Show full text4 pages
Page 1
View in PDF(opens in a new window)Els van Swol
Ev
tot. , B Jon
Zn
22 Tacs.
Spinoza in het werk van
Yannis Kyriakides en Joep Franssens
In mijn boekenkast staan ze bij
elkaar in de buurt: het boek van
historicus Jonathan Israel over
de Radicale Verlichting (2001) en
de inleiding die de neoconservatieve filosoof Roger Scruton over
Spinoza schreef (1986). En in het
:
cd-rek liggen ze ook niet ver uit
elkaar: de opnamen van Yannis Kyriakides The Thing
Like Us, de muziek uit: Spinoza (or ! am not where
I think myself to be) en Joep Franssens’ Harmony of
the Spheres. Maar naar vorm en inhoud liggen zowel
de denkers Israel en Scruton, als de componisten
Kyriakides en Franssens, ver uit elkaar. Toch hebben ze
allemaal de filosoof Spinoza, wiens 375ste geboortedag
dit jaar wordt herdacht, als onderwerp. Hoe kan dit?
Modern
Laten we bij het begin beginnen: bij de manier waarop
Spinoza zichzelf voorstelt op MySpace van componist Yannis
Kyriakides (www.kyriakides.com): ‘Tam a radical thinker of
the Enlightenment period.’ Radicaal omdat het als een breuk
met de traditie wordt gezien. Israel zal het daar ongetwijfeld
mee eens zijn, in tegenstelling tot anderen die menen dat niet
Spinoza maar bijvoorbeeld Hugo de Groot tot de voorlopers
van de Verlichting in Nederland behoort. De periode waarin
nieuwe denkbeelden werden ontwikkeld, experimenten
werden gedaan en men kritisch in de maatschappij stond.
Israel volgt het spoor van Spinoza’s rationalisme dat hij als
bron van wat hij als de moderne waarde pur sang beschouwt:
vrijheid van het individu.
Kyriakides neemt niet primair het modernisme tot uitgangspunt, dat alle verschijnselen rationeel onder één noemer wil
brengen. Hij kiest expliciet — niet vreemd voor een componist
— voor het derde deel van Spinoza's Ethica, waar het over
aandoeningen gaat. Hij nuanceert ook het rationele denken
van Descartes (“Ik denk dus ik ben’) door uit te gaan van
stelling I uit het tweede deel van Ethica: ‘Het Denken is een
attribuut van God.’
Bij Kyriakides is Spinoza voorts niet de pantheïst waar hij vaak
voor wordt versleten, maar een panentheïst. God is niet in
alles, zoals bij de pantheist, maar alles is in God (‘everything
is part of God’, zegt Spinoza op Kyriakides’ MySpace). Sommige denkers zien door deze nuanceringen Spinoza eerder als
een voorloper van het postmodernisme dan als vader van het
al dan niet atheïstische modernisme. In het postmodernisme is
immers ook plaats voor een minder rationeel bepaalde manier
van denken. Ook is de breuk met traditie erin geheeld.
Postmodern
Componist John Borstlap staat in de tweede, de postmoderne
traditie en gaat in het boekje bij de cd-opname van Joep
Franssens’ Harmony of the Spheres (Composers’ Voice Special
CV 133) nog een stap verder door Spinoza's Ethica ‘inhoudelijk’ zelfs ‘irrationeel’ te noemen. Wel erkent hij dat Spinoza
het terrein van waarden en normen, de aard van God en de
wereld ‘op een streng-formalistische wijze behandelt’. Hij
vindt dit echter een ‘curieuze combinatie’. Je kunt je afvragen
of dit wel zo curieus is; hoe vaak gaat rationalisme niet samen
met wat Borstlap verderop als mystiek omschrijft, ofwel
schouwen, intuïtieve kennis (scientia intuitiva) zoals Spinoza
het noemt. Noch het één (ratio), noch het ander (mystiek) is
bij Spinoza los verkrijgbaar of van elkaar los te weken.
Wanneer dit wel wordt gedaan (“zijn visie is (...) een mystieke en niet een rationele’, aldus Borstlap over Spinoza), gaat
de schoen wringen; dan dreigen modernisme (met de nadruk
op de rede en de breuk met het verleden) en postmodernisme
(met de nadruk op een niet-rationele manier van denken en
aandacht voor het verleden) tegen elkaar te worden uitgespeeld. Dit komt duidelijk tot uiting in de kritiek die het boek
Het gelijk van Spinoza (2003) van Antonio Damasio ten deel
viel. Hij behandelt hierin ‘vreugde, verdriet en het voelende
brein’ en volgt daarin het hiervoor al genoemde hoofdwerk
van Spinoza: Ethica. Zowel Spinoza als Damasio komen op
het eind uit bij de Amor intellectualis Dei, de verstandelijke
liefde tot God, waarin de ratio dus bewaard is gebleven.
Damasio’s laatste hoofdstuk is geen terugval, zoals het wel is
bekritiseerd. En het laatste hoofdstuk uit Ethica kan ook niet
worden weggelaten, zoals sommigen liever hadden gezien
Page 2
View in PDF(opens in a new window)19/Een betrekkelijk onderscheid
Westers en niet-westers
John Adams en de betere neoromantici onder wie Tristan
Keuris, zijn erin geslaagd de verworvenheden van de avantgarde uit de jaren tien en vijftig te verwerken in een idioom
dat in wezen neoromantisch aandoet. Daarmee is niet gezegd
dat zij deze avant-garde hebben bevrijd uit een zelfgecreéerd
getto. Vernieuwers op zeer hoog niveau die de fundamenten
van de heersende taal ter discussie stellen zijn per definitie
eenlingen die niet meteen de vruchten van hun werk erkend
zien door een grote groep collega’s. Maar op termijn verrijken
zij het heersende idioom, ook in de klassieke muziek. En als
die verrijking niet komt van de westerse avant-garde, dan
wel van de niet-westerse muziek, Tegenstellingen worden
soms niet opgelost doordat een van de partijen bijdraait, maar
omdat buitenstaanders een frisse wind laten waaien. Pikant
daarbij is overigens in dit geval dat veel eigenschappen die
typerend zijn voor veel niet-westerse muziek ook een grote
inspiratiebron bleken voor avant-gardecomponisten. Wellicht
dat de acceptatie van sommige niet-westerse muziek door een
jong westers publiek dat niet is opgegroeid met de contro-
De seriële fascinatie voor klank, bijvoorbeeld bij Stockhausen
voor elektronische muziek en bij Boulez voor niet-westerse
instrumenten, is enerzijds een schoolvoorbeeld van ‘geleerde
klassieke muziek’ zonder de kenmerken van een populair
idioom, maar heeft inmiddels de weg gevonden naar de
populaire muziek, met name de muziek die geliefd is bij een
jong en van oorsprong niet-westers publiek. Stockhausens
muziek was in de jaren zestig en zeventig cultmuziek onder
alternatieve jongeren en bezorgde de eeuwige avant-gardist
tijdelijk een miljoenenpubliek.
Een paar jaar geleden verklaarde Lieven Bertels, muziekprogrammeur bij het Holland Festival, dat zich onder jongeren
een interessante versmelting voordoet van idiomen die voorheen als vreemden en vijanden tegenover elkaar stonden. De
versmelting vond volgens hem vooral plaats in de populaire
muziek waardoor veel klassieke liefhebbers, die bij voorkeur
op vertrouwd terrein blijven, er geen weet van hebben. Die
versmelting relativeert niet alleen het onderscheid tussen
westers en niet-westers, maar ook dat tussen hoog en laag. De
verse tussen westerse avant-garde en westerse traditionele
overeenkomsten die al sluimerden, komen meer en meer aan
klassieke muziek ook op termijn de acceptatie van avantgardemuziek helpt.
de oppervlakte. En zolang Nederland een conflictoplossende
polder wil zijn, zal dat proces voortgaan.
Wat westerse avant-garde en niet-westerse muziek delen
is allereerst een sterk en niettemin onklassiek gevoel voor
verhoudingen. Dit element is veel belangrijker dan de
bouwstenen van een idioom. Of dat idioom tonaal of atonaal
is, wel of niet een zichtbare puls bezit, is ondergeschikt aan
de vraag naar de logica en overtuigingskracht van de grote
lijn. Vincent Meelberg heeft hier in zijn proefschrift New
Sounds, New Stories veel behartigenswaardigs over geschreven. Narrativiteit en opbouw in eigentijdse muziek is niet
zozeer een kwestie van details in een vertrouwd idioom (al
speelt dat wel mee), maar van de opbouw. De samenwerking
tussen Ravi Shankar en Yehudi Menuhin was wellicht meer
voor de bühne dan dat de twee de fundamenten van hun taal
fundamenteel ter discussie wilden stelden, maar het zette wel
de deur open naar nieuwe samenwerkingsverbanden tussen
westerse en niet-westerse musici. Vergeleken met vijftig jaar
geleden bezoeken steeds meer westerse musici niet-westerse
oorden.
En om ook iets te zeggen over de details: de fascinatie voor
niet-westerse details als ritmen en klanken was in de negentiende eeuw oorspronkelijk een fascinatie voor locale molens
en klompen. Zo ging Rimski-Korsakov om met de Oriënt, en
Bizet met Spanje: uiterlijkheden werden overgenomen, andere
ideeën omtrent structuur verworpen. Stravinski en Sibelius
draaiden het om: niet de opzichtige details overnemen, maar
de onderhuidse principes inzake architectuur. Daarom duurde
het ook zo lang voordat hun muziek begrepen en gewaardeerd
werd als een fundamentele aanval op klassieke vormprincipes, ook al doen hun details vaak klassiek aan.
Ravi Shankar en Yehudi Menuhin. Foto: Malcolm Crowthers
Page 3
View in PDF(opens in a new window)omdat het volgens hen afbreuk zou doen aan de rationele inzet
van de voorafgaande vier delen. Het pijnpunt zit dan in één
zin: ‘De menselijke geest kan niet geheel ten gronde gaan met
het lichaam, maar er blijft iets van over dat eeuwig is’ (deel 5,
propositie 23). Wat Spinoza hier echter volgens Spinoza-kenner Piet Steenbakkers (zie kader) bedoelt, is de eeuwigheid als
wezen van God. Spinoza is de filosoof van de troost en niet
van de hoop op een eeuwig leven.
Ethica
De Definities van de aandoeningen, zonder de bijbehorende
toelichtingen uit het derde deel van Ethica, staan centraal in
het eerste deel van bovengenoemde, tweedelige compositie
van de Cypriotisch-Engelse, in Nederland werkzame componist Yannis Kyriakides (1969): The Thing Like Us (Unsounds
3447983962) onder de titel Affectio. Het gaat Spinoza om
de activiteiten én de non-activiteiten die de hartstochten in
lichaam en geest teweegbrengen.
Het vijfde, haast mystiek te noemen deel is het kortste en nog
weer één stelling eruit vormt het centrum van bovengenoemde
compositie van de Nederlandse componist Joep Franssens
(1955): Harmony of the Spheres:
Ik begrijp dat God een absoluut oneindig Zijn is, dat is, een
substantie bestaande uit een oneindigheid van hoedanigheden, waarvan elk een eeuwige en oneindige essentie uitdrukt.
manier waarop Kyriakides de tekst heeft gezet, brengt hij niet
zozeer de verschillen in aandoeningen ten gehore, als wel de
onderlinge samenhang ertussen of — eerder nog — geeft hij de
zogenaamde parallelliethese van Spinoza in muziek weer: het
geestelijke en het lichamelijke dat parallel loopt. Het geestelijke wordt verklankt in de klavecimbelpartij, het lichamelijke
weerklinkt in de elektronica. De elektronische klanken spelen
een belangrijke rol doordat zij het gebied tussen de fysieke
verschijning van de zangeres en de door haar gezongen Latijnse
taal opvult. De verschillende lagen, tempi en snelheden zijn
gekoppeld aan de verschillende staten van activiteit en nonactiviteit die Spinoza als gezegd beschrijft.
Tegelijkertijd symboliseert de instrumentatie voor de auteur
dezes respectievelijk traditie (de modale muziek in de
klavecimbelpartij) en Verlichting (“clicks and cuts’ in de
elektronica) — iets dat mijns inziens bij Spinoza samengaat.
In die zin is Spinoza zeker niet radicaal te noemen, een uit
zijn tijd losgezongen genie, zoals Jonathan Israel hem over
het voetlicht brengt.
Kyriakides benadrukt in een toelichting dat hij niet in de
laatste plaats is geïnspireerd door de schoonheid van de
compositie van Ethica. De vorm en structuur ziet hij bijna als
muziek in zichzelf, door de herhaling en ontwikkeling van
motieven, door de verschillende ‘stemmen’ die in de proposities, de scholiae en de toelichtingen naar voren komen.
Joep Franssens
Yannis Kyriakides
Het stuk van Kyriakides is kenmerkend voor zijn stijl:
lang uitgesponnen, met weinig ontwikkeling en in die zin
beïnvloed door de minimal music. De tekst is getoonzet voor
alt met begeleiding van klavecimbel en elektronica. In de
Het grootschalige koorwerk Harmony of the Spheres van Joep
Franssens is ook duidelijk geïnspireerd door de schoonheid
van de compositie van Ethica op zich, het roept ook herinneringen op aan minimal music, maar evenzeer — in tegenstelling tot Kyriakides — aan Oost-Europese spirituele muziek.
Page 4
View in PDF(opens in a new window)Franssens gaat niet, zoals Kyriakides, uit van de parallellie
tussen lichaam en geest, maar van de parallellie tussen klank
en ruimte in de Pythagoreïsche zin van Harmonie der Sferen.
Dit wordt door hem gesymboliseerd door het in tweeën
splitsen van de koorstemmen, waarbij de ruimte (de akoes-
* Spinoza in: Jan Knol: Spinoza
uit zijn gelijkenissen en voorbeelden. Uitgeverij Wereldbibliotheck, Amsterdam, 2007, p.
201 (ISBN 9789028421943).
tiek) als het ware meezingt, meevibreert, maar niet — zoals in
de muziek van Kyriakides — oplicht door het rondzingen van
in zijn geval elektronisch vervormde klanken. Vertragingen
werken bij Franssens als een omgevingsklank uit, terwijl ze
bij Kyriakides meer van binnenuit, structureel, sturen.
Franssens gaat daarbij uit van de stabiliteit van drieklanken
(harmonieën!) in plaats van, zoals Kyriakides, modaliteit
— een logisch gevolg van de lineaire lijn van de definities die hij
volgt. Franssens’ muziek werkt op die manier als ‘een heerlijk
warm bad van welluidendheid’ (Erik Voermans in het Parool
van 23 december 2003), terwijl Kyriakides’ muziek *momenten van een duistere, diepe schoonheid’ oplevert (Jochem
Valkenburg in NRC Handelsblad van
6 januari 2005).
Terugblik op de toekomst
Franssens haakt met andere woorden meer aan bij het mystieke aspect van Spinoza, Kyriakides meer bij het rationele,
zonder dat beiden één van de twee aspecten negeert.
Het is in dit verband niet verwonderlijk dat zowel Kyriakides
als Franssens bij Louis Andriessen hebben gestudeerd — de
componist die, evenzeer beïnvloed door de minimal music,
Baruch (later Benedictus) Spinoza (1632-1677),
die terecht werd opgenomen in ‘de Nederlandse
canon’, verbond in zijn denken een min of meer
mystiek godsbegrip met een streng rationalisme.
Daarbij ging hij uit van dezelfde vormen van kennis
als Descartes: imaginatio (verbeelding) en ratio
(rede), maar voegde daar een derde aan toe: de
scientia intuitiva (intuïtieve kennis). Het duidelijkst
komt dit tot uiting in zijn Ethica, more geometrico
demonstrata (1675). Dit werk is als een wiskundig
vertoog opgezet met definities, axioma's en stellingen. Spinoza ging uit van natuurwetten volgens
welke alle doen en laten verloopt, maar ook van de
ultieme vrijheid van denken. Daarbij moet de mens
zich niet laten leiden door hartstochten.
Tijdens zijn leven verschenen de Korte verhandeling van
God, den mensch en deszelfs welstand (1658-1660) en
een boek over Descartes (1663). Anoniem verscheen in
ratio aan mystiek paart, zoals bijvoorbeeld in De materie
1670 zijn later beroemd geworden Tractatus theologico
waar hij in het tweede deel teksten van mystica Hadewijch
toonzet en in het derde deel uitgaat van onder meer teksten
uit Schoenmaekers Beginselen der beeldende wiskunde. Het
is ook niet verwonderlijk dat zowel Kyriakides als Franssens
teksten uit Spinoza’s Ethica hebben getoonzet. Eerstgenoemde doet dit lineair, door de Definities van de aandoeningen te
politicus.
De invloed van Descartes blijkt onder andere uit Spinoza’s opvatting dat er slechts één substantie bestaat (God
of Natuur) die wordt gevormd door attributen, waarvan
wij er twee kennen: denken en uitgebreidheid. Uit deze
volgen, terwijl Franssens kiest voor een symmetrische opzet
attributen vloeien zijnswijzen (modi) voort, waaronder
met bovengenoemde, centraal geplaatste tekst.
Beiden gunnen ons zo elk op hun eigen manier, ieder met
eigen accenten wat de wetenschapper en beeldend kunstenaar
Marcus van Loopik eens treffend een ‘terugblik op de
toekomst’ heeft genoemd. Want, zoals Spinoza in een andere
de mens. Mensen bestaan uit lichaam en geest (de uitgebreidheid en het denken) die in de visie van Spinoza niet
gescheiden zijn, zoals bij Descartes, maar parallel lopen.
Mensen bestaan dus ín God, waardoor wij niet zouden
moeten haten. Spinoza stond pal voor tolerantie en de
vrijheid van het individu.
context dan Kyriakides’ MySpace zegt: ‘Daar komt het op
aan: dat mensen met elkaar liefdevol, vreedzaam en veilig
leven en zich naar hun eigen natuur kunnen ontplooien.’
Een helder overzicht van zijn leven en werk schreef Piet
Of zoals John Borstlap het ten slotte in het begeleidende
Steenbakkers (1999-2000). Dit is te vinden onder de link
boekje bij de cd-opname van Franssens’ werk formuleert:
‘Heden, verleden en toekomst [zijn] geen dialectische tegenstellingen (...) maar verschillende ‘verdichtingen’ van een
tijdloze, vormende kracht. Het Goddelijke, dat per definitie
tijdloos is, vindt zijn uitdrukking in de materie van de wereld
en in de harmonie van de onderlinge relaties van de mensen.”
‘Spinoza, een overzicht’ op de website van het Spinozahuis (www.spinozahuis.nl). Op deze site is ook
de complete tekst van Ethica te vinden.
Zie voorts de websites van Yannis Kyriakides:
www.kyriakides.com en Joep Franssens:
www.joepjranssens.com.