Vandaar dat elk hoofdstuk zijn eigen voorbeeldcanon
had (onder anderen: Théophile Gautier, Proust, de jonge Flaubert, Huysmans, Petronius, Rolfe, Joyce, Werther, Lampedusa), vandaar de catalogen (zelfs van niet-bestaande of abusievelijk overgeleverde Latijnse schrijvers), de excursen (bijvoorbeeld
over het houden van bijen), en het acrostichon, dat ingevuld
moest worden in de twee opengehouden beginstrofen van het
kwatrijn van de opdracht:
opvoeding, want letters en getallen zijn de oorzaken en instrumenten van alle schepping. Wie geen wiskunde bedrijft mag de
Martha ma belle
academie niet binnentreden:
Mnòeus ayewperpntog erorte
Martha mamie
En vus ma mort,
En vus ma vie.
226
DE ERWIN-TRILOGIE
en wil daar slechts, als causa efficiens, aan toevoegen dat ik op het
spoor van de numerologie ben gezet door mijn te vroeg gestorschillen alleen waar culturen verschillen, schieten te kort waar de
opvoeding te kort schiet) wordt stilzwijgend verwezen naar het
ideale aspect van de schoonheid, ‘fait d'un élément éternel, inva-
Seite 4
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)GEERTEN MEIJSING
ENIGE
KANTTEKENINGEN
BIJ
DE
ERWIN-TRILOGIE
Vandaar ook de numerieke structuur die nog meer met getalsymboliek dan met echte getalcompositie te maken had. Martha
werd op 5 oktober "72 vierentwintig jaar: elk van de vierentwintig
structuur die evenwel juist wordt verkregen door de strengste en
meest onverbiddelijke toepassing van de tetractys en de guldensnedeverhouding.
Hierin kan men duidelijk de overgang volgen van getalsymboliek naar echte getalcompositie. In Erwin spraken de getallen, ze
dringen zich op, je moest ze kunnen zien, maar een werkelijke
Het 24 letters tellende alfabet van de Alexandrijnse canon
eeuwse gebruik om met bepaalde voorkeursgetallen te werken en
uren van Erwins laatste etmaal kreeg een eigen hoofdstuk, aangegeven met de initialen van het acrostichon; het boek telt vijf
boeken (overeenkomend met de delen van de retorica) en tien
delen, terwijl er in totaal precies 72 gelijke alinea's zijn.
(maar men mag niet vergeten dat de jonge Grickjes eerder met
de letters van het alfabet leerden tellen dan lezen) was zowel een
thematische als constructieve drager voor de roman, die als
hoofdonderwerp de literatuur heeft. In canons en opsommingen
in het boek wordt met dit alfabet geteld, en de eerste en laatste
zinnen laten met hun initialen een alfabetische aftelling zien. (In
een eerder artikel ben ik wat dieper ingegaan op de literaire conventie die het getal 24 sinds Homerus heeft, en op de generatio van
het Griekse alfabet naar het voorbeeld van de Ariadne-mythe.
Hier wil ik alleen nog wat zeggen over het getal 72, dat het dubbele is van het volmaakte kwadraat, en dat ook de dubbele vercniging van het mannelijke en vrouwclijke principe laat zien:
= 29 x 37.)
36 2%x
72=
Overigens was Erwin het produkt van zulke heterogene voorvaderen als de decadent-symbolistische Leopold Andrian (met
name van diens novelle uit 1895 Der Garten der Erkenntnis met een
gelijknamige en gelijkvoelende hoofdfiguur) en de hoogromantiesthetische functie hadden ze daarmce niet. Het is het middeldaar een bepaalde autoriteit aan te ontlenen, of toespelingen te
maken op kosmische en bijbelse getallen. (Zo telt Erwin 144000
woorden — mooi omdat 144 een dozijn in het kwadraat is — en
365 bladzijden naar de dagen van het jaar. Dit is ook wel aardig,
maar dozijn noch zonnejaar spelen een rol in het boek, en evenmin vormen ze een sleutel tot een in het boek verborgen clou of
geheim.)
Michael van Mander
Tegen de tijd van Michael van Mander was ik beter doordrongen
van het retorische adagium ars est celare artem (het is de kunst de
kunst te verbergen). Ik begreep dat het niet netjes was de steigers
nog om het gebouw te laten zitten, al maakten zij de constructie
nog zo aanschouwelijk. Bij een echte getalcompositie gaat het
niet zozeer om mooie getallen of aantallen, maar om de intervallen, de proporties, de symmetrie van ‘evenwichtsstructuren’.
sche Karl W.F. Solger die in 1815 zijn ironische schoonheidsftlo-
Met verwijzing naar de generatio van de geometrische figuren is
het van belang wat de getallen met elkaar doen, hun onderlinge
verhouding derhalve, en welke bouwelementen daarmee onderscheiden kunnen worden.
cisme ging, wist ik over de twee volgende delen alleen nog dat
ze over respectievelijk de vriendschap en de schilderkunst en
bruikt worden om de thematische bouwmiddelen gestalte te gesofie publiceerde volgens welke de tragische held pas in zijn dood
een vluchtige herkenning van de goddelijke idee wordt gegund
(Erwin. Vier Gespräche über das Schöne und die Kunst).
Bij het schrijven van Erwin, dat over eenzaamheid en nar-
Een dergelijke compositie heeft alleen zin als de proporties geven, zoals daar zijn, in het geval van Michael van Mander: het
Was de structuur van Erwin regelmatig, statisch, star en symvoorbijgaan van tien jaar, tien verschillende tijdstippen en verschillende plaatsen, reizen of niet reizen, brieven of geen brie-
Mander, laat uitwendig een barokke, asymmetrische structuur
zien, omdat het thema de maniëristische schilderkunst is, een
of van elkaar verwijderd. Uitgaande van de Fibonacci-reeks om
de gulden-snedeverhouding te bereiken, verkrecg ik met de
eerste tien termen van dic reeks een totaal van 55 units, waar-
228
229
over de liefde en muziek moesten gaan.
metrisch als een klok (niet voor niks spelen de kerkklokken van
Golino in het boek zo'n grote rol), het volgende boek, Michael van
ven, aantallen personen, actie of geen actie, de vrienden samen
Seite 5
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)BIJ
n° punt (N.B: 2° = 3° =1)
2/\3
I
1
3
reeks
27
9
(3%) (de zevende)
(32) (de vijfde)
(3!) (de derde)
(de eerste)
IE
DE ERWIN-TRILOG
1
ni lineair (de tweede) (2°)
INGEN
ENIGE KANTTEKEN
äpxn
2
n? oppervl. (de vierde)
10, en daarvan de
00 (eenvastgesteld op 1209
orden kon worden
cci-reeks te
door het aantal wo
termen van de Fibona
tien eerste
voudigweg door de
3
de rij 1 tot en met
1
n° inhoud (de zesde) (2°)
met
vermenigvuldigen
.)
dukten op te tellen
=
2
4
Fibonacci
=
6
m
4
t
=
=
(7
termen
x
2
3
25
x
2
x
x
= 48
4
3
4
=
8
= 306
4243444849)
5
x
34
1
2l
= 550
1209
Ag =
Ay =
300
100
100
500
800
200
As =
AG =
2100
1300
Ag =
A, =
As. Aq, As, As, Az, Ag, As,
7+8+9+10- 55),
combivaststellen in een reeks Ay, Ag,
231
Ajo, waarvan alle termen en
totaal aantal woorden per unit
den en 55 units Gæo+3+4+5+6+
ertetractys invullen van 10 eenh
Op deze manier kon ik een supe
en het
Ato = 5500
Ag = 3400
Ag =
A3 =
mijn
de reeks van Fibonacci kon ik
Nog steeds werkend volgens
rden, en de grootste op 5599uniculus vaststellen op 100 woo
=1
X
x
x
6
7
8
Xx
= 9
= 168
5
9
x
55
10
X3X 52 x 13 X 31)
den: 120 goo (=2°
Totaal aantal woor
)
t: 120 900:1209 = 100
Uniculus (kleinste uni
deverhoudingen op te
ie in de meest ideale
pireren door
Om mijn composit
schilderkunst ins
tot elkaar verhoude
dit boek over de
len, liet ik mij in
n dienst kon zijn.
va
onderwerp optimaal
cen model dat mijn
zoals het natuur laat
dat kwaliteit en kleur,
us
Philolaos had gezegd
ong vinden. Het Sl
pr
rs
on (vijfhoek) hun oo
f
zien, in het pentag
gevormd door de vij
ook wordt genoemd,
Pythagorae, zoals het
acht omdat het zichwendige, magische kr
erende
planeten, bezit een in
ken de tien altern
lt. Bovendien ma
zelf oneindig spiege
g het mogelijk de teek met zijn spiegelin
hoeken van de vijfho
pentagram, waarin
De diagonalen van het
tractys te gebruiken.
jden elkaar in de gulram gevangenzit, sni
het gespiegeld pentag
wanneer twee delen
(die immers ontstaat
het
den-snedeverhouding
n als de grootste tot
h
van cen lijnstuk zic
geheel).
Seite 6
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)naties zich tot alle andere termen verhouden volgens de sectio dıvina.
Ato
2.
Aigo Ag
3-
Ayo Au Ag
4.
Aio Ag Ag Az
5.
Aro Ag Ag Ar Ac
6.
Aro Ao Ag A7 Ag As
7.
Aro Ao Ag Ar As As Aa
Aso Ao Ag A7 Ag As Ay Az
8.
g.
10.
ENIGE KANTTEKENINGEN BIJ DE
MEIJSING
Aro Ay Ag A; As As Ay Az Ay
Aro Ag Ag Ar Ag As Ay Az Ay Ay
Nemen we de linkerterm van de onderste rij als top en alle rechtertermen als basis, en tellen we zo de rijen af, dan tellen we tegelijkertijd (van rechts naar links) het aantal onderverdelingen
per unit, dus van nul (geen onderverdelingen) tot negen (negen
verdelers geeft tien verdeelde parten). Zo heb ik voor Michael van
Mander vastgesteld vijf delen, tien hoofdstukken en een opklim-
ERWIN-TRILOGIE
eenheden, waarbij in de even units de technische aspecten van
de schilderkunst, de retorica en de schilderstraktaten ter sprake
komen en in de oneven bij voorkeur niet over dergelijke zaken
wordt gesproken. Terwijl het geometrische middelpunt van de
tetractys door de vijfentwintigste unit werd gevormd, is in deze
lineaire aftelling de achtentwintigste unit het middelpunt, precies op de helftren vormt zij het hoogtepunt of culmen van de theorie. Deze unit, die de laatste en dus zevende van het zevende
hoofdstuk uitmaakt, geeft met de laatste en zevende zuil het
sluitstuk voor de uit zeven zuilen opgetrokken Tempio della Pittura
zoals die door Gian Paolo Lomazzo is beschreven in zijn schilderkunstige traktaat dat, met Den grondt der edel vry schilderconst
van Karel van Mander, centraal staat in het theoretisch gedachtengoed van mijn schildersboek.
4 Bipartite systemen van paarvorming (die bijvoorbeeld tot uitdrukking komen in wel of geen brieven, meer of minder actie).
Zo kan men koppelen1 — 6,2 - 7,3 — 8,4 — gens - 10:
maar ook 1 - 10,2 — 9,3 — 8,4 - 7en5 — 6.
_ Deze supertetractys, waarvan de vijfentwintigste term het
middelpunt vormt (in de fabel van het boek is deze vijfentwin-
5 Een tripartite frame (de zogenaamde recessed panel-constructie):
als we hoofdstuk 1 als intro apart nemen, laten hoofdstukken 2,
3 en 4 een opgaande lijn zien, 5, 6 en 7 de meest intense periode
van de vriendschap met op het hoogtepunt 6, waarin de argonautische reis in de zeilboot van de twee vrienden wordt beschreven, en 8, g en ro een neergang in de verhouding.
6 Een diofantische verdeling: aangezien 55 = 12 + 22 + 32 +4? + 57%;
slechts een van de mogelijke verdelingen van het materiaal. Anqiste, de soste, de 64ste en de 66ste unit, door respectievelijk
mend aantal units, 55 in totaal, het aantal woorden verhoudingsgewijs per unit en mogelijkheden per unit voor verdere verdelingen.
tigste unit het emotionele hoogtepunt ofte wel culmen), geeft
dere zijn:
ı Een alternering van de tien hoofdstukken in even en oneven
hoofdstukken: in de oneven hoofdstukken zijn Michael en Erwin
niet samen, in de even hoofdstukken wel.
2 Een alternering van de vijf delen: alleen in de oneven delen
komt het mythologisch apparaat naar voren, en wel op de volin de gestalte van Prometheus,
gende manier: in delen één en vijf
met wie Michael vereenzelvigd wordt; en in deel drie Pandora
en Epimetheus, met wie respectievelijk Martha en Erwin worden
vergeleken.
terugwerkend bracht ik derhalve cesuren aan achter de 25ste, de
1, 2, 3, 4 en 5 opvallende sterren te plaatsen.
Als overige verdelingen noem ik nog de vijfdeling van de diagonalen van de vijfhock met zijn spiegeling, waardoor de volgende hoofdstukken steeds op een diagonaal liggen:
1
- 10 -
L3-35 -
8-7
2- 4-5
2- 10-9
4- 6-7
6- 8-9
3 Een alternering van de 55 units in méér en minder technische
Seite 7
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Hieruit trok ik consequenties voor het optredenten de be-
|
wegingen van de verschillende romanfiguren.
deze
Laten we nu cens kijken hoe een willekeurige unit aan
verschillende condities kan voldoen. Ik neem daartoe de 25ste
de
unit, lineair afgeteld. Deze valt in het vierde deel, en vormt
vierde unit van hoofdstuk 7. In de supertetractys kunnen we zien
s:
dat dit een A,-unit moet zijn, derhalve een unit van 1300 woorden met drie onderverdelingen. Volgens de platoonse diaeresi
methode kan ik deze 13 opsplitsen in 8 en 5, en deze beide weer
in respectievelijk 5 en 3, engen 2, allemaal getallen uit de reeks
van Fibonacci. Aldus verdeel ik de 1300 woorden met drie onderverdelingen in een groep van 200 woorden, een grocp van 300,
nog een groep van 300 en een groep van 500, waarbij de verhoudingen tussen deze groepen steeds weer een benadering van de
gulden snede laten zien. Als initiaal moet deze unit de letter I
hebben, cen van de 55 letters van het acrostichon:
OMNIS MUNDI CREATURA
NOBIS EST ET SPECTRUM,
QUASI LIBER ET PICTURA
een tekst van Alanus van Rijssel, welke aan het eind van het
boek door het sluitstuk wordt gecompleteerd:
NOSTRAE VITAE, NOSTRAE MORTIS,
FIDELE SIGNACUI.UM.
NOSTRI STUTUS, NOSTRAE SORTIS
Deze unit is het hoogtepunt van de emoties in de fabel, een
knooppunt, hetgeen nog eens onderstreept wordt doordat de
ENIGE KANTTEKENINGEN
BI]
DE ERWIN-TRILOGIE
Er ligt een filosofisch idee aan ten grondslag dat mij erg aanspreekt. In tegenstelling tot de populaire gedachte dat dingen die
je bedenkt of schrijft of schildert, naar een werkelijk bestaande
wereld kunnen verwijzen, ga ik uit van het standpunt dat de enige wereld die je kunt kennen er een is die al door mensen is geconstrueerd. Het zijn mentale constructies die niet verwijzen
naar een van tevoren vastgelegde of bestaande wereld. Als een
astronoom het heeft over de sterrenhemel, dan heeft hij het over
een bepaald beeld, cen bepaalde constructie. Hij ziet sterren en
omloopbanen, maar dat zijn louter denkschema’s die door de
mens gevormd zijn en die miet verwijzen naar iets wat al bestaat.
Het is dus niet zo dat er één wereld is en dat andere dingen daar
in meerdere of mindere mate naar verwijzen. Het is cerder zo
dat de constructie van een wereld deugdelijker is naarmate dic
verwijzingen intern een deugdelijker beeld opleveren, dus een
hechtere constructie vormen. Wat de menselijke geest doet is het
bouwen van constructies of het veranderen en bijstellen van
constructies die er al zijn.
Ik geloof dat het een van de grootste opgaven van de kunstenaar
is zo'n constructie te maken dat de interne referenties een zo helder, precies en hecht mogelijk beeld geven. Aan hoe meer condities je een kunstwerk a priori onderwerpt, des te noodzakelijker
zal dat werk worden. Alles staat op zijn plaats en kan nergens
anders staan; er staat niets te veel en niets te weinig. Op het
kleinste niveau geeft de opgave om in een vastgestelde lengte cen
bepaald iets te zeggen, een enorme concentratie en spanning aan
de boog die je ter beschikking hebt. En natuurlijk is de tekst op
deze manier een afspiegeling van de idee van het kunstwerk, is
zij daar de eikonische weergave van. De constructie, hoe verborgen die ook is, vertelt een verhaal, en geeft commentaar op de
aard van het scheppen. Esoterisch of niet, die hechte filosofische
basis verleent cen extra dimensie en extra diepte aan hel werk.
eerste ster van de diofantische verdeling het stuk besluit, dat be-
Ook al hoeft men bij oppervlakkige lezing een dergelijke onderliggende structuur niet te doorgronden, alleen al het vermoeden
ervan opent een duizelingwekkend perspectief
voor de lezer. Ten
slotte is een dergelijke gelede structuur de meest abstracte weergave van het kunstwerk, en benadert zij in de pure vorm het
dichtst de idee van de schoonheid, waarom het mij te doen is.
gint met de woorden: ‘In het middelpunt van Erwins gedachten
stak de netelige vraag wat Michael aan het doen was en welke
.
rol hij gespeeld had in zijn mislukte affaire met Martha.’
Met deze compositorische uiteenzetting heb ik geen beschrijving van het boek Michael van Mander gegeven, maar slechts het
disegno van de opzet laten zien, het grondplan waarop het is geconstrueerd.
Seite 8
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Cecilia
Lang voordat ik aan het laatste deel van de trilogie begon, had
ik er al een vermoeden van dat dit vanuit compositorisch oogpunt het meest dankbare deel zou worden. Muziek en liefde horen bij elkaar, en bezitten allebei een aardse of wereldse en een
hemelse component. Maar vooral de muzikale analogie van de
‘harmonie der sferen’ bood mij gelegenheid in de constructie van
het boek. dat ik heel simpel wilde bouwen op het toonsysteem
van de diatonische muziek, tegelijk de constructie van de wereld
te laten zien. Ik wilde de schepping als gegevenheid, en de schepping als voortdurende handeling van de wereld in wording gelijktijdig gestalte geven, waarmee ik het problematische thema
van de eeuwigheid en de onsterfelijkheid of voortdurende
opstanding kon uitdrukken, en tegelijk een cyclische beweging
kon meegeven; zowel de achtergronden en het ontstaan van ons
toonsysteem, als dat systeem in volle werking laten zien.
ENIGE
KANTTEKENINGEN
BIJ
DE
ERWIN-TRILOGIE
keursgetallen aan de orde zoals die ter sprake komen in de neoplatoonse metafysica en de bijbelexegese. Dergelijke speculaties
vinden hun oorsprong bij Pythagoras en een hoogtepunt in de
schitterende muzikaal-geometrische kosmologie van Johannes
Kepler. Maar het is natuurlijk bij Plato dat al deze verschillende
bespiegelingen hun eerste en meest duidelijk vastgelegde verknoping vinden.
De latere dialogen van Plato, met name de Timaeus, de Staatsman, de Republiek, de Critias en de Wetten, staan vol mathematische allegorieén; de vertelde fabels zijn metaforen voor en beschrijvingen van mathematische handelingen. Wat was de bedoeling van deze modellen voor de ziel, stadstaten cn het
systeem van de planeten? Al direct na zijn dood in 347 voor Chr.
is daar enorm over geharreward, en tegen het begin van de
christelijke tijd was het meeste van de academische wiskunde gedevalueerd tot mysticke raadselen waarover zelfs de ingewijden
het niet eens konden worden. Het ‘soevereine getal’ dat Socrates
Deze traditie van de musica mundana zoals die door Boëthius
hoorde in de Republiek, en dat door Cicero al het numero Platonis
obscurius wordt genoemd, en dat door Cornford in zijn vertaling
maar helemaal wordt weggelaten, blijkt bijvoorbeeld een geidealiseerde definitie te behelzen van wat in de muziek bekend is als
de zuivere, of juiste, stemming. De nieuwste opvattingen wijzen
erop dat al Plato’s mathematische allegorieén ontvankelijk zijn
mie en kosmogonie, astrologie en magie, architectuur, numerologie en de eerste ontwikkelingen van de aritmetica en de geomeen de opbouw van het toonsysteem met de verschillende modi. en
wordt genoemd, leverde een rijkdom aan gegevens op: niet alleen in de literaire traditie waar het wemelt van de muzikale metaforen en gemeenplaatsen (voor de bijzonder rijke periode van
de elizabethaanse poëzie doeltreffend verzameld en beschreven
door John Hollander in zijn boek The Untuning of the Sky), maar
vooral ook in andere gebieden als de klinkende muziek, astronotrie.
In de hiërarchische indeling van Boëthius van de muziek in
musica mundana, musica humana en musica instrumentales, waarbij alleen de laatste soort zich met klinkende muziek van de menselijke stem en de instrumenten bezighoudt, is het vooral de eerste
soort waaraan de muziek haar hoge status ontleent: de muziek
als een wetenschap, en wel die van het ideaal van een mathematisch geordend universum. Via de muziek kwam ik derhalve tot
de kern van mijn numerologische belangstelling: daar begonnen
de aritmetische speculaties over de verschillende soorten gctallen
voor een muzikale analyse van het probleem van de stemmingen
dat al deze allegoricén bij elkaar beschouwd kunnen worden als
een verhandeling over de toonschaal. De Republiek bevat een
theoretische en weliswaar onpraktische want eindeloos ingewikkelde verhandeling over geternpereerde stemming, cen oplossing
van het probleem dat pas tweeduizend jaar later, omstreeks de
tijd van Bach, ingang heeft gevonden in de muziekwereld.
De opgave was dat de verbetering van de zuivere stemming op
de reeds bekende pythagorische stemming, welke met gehele getallen werd bereikt en alleen het octaaf, de kwint, de kwart en
de tonus als toelaatbare verhoudingen kon dulden, weliswaar
meetkundig volvoerd kon worden zonder tot (door de verdubbeen vooral hun verhoudingen, en over de generatio van de geometrische figuren. En daar kwam het belang van bepaalde voorling noodzakelijke) astronomische getallen te leiden wanncer
men de verboden breuken wilde mijden, maar dat die zuivere
Seite 9
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)prowas en instabiel, en dus het
stemming incommensurabel
. Plato
re oneindigheid binnenhaalde
bleem van de onaanvaardba
nahet respect voor de eerste tien
probeerde, met behoud van
het
toren van de ideeén en dus van
tuurlijke getallen als de genera
vergeeel te bouwen — inderdaad
universum, een cyclisch geh
piano waarin
van Cen modern gestemde
lijkbaar met de toetsen
rtoe gebruikte hij drie ‘gemiddel
alle noten compatibel zijn. Daa
harbereiken: het aritmetisch, het
den’ om de verhoudingen te
iddelde.
monisch en het geometrisch gem
deel van de trilogie liet ik mij
Voor de constructie van het slot
Plato waarin de Demiurg de weinspireren door de dialoog van
mte zo procies en harmonieus moreldziel construeert door de rui
de Timaeus, 35a, b:
gelijk te verdelen. Ik citeer uit
ten en op de volr samen uit de volgende elemen
deelt in de natuur van het Eender
‘Hij stelde haa
re
ende
sen het ondeelbare en altijd-e
gende wijze: halverwege tus
en
ham
de, deelbare Zijn in de lic
Zijn enerzijds, en het worden
soort
de een mengsel van ecn derde
anderzijds, vormde hij uit bei
e en in die van
alle drie en vermengde ze
van Zijn, dat
erier stelde hij het samen, halv
het Andere. En op dezelfde man
in litussen het ondeelbare en het
wege tussen de andere twee:
re.
chamen voorkomende deelba
alle tot één enkele
Die nam hij dan
enzin
het Andere, ondanks haar teg
vorm. aldus de natuur van
treden
dwingend in verbinding te
voor vermenging, daarmee
maakte
mengde hij met het Zijn en
met het Eendere. Deze ver
s”
g”
eel nogmaals verdeelde in zoZijn.’
van deze delen was nu een Men
uit die drie één, waarna hij dit geh
veel delen.als passend was: elk
van Philolaos zijn het Begren
dere, het Andere en het
eg: In de fragmenten 1 tol 4
gel bestaande uit het Een
Uitl
dige en het Oneindige) de onde en het Onbegrensde (of het Ein
gen, en deze zelfde conceptie
middellijke principes van de din
wikkeld. Door de twee primaiwordt door Plato in de Philebus ont
gen, produceert de Demiurg
re vormen van zijn (A en B) te men
e drie hoofdbestanddelen van
cen derde overgangsvorm (C). Dez
schillende karakin de Sofist besproken als de ver
de ziel worden
als
kunnen worden: het universum
ters die aan het zijn gegeven
zijn
één en de atmosfeer van het
pluraliteit, het universum als
ing
en de naamgeving of nummer
die in beide categorieën deelt
238
ENIGE
KANTTEKENINGEN
BIJ
DE FRWIN-TRILOGIE
impliceert. Nadat de Demiurg zo heeft laten zien wal de mogelijkheden zijn, vormt hij weer één geheel door A, Ben C te mengen, om ertoe over te kunnen gaan dat geheel in cen aantal porties te verdelen, hetgeen met grote kracht dient te gebeuren, omdat de delen zich uit hun aard natuurlijk niet laten mengen.
Timaeus, 35b, c: ‘Ziehier hoe hij die verdeling aanvatte: hij begon eerst met één deel van het geheel af te nemen, vervolgens
eerste; het vierde was het dubbele van het tweede; het vijfde het
nam hij er een ander af, dubbel zo groot; dan weer een derde
anderhalf maal zo groot als het tweede en dus drie maal het
driedubbele van het derde: het zesde het achtvoudige van het
eerste en het zevende het zevenentwintigvoudige van het eerste.’
Uitleg:
239
Dit systeem kan gemakkclijk gedemonstreerd worden met een
snaar die door een bewegende kam op verschillende plaatsen ‘gestopt’ kan worden, zodat de tonen worden aangegeven als intervallen op een lijnstuk. De Demiurg begint met een rij afstanden
Seite 10
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)te construeren die corresponderen met de twee meetkundige
reeksen: 1, 2, 4, 8 en 1, 3, 9, 27 (respectievelijk machten van 2 en
van 3, van 2° en 3° tot 23 en 3%). Dat hij in beide gevallen bij
de derde macht stopt heeft tal van redenen: er zijn zo vier termen
in elke reeks, dic dus zo een paar tetracten (groepen van vier)
vormen, met als geheel een dubbele tetractys die, doordat ze één
gemeenschappelijke beginterm heeft, in zeven termen het octaaf
geeft. De getallen 4 en 7 krijgen zo bijzondere nadruk; de rijen
vormen de machten van respectievelijk 2, het eerste even getal,
en van 3, het cerste oneven getal. Beide reeksen beginnen met
1, welk getal beschouwd werd als de arche van alle getallen: de rijen gaan tot de derde macht omdat die de drie dimensies van alle
lichamen symboliseert. Bovendien is de grootste term van de
verzamelde rijen gelijk aan de som van alle voorgaande termen.
De figuur die Plato zo beschrijft en die wij hierboven hebben
uitgetekend, wordt de Grote Tetractys genoemd en herinnert als
instrument van de Grote Geometer om de tijd en de ruimte te
verdelen aan de kosmische A of de gnomon, oorspronkelijk een
ENIGE
KANTTEKENINGEN
tractys gebaseerd. De ‘harmonische verhoudingen’ worden als
volgt gecreëerd door de Demiurg, in Timaeus, 36a:
Vervolgens vulde hij de tweevoudige en drievoudige tussenruimten aan door nog meer delen van het oorspronkelijke geheel
af te snijden en door deze tussen de intervallen te plaatsen, zodat
er in elke tussenruimte twee middeltermen waren: één dic het
ene uiterste met hetzelfde breukdeel overtreft waarmee het zelf
door het andere uiterste wordt overtroffen, en één die het ene
uiterste overtreft met hetzelfde getal waarmee hij door het andere uiterste wordt overtroffen’
Uitleg: Deze twee gemiddelden zijn respectievelijk het harmonisch gemiddelde (h.g., produkt gedeeld door gemiddelde):
astronomisch instrument om de tijd te meten, en bestaande uit
X-a a
b-x b dus x=a+b
dat men voor elk ding naar het model, het voorbeeld of paradigma moet verwijzen waarvan het is afgelcid. Dit geldt ook voor
DE ERWIN-TRILOGIE
daar de orde in alle dingen) ontmoet men telkens het archetype
van Plato's meetlat.
Een praktische toepassing van de constructie van de wereldziel
hebben Aristoxenus van Tarentum, in zijn ‘Handboek over muziek’, en Crantor op de getallenverhoudingen van de Grote Teeen opstaande stok die een schaduw werpt over een vlak. Deze
gnomon, de intellectus agens, is ook de timmermanselleboog, het
symbool van de architecten, en de Demiurg wordt als de architect van de wereld beschouwd. (Gnomon betekent: een ding dat
je in staat stelt om iets te kennen.)
In het proces van het meten van de tijd waarin en waarmee
de kosmos geschapen wordt, zien wij de tweedeling die in den
beginne in ovo daar is tussen Zijn en Worden. Tijd is dus geen
bijprodukt van het scheppen van de kosmos, maar is het instrument om de wordende ruimte te constrasteren met het ecuwig
onveranderlijke, een taak waarin de wiskunde een onmisbare rol
speelt.
De Grote Tetractys is het mannelijke principe waarnaar en
waarmee het vrouwelijk principe van de prima materia wordt geordend. Het is een algemeen principe van de platoonse filosofie
BIJ
ax
b
2
en het aritrnetisch of rekenkundig gemiddelde (a.g., wat wij ‘gewoon’ gemiddelde noemen):
x-a=b-x dus x=
a+b
Deze gemiddelden worden als volgt in de reeksen gevoegd:
1, h.g., a.g.. 2, h.g., a.g., 4, h.g., a.g., 8 voor de intervallen
in de machten van 2 en
1, h.g., a.g., 3, h.g., a.g., 9, h.g., a.g., 27 voor de intervallen
in de reeks van machten van 3.
Timaeus, 36a, b: “Uit deze nieuwe bindgetallen ontstaan er in
de oorspronkelijke intervallen nieuwe tussenruimten van anderde zichtbare wereld, die vanzelfsprekend naar een model gehalf, één en eenderde (4/3) en één en cenachtste (9/8). Al de intervallen van vierderden vulde hij nu aan met het interval van
construeerd is, en in het zoeken naar de kosmische orde (en vannegenachtsten, waarbij hij een fractie van elk dezer laatste (als
Seite 11
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)rest) overlict: breuk waarvan de overblijvende tussenruimte
wordt bepaald door de verhouding van het getal 256 tot het getal
243. Daarmee had hij dan ook het mengsel waaruit hij die delen
had weggesneden volledig opgebruikt”
Uitleg: Samenvattend: de oorspronkelijke reeks was 1, 2, 3, 4,
g, 8, 29; die splitsen we: 1, 2, 4, 8 (1, machten van 2)
1, 3, 9, 27 (It, machten van 3);
Nu stoppen we de gemiddelden ertussen:
th.g.: 1, 4/3, 2, 8/3, 4, 16/3, 8
1 r.g.: 1, 3/2, 2, 3, 4, 6, 8
en:
it h.g.: 1, 3/2, 3, 9/2, 9, 27/2, 27
11 r.g.: 1, 2, 3, 6, 9, 18, 27
De dupla (verhouding 2:1) is het makkelijkst te vinden; zij le-
ENIGE KANTTEKENINGEN
BI]
DE ERWIN-TRILOGIE
3/2 : 4/3 = 9/8
3/2
— 4/3 = 0/8
De kwint min de kwart geeft dus de definitie van een (eigenlijk:
elke volgende) toon! De intervallen zijn dus zowel afstanden als
verhoudingen! Zo hebben we gevonden: het octaaf=2 : 1, de
kwint = 3: 2, de kwart =4 : 3, en de seconde = 9 : 8. (De kwarten de kwint-intervallen kunnen ontbonden worden in twee,
respectievelijk drie tonen ‘op een rest na’, die in beide gevallen
gelijk is aan:
256
9 9 250
4 9 9 9 256 32
243 wants XB“ 243
3 eng *8*8* 243
vert de muzikale diapason op, wat wij octaaf noemen (en vandaar
Timaeus: ‘En aangezien de invoeging van deze gemiddelden nieuook de dubbele en triple octaven diapason diapente en bis diapason).
we intervallen vormden in de vroegere intervallen, dat wil zeg-
De tweede volkomen consonant is de reine kwint. De verhoudingen 2:3, 6:9 en 18:27 geven allemaal deze sesquiallera die in de muziekleer diapente wordt genoemd.
Met deze twee intervallen, rein octaaf en reine kwint, maakt
men de verdeling of stemming, omdat men bij deze twee intervallen de minste onreinheid dadelijk hoort, wat bij tertsen en
sexten en vooral bij de dissonerende intervallen zeer moeilijk is.
Ruim aanwezig in deze rijen zijn ook de sesquitertia-verhoudingen
gen, intervallen van 3:2 en 4:3 en 9:8, ging hij verder met het
opvullen van de 4:3-intervallen met 9:8-intervallen. Hierdoor
bleef er in elk geval een fractie over die wordt weergegeven door
de termen van de getalverhouding 256:243.
En op deze manier was het mengsel vanwaar hij deze porties
af had gesneden, nu helemaal op!’
Uitleg: Elke interval van 4:3 wordt door de Derniurg opgevuld
met intervallen 9:8, de definitie van de hele toon; dat gaat twee
(kwart): 3/2:2, 3:4, 6:8, nogmaals 3/2:2, g/2:6 en 27/2:18 geven alkeer in elke interval, en dan blijft er een rest over, minder dan
lemaal de diatesseron. Ten slotte is ook de belangrijkste tonus te
vinden in de verhoudingen 4/3:3/2, 8/3:3 en 16/3:6, allemaal verhoudingen die de sesquioctave definiëren.
Pythagoras zou met de vier eenvoudigste termen tot dezelfde
diatonische orde van toon, toon en dezmma wordt het octaaf opgebouwd uit twee tetrakkoorden met een interval van een hele toon
harmonische verhoudingen van octaaf, kwint en kwart zijn gekoziet de reeks er als volgt uit:
men (2:1, 3:2 cn 4:3, waarbij het opvallende is dat de cenvoudigste getalverhoudingen ook de meest welklinkende toonveraabaaab/aabaaab/aabaaab/aabaaab/aabaaa
houdingen opleveren, een belangrijk psychologisch argument).
Maar het subtiele van deze verdeling dic de tetractys verdubbelt,
is dat in de kwint de afstand van de eerste noot van een tetrakeen hele toon, welke rest lemma wordt genoemd. In deze dalende
ertussen. Als ik met a een hele toon aangeef en met b cen leimma,
De complete reeks termen met tussenverdelingen, van 1 tot en
koord of half octaaf tot de eerste noot van het volgende tetrakkoord wordt gegeven:
met 27, levert dan bij elkaar 34 termen op, corresponderend met
de noten van een toonladder die een bereik van vier octaven
heeft plus een grote sext. Dit geeft de volgende reeks termen in
verhouding:
Seite 12
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)ENIGE
KANTTEKENINGEN
BIJ
DE ERWIN-TRILOGIE
1, 9/8, 81/64, 4/3, 3/2, 27/16, 243/128,
2, 9/4, 81/32, 8/3, 3, 27/8, 243/64.
4, 9/2, 81/16, 16/3, 6, 27/4, 243/32,
8, 9, 81/8, 32/3, 12, 27/2, 249/16,
16, 18, 81/4. 64/3, 24, 27.
geman. In een bock over de liefde geeft deze tegenstelling ook
aanleiding om het Don Juan-motief tegen het Tristan-motief af
te zetten. De oude man speelt natuurlijk een snaarinstrument,
dat tegelijk meetinstrument is, een apollinisch symbool van beheersing, terwijl de jongen saxofoon speelt, het bacchische blaas-
De octaaftermen zijn 1, 2, 4, 8 en 16; de termen van de oorsproninstrument van de ongecontroleerde hartstochten. Op het moment dat de verhouding 9:8 direct naast elkaar ligt in haar naakkelijke reeks zijn 1, 2, 3, 4, 8, 9 en 27.
Om de breuken weg te krijgen, vermenigvuldigen we elke
te, onvermenigvuldigde vorm, moet het contrast tussen de puer
term van de reeks met 384, zodat we beginnen met 384 in plaats
en senex heel duidelijk blijken.
384, het aantal woorden van de uniculus, geeft ook het totaal
van 1, en eindigen met 27 x 384 = 10368 in plaats van 27. Het gemak om 384 als veelvoud te gebruiken gaat terug op Crantor en
vormt aldus een heel vroege traditie. Dit geeft de volgende reeks
zoals die door Timaeus is bedoeld:
van de catalogus van vrouwen die de oude man heeft bekend
(384 — 1 eigenlijk, want de laatste, die zijn cyclus sluitend moet
maken, moet nog komen opdagen in de vorm van het duivelsmeisje dat hem helpt bij zijn onmogelijke opdracht); en Erwin zingt een litanie van 384 aanroepingen over zijn ene gelief-
384". 432, 486A, 512, 576, 648, 729A,
768", 864, g72h, 1024, 11523, 1296, 1458),
1536*, 1728, 1944À, 2048, 2304, 2592, 2916),
30723, 34569, 3888A, 4096, 4608, 5184, 5832A,
6144, 6912, 7776), 8192, 9216, 1036827.
de, wier komst hij almaar verwacht als de vervulling van zijn
bestaan. Maar als zij komt, herkent hij haar niet meer en heeft
hij voor de kunst gekozen boven de liefde. Erwin wordt, door de
faustiaanse inspanningen van de oude man, tot leven gewekt, eigenlijk uit de dood opgewekt, want hij had in het eerste boek immers zelfmoord gepleegd; in zijn eeuwige leven blijft hij voort-
Omdat ik naar de top (de onzegbare beginselen) wilde toeweraan altijd even oud, tweeëntwintig jaar, en heeft daarmee het
ken, nam ik dit schema achterstevoren, zodat mijn laatste unit,
probleem van de tijd en het ouder-worden, waarmee de oude
384, de kleinste zou zijn, de uniculus, en tevens de arche. Om de
man voortdurend worstelt, overwonnen.
nietszeggende hoeveelheid van 34 termen weg te werken, en om
Romantechnisch en retorisch was het onhandig en moeilijk
dat het boek met 27 gelijke units moest beginnen; niet bepaald
de termen van de oorspronkelijke reeks goed uit te laten komen,
beschouwde ik de termen van de oorspronkelijke reeks als veelvouden van de uniculus: zo kreeg ik 81= 9 x 9 termen, de leeftijd
waarop ik mijn oude man wilde laten sterven na voltooiing van
zijn laatste schepping, waarin hij de schepping nog eens wilde
overdoen. Zijn creatie moest een eeuwig levende jongeling zijn,
Erwin, en blijkt in retrospectie de hele trilogie te zijn.
In deze arché of het beginpunt moesten de twee lijnen sameneen captalio benevolentiae. Voor elke dag van de maand maakte ik
daarvan een dagboekaantekening van de oude man, steeds eindigend met een vraag in de vorm van de Problemata van Aristoteles.
Voor de 81 units moest een acrostichon gezocht worden dat ik
vond in de Tristram van Gottfried van Straatsburg, en dat aldus
aansloot bij het motto:
komen, de twee poten van de oorspronkelijke lambda, de twee
elementen van het puer/senex-motief uit welk idee de roman is
gegroeid. Pas door de dood van de oude man komt de jongeling
in zijn voltooide werk tot leven. Alle units op de rechterpoot hebben de oude man als hoofdpersoon, dic op de linkerpoot de jon-
Seite 13
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)GEERTEN MEIJSING
EIN ANDER WERLT DIE MEINE ICH,
DIU SAMET IN EINE HERZEN TREIT
ENIGE
KANTTEKENINGEN
BIJ
DE ERWIN-TRILOGIE
1 - 2-4
- 8 PUER
I — 3 - 9 - 27 SENEX
IR SUEZE SUR, IR LEIBEZ LEIT,
IR LIEBEZ LEBEN,
IR LEIDEN TOT,
en de paren:
IR LIEBEN TOT, IR LEIDEZ LEBEN:
8 — 27 mensclijke muziek (Sirenen)
4 — g hemelse muziek (Muzen)
2 — 3 beproevingen van de aarde en de liefde
+
DEM LEBENE SEI MEIN LEBEN ERGEBEN,
- 1 dood en opstanding.
DER WERLT WIL ICH GEWERLDET WESEN,
MIT IR VERDERBEN ODER GENESEN.
Alleen in de gedeelten met een restwaarde, de leimma, mocht de
theorie ter sprake komen.
Maar nog was mijn scherna niet rond. Ik wilde immers ook het
In elke cluster van uniculi, de kleinste delen van 384 woorden,
toonsysteem in zijn getemperecrde versie aan bod laten komen,
zoals dat tot uitdrukking komt in de twaalf stappen van de kwintencirkel, waarmee het klokje, als de toonklok van Peter Schat
hiet ik één keer de arche voorkomen, maar in een andere toonsoort
(die ik nog niet kende toen ik mijn schema maakte), ronddraait.
In deze twaalf stappen wilde ik ook twaalf toonsoorteigens laten
uitkomen, ieder met zijn eigen kleur, en de twaalftoonreeks, en
de twaalf noten van de chromatische reeks, en de twaalf maanden van het jaar (omdat die maanden versprongen, leverden zij
weer een tijdsbestek van zeven jaar op, de periode die de oude
man voor zijn schepping nodig had). Hoe moest ik de zeven intervallen van de oorspronkelijke lambda koppelen aan de twaalf
gezet, met cen andere atmosfeer. Deze arch moest de Laus Musices worden, steeds dezelfde tekst in een iets andere bewoording
en stemming, met als ideale variant natuurlijk de laatste in het
eindpunt. (Een procédé dat vergelijkbaar is met het voorkomen
van het lied ‘Hoofd vol bloed en wonden’ in de Matthäus-Passion,
stappen van de kwintencirkel; waar moest die cirkel gescharsteeds in een andere toonsoort: de wereld als passie.)
Hoe verspringt de tijd in de kwintencirkel? Aan elk van de
twaalf stappen stelde ik een maand gelijk, voor de twaalf maanden van het jaar; de kwintencirkel verspringt natuurlijk met
kwinten, om uit te komen bij het beginpunt. Maar ik telde de
maanden af door in de kwintencirkel met halve, chromatische
nierd zijn in de lambda om te kunnen draaien? (In die zeven
toonstappen voort te gaan. Aldus:
stappen wilde ik ook de zeven klassieke Griekse harmonieën laten zien, en de zeven kerktoonaarden, zeven planeten, zeven
toonstappen, en zeven jaren.)
De oplossing was om elke keer als er een veelvoud van de arché
voorkwam, die als een aparte groep te rekenen, zodat ik vijf
clusters van grotere units kreeg, die onderscheiden worden door
‘ zeven groepen van veelvouden van de kleinste unit. Voorts wilde
ik nog cen paring maken van de tegenoverliggende termen op de
oorspronkelijke lambda. Zo kreeg ik:
de zeven oorspronkelijke termen van de twee samenkomende tetracten:
246
Januari
- ©
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
-
C#
D
ES
E
E#
F#
G
=D&
= ERR
=D#
= FR
=F
=GR
= ARR
September
- G#
=AR
Oktober
November
December
-A
- Af
- B
= BSB
Seite 14
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)Zo begon ik in september van het eerste jaar, 1972. Het tweede
stuk speelde in april van het tweede jaar, 1973; het derde stuk in
november van datzelfde jaar. Het vierde stuk in juni van het der
de jaar, 1974. Het vijfde stuk in januari van het vierde jaar, 1975:
het zesde stuk in augustus van dat jaar. Het zevende stuk speelde
in maart van het vijfde jaar, 1976; het achtste stuk in oktober van
dat jaar. Het negende stuk in mei van het zesde jaar, 1977; het
.
.
.
in juli van
tiende stuk in december van dat jaar. Het elfde stuk
.
.
B
het zevende jaar, 1978. En met het twaalfde Nstuk zijn we in febru.
.
ari... weer van het eerste jaar: de slot-arche speelt dus nog voor
A
het boek begint, als een aanleiding, een begin van alle dingen!
:
Op deze manier bood zich ook een oplossing aan voor het
“ys
.
.
.
scharnieren van de cirkel in de lambda: elke kcer als ik in een
ae
.
.
.
.
nieuw jaar terechtkwam, schoof de beweging van de lambda één
SENEX-hoofdstukken); dan naar 8 en 4, purr-hoofdstukken,
plaats op: van 27 naar g (op de rechterpoot liggend, en dus
vervolgens naar 3 (SENEX) en naar 2 (PUER) om uit te komen in
Is
.
1, Ide PUER/SENEX
ee
ae
.
Nu had ik mijn schema rond: vijf delen om de octaven van de
reeks aan te geven (vier gehele octaven en een staartje in het vijf
.
.
..
.
de); zeven canti, en onafhankelijk draaiend daarvan de kwinten-
.
.
.
de
cirkel, twaalf keer verspringend met de maanden, waarvan
pe
zeven hele tonen steeds werden benadrukt in de arché-uniculi, Anwipe
-
dere draagpunten van de cirkel in de lambda, grotendeels iden2.
tiek aan de eerder genoemde scharnieren, op de diaholus in musica
na, zijn de zeven treden + vijf intervallen = twaalf verhoudingsgroepen, gelijkgekoppeld aan de twaalf maandeenheden.
7
248
|
|
|
|
ij
|
|\
!
:
|
i
2
ENIGE
4
Box x x
à
on
ve
oe
KANTTEKENINGEN
“x x
“uw
0.2
2 995
=
BIJ
DE ERWIN-TRILOGIE
«
pend
a
a
Dv
_ 8-23 bo
be
oO
Gen
es >
SES
Un
ad Eggs Gm
:
©
+
À À
en
&
na
UN
xt
oO
l
am
OU
M
an
5
5
E
ñ
TT
N
©
RS
Lv
.
5
rs)
a
ou
904s a Dean LSR
1
4
De
\
a
ton
Aan
SALORA
O
.
.
5
= F
z
wo
S
TT|
ER
Z Ÿ — 5 _
ME STIs
a5 2 Ge
D
5 22235 a 238 =à À© E nz
==
+
> &
z2unaunegnr.o.4
—
Z
kam
ERS
TT = —
Has 8 ts Se 5 à 5 8 3
©
0
y
ke)
»
©
3
Ee)
a
E
T
à
8
5
ZeON NNE EE —
D ' bébé na!
ek
De
ED)
23
= a Le]
z
8
89398
8
2
2
SED
a
Co
50
Le]
>
2265
SSG
om
Zz
LET
2
fe)
&
>
&
> © 0
TCs
so a
»
a 2
1
O.
ie)
7.
wm
Seite 15
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)GEERTEN MEIJSING
ENIGE KANTTEKENINGEN
Wat ik eerder over Erwin en Michael van Mander zei, moet ik herhalen ten aanzien van Cecilia, namelijk dat ik met deze overwegingen geen adequate beschrijving van het boek heb gegeven, en
dat ik het boek daarmee geen recht doe. Inhoudelijke en thematische aspecten blijven onvermeld (daarover zou een ander stuk te
schrijven zijn, vooral over de muzikale motieven en verwijzingen, toespelingen en citaten, en over de muzikale theorieën
waarmee de oude man worstelt). Met dit artikel heb ik slechts
trachten te voldoen aan de mij gestelde opdracht: enige kanttekeningen te plaatsen bij de getalsmatige constructie van de Erwintrilogie.
(Met dank aan Keith Snell voor het gebruikmaken van gemeenschappelijk gedachtengoed uit onze vruchtbare samenwerkingsperiode.)
BIJ
DE ERWIN-TRILOGIE
G. Milhaud, Les philosophes-géomêtres de la Gréce: Platon et ses prédécesseurs (Parijs
1900} passim.
L. Robin, La théorie platonicienne des idées et des nombres d'après Aristote (Parijs 1908)
passim.
De bekende 7imaeus-commentaren zijn natuurlijk van F.M. Cornford, Plato's
Cosmology (Londen 1937) en her betrouwbaarder maar soms nodeloos gewichtige
en niet altijd begrijpende A.E. Taylor, A Commentary on Plato's Timaeus (Oxford
1928).
Een onleesbaar boek, maar met veel informatie is E.T. Bell, The Magic ofNumbers (Londen 1946).
Ook geraadpleegd is het aardige overzicht van J.F.A.K. van Benthem, Wijsbegeerte en Wiskunde bij de Grieken, collegeaantekeningen filosofische logica, voorjaar
1977.
Een erg belangrijk boek met een schat aan informatie is Solomon Gandz, Studies in Hebrew Astronomy and Mathematics (New York 1970).
Al dergelijke studies zouden moeten beginnen met OÖ. Neugebauer, Vorgriechische Mathematik (Berlijn 1934) en The Exact Sciences in Antiquity (Providence 1957).
Ivor Thomas, Greek Mathematical Works, in de Loeb-serie, met goed commentaar.
L Lévy, Recherches sur les sources de la légende de Pythagore (Parijs 1926).
Standaardwerkje, maar zonder veel perspectief is A. Delatte, Etudes sur la litié-
Enige literatuurverwijzingen
rature pythagoricienne (Parijs 1915).
De belangrijkste passages in de Z/ippias Major van Plato over schoonheid als kwaliteit zijn 289d, 2goc, 2g2d en 2g3e e.v.
De term ‘gemene schoon’ komt uit een verhandeling van L.H. Ten Kate, Discours préliminaire sur le Beau Idéal, toegevoegd aan het in 1728 verschenen boek van
Messers Richardson, Description de Divers Fameux Tableaux etc.; daarin ook de aangehaalde frasen.
Een belangrijk aspect van Charles Baudelaires schoonheidstheorie wordt ontwikkeld in het eerste deeltje van Le Peintre de la vie moderne (over Constantin Guys),
“1. Le beau, la mode et le bonheur’, in 1869 gebundeld in L'Art romantique (Pleiadeeditie, blz. 1154).
Voor ‘maat en proportie’, zie Plato's Philebus, 64e.
Saadia Gaon, Hebreeuwse mathematicus (882-942); de aanhaling is uit zijn
‘Commentaar op Genesis’, door ons geraadpleegd in de Franse vertaling van
Mayer Lambert (Parijs 18y1).
Norbert Wiener, Cybernetics (New York 1948).
W. Weaver en C.E. Shannon, The Mathematical Theory of Communication (Illinois
|
Max Bense, Informationstheoretische Aesthetik (Hamburg 1969).
Plato, Timaeus: zoals al Plato’s genoemde werken in de Loeb-editie, maar ook
in de Franse editie van G. Budé en van A. Rivaud (Parijs 1926). De geciteerde
werken van Aristoteles ook alle in de Loeb-edities; hiervan geef ik verder geen
verwijzingen (zoals de aangehaalde passage in De Anima, vanaf 403b).
250
Philolaos und Platon (Neurenberg 1962).
.
E. Frank, Platon und die sogenannten Pyihavoreer (Leipzig 1923).
Jenny Bollinger, Die sogenannten Pythagoreer bei Aristoteles (Zürich 1925).
Julius Stenzel, Zahl und Gestalt bei Platon und Aristoteles (Darmstadt 1959).
Harold Cherniss, Aristotle's Criticism of Plate and the Academy (Baltimore 1944) en
Thomas, Summa Theologica, 1, v, iv.
Augustinus, Nicene and Post-Nicene Fathers, ist sermon, vol. ni, blz. 154.
1949).
Zeer verhelderend is daarentegen P. Kucharski, Etude sur la doctrine pythagoricienne de la tétrade (Parijs 1952).
Voor de berekenis van de Timaeus in de traditie, zie bijvoorbeeld E. De Bruyne, L'Esthélique du moyen age (Leuven 1947).
E. Bundel, Les éléments spirituels des nombres (Parijs 1960).
Onontbeerlijk is W. Burkert, Weisheit und Wissenschaft: Studien zu Pythagoras,
The Riddle of the Early Academy (Berkeley 1945).
Konrad Gaiser, Platons Ungeschriebene Lehre (Stuttgart 1963).
J. Wippern (red.), Das Problem der Ungeschriebenen Lehre Platons (Darmstadt 1972).
Wat betreft de oude bronnen: Theo Smyrnaeus, Theonis Smyrnaei philosophi
platonict Expositie rerum mathematicarum ad legendum Platonem utilium, onder redactie van
Hiller (Leipzig 1878); lamblichus in de Teubner-editie, net als Plutarchus, Stobaeus, Proclus, Sextus Empiricus en Nicomachus van Gerasa.
E.G. McClain, The Pythagorean Plato (New York 1978).
Meest recent en heel goed: D.H. Fowler, The Mathematics of Plato's Academy, A
New Reconstruction (Oxford 1987).
Over proporties: Leonardo Fibonacci of Pisano, Scritti di Leonardo Pisano, onder
redactie van B. Boncompagni (Rome 1857-62).
Dom H. van der Laan, Le nombre plastique (Leiden 1960).
Seite 16
Im PDF ansehen(öffnet in einem neuen Fenster)art. © hemelse
white
qe (4)
;
Honomguulilée
Hoagie
.
Br Voir fae} @)
dut
.
|
den 1978).
.
a
:
-
opälaudi %
252
ét) dood.
Usfrenen)
Merde mt
UL,
j
Om
3)
Fe pe
theoretische aspecten van Cecilia, met name over de verschillende stemmingen en
over Kepler, is D.P. Walker, Studies in Musical Science in the Late Renaissance (Lei-
Ten slotte een boek waar ik heel veel aan te danken heb voor de muzikaalspreken’, in een komende Mantstaf-aflevering.
Een helder artikel over retorica en de Arwin-trilogie — een aspect dat ik in dit
stuk niet behandeld heb — van Nico Laan, ‘Cecilia en de kunst van het goede
Ere) pT
get
MEIJSING
Franco Borsi, Per una storia della teoria delle proporzioni (Florence 1967).
Heel goed is: Paul V. Naredi-Rainer, Architektur und Harmonie: Zahl, Maß und
Proportion in der abendländischen Baukunst (Keulen 1982).